Microsoft stelt stevige hardware-eisen aan Windows 11, maar laat applicaties behoorlijk vrij in de hoeveelheid systeembronnen die ze gebruiken. Google kiest bij Android voor een andere aanpak. Dat bedrijf gaat ontwikkelaars vanaf volgend jaar afrekenen op buitensporig geheugengebruik. Microsoft zou daar iets van kunnen overnemen.
Microsoft stelt een behoorlijk lijstje hardware-eisen aan systemen waarop Windows 11 draait. De processor moet worden ondersteund, TPM 2.0 is verplicht en een systeem heeft minimaal 4 GB werkgeheugen nodig. In de praktijk is 8 GB eerder het minimum voor comfortabel gebruik.
Juist bij dat geheugen begint een interessante discussie. In benchmarks komt Windows 11 geregeld minder gunstig uit de bus dan macOS en Linux. Zulke vergelijkingen zijn nooit helemaal één op één te maken: hardware, drivers en softwarearchitectuur verschillen. Maar ze maken wel duidelijk dat meer RAM, zeker in tijden van schaars en duur geheugen, niet automatisch de enige oplossing is voor een trage pc. Ook de efficiëntie van het besturingssysteem telt mee.
Microsoft lijkt dat te erkennen. Het bedrijf werkt aan een beter geheugengebruik op Windows 11-systemen met 8 GB RAM en test instellingen voor Unified Memory, waarbij CPU en GPU flexibeler van hetzelfde geheugen gebruik kunnen maken. Apple gebruikt zo’n gedeelde geheugenarchitectuur al sinds de overstap op Apple Silicon. Omdat Apple chips, computer en besturingssysteem zelf ontwikkelt, kan het die onderdelen nauw op elkaar afstemmen. Microsoft ontwikkelt Windows, maar het besturingssysteem draait grotendeels op hardware van andere fabrikanten, in uiteenlopende configuraties. Daardoor heeft Microsoft veel minder controle over het geheel.
Google stelt een grens
Google pakt het probleem aan de kant van de applicaties aan. Vanaf februari 2027 gaat Google Play concrete eisen stellen aan het geheugen- en prestatiegebruik van apps en games. Op een toestel met 8 GB RAM ligt voor een reguliere app bijvoorbeeld een grens van 2,25 GB wanneer deze op de voorgrond actief is en 1,5 GB op de achtergrond. Games krijgen meer ruimte.
Google kijkt daarnaast naar onder meer het geheugengebruik door afbeeldingen en de optimalisatie van DEX-code. Via Android Vitals krijgen ontwikkelaars inzicht in het verbruik en waarschuwingen wanneer hun applicatie de grenzen overschrijdt. Efficiënt gebruik van hardware wordt daarmee nadrukkelijk ook de verantwoordelijkheid van de softwareontwikkelaar.
Dat principe is interessanter dan de precieze limieten die Google kiest. Bij pc’s konden prestatieproblemen lang worden bestreden met meer geheugen of snellere hardware. Dat wordt minder vanzelfsprekend. RAM is duurder en niet iedere moderne laptop is eenvoudig uit te breiden, terwijl AI-toepassingen juist meer geheugen vragen.
Windows is geen Android
Google kopiëren kan Microsoft niet zomaar. Windows is een veel opener softwareplatform. Traditionele Win32-applicaties kunnen buiten de Microsoft Store worden geïnstalleerd, waardoor Microsoft ontwikkelaars moeilijk een geheugenlimiet kan opleggen.
Binnen het deel van het ecosysteem waar Microsoft wel controle over heeft, ligt dat anders. Voor Microsoft Store-apps bestaan al certificeringseisen en Microsoft hanteert ook elders beperkingen op resourcegebruik. Het zou die lijn kunnen doortrekken met meetbare prestatie-eisen voor software die het zelf ontwikkelt of via zijn Store verspreidt.
Dat zou Microsoft ook dwingen kritisch naar de eigen applicaties te kijken. Clipchamp is daarvan een voorbeeld: Microsoft erkende onlangs dat de video-editor op lichtere systemen tegen prestatieproblemen kan aanlopen.
Eisen horen aan twee kanten te gelden
Google laat zien dat een platformbeheerder niet alleen kan bepalen wat hardware moet kunnen, maar ook hoeveel software daarvan redelijkerwijs mag opeisen. Apple laat zien wat mogelijk is wanneer hardware, geheugenarchitectuur en besturingssysteem nauw op elkaar zijn afgestemd. Windows bevindt zich tussen die modellen in.
Microsoft kan en hoeft Windows niet dicht te timmeren. Maar wie gebruikers aan stevige hardware-eisen laat voldoen, mag zowel het eigen besturingssysteem als de software die erop draait kritisch bekijken op wat die hardware werkelijk nodig heeft.