Groundcover heeft Autonomous Infrastructure in bèta uitgebracht. De functie past CPU- en memory-requests van Kubernetes-workloads automatisch aan op basis van het IT-gebruik in productie. De technologie komt van Wand Cloud, dat groundcover in september overnam.
Het probleem dat groundcover wil oplossen is een bekende voor platformteams. Kubernetes maakt het nodig voor engineers om per workload vooraf requests in te stellen. Die schaalvraag moet dus beantwoord zinn voordat er werkelijk verkeer langskomt. Volgens groundcover kijken de meeste teams daar zelden nog naar. De gevolgen variëren van out-of-memory-errors tot ongebruikte capaciteit
Groundcover biedt een Kubernetes-gericht observability-platform. Het breidde onlangs zijn agent uit met een Agent Mode voor onderzoek naar incidenten. Dat onderzoek kan via een LLM in normale taal worden uitgevoerd. De telemetrie die het platform verzamelt, vormt nu de basis voor de mogelijkheid tot rightsizing.
Data ligt er al
Omdat de groundcover-sensor al productiegeschiedenis heeft opgebouwd, hoeven klanten op een ondersteunde versie niets te installeren. Aangevraagde CPU en memory verschijnen naast het werkelijke verbruik, samen met een geschatte maandelijkse besparing en het aantal workloads dat te weinig resources krijgt. Een grafiek toont hoeveel van die besparing al is gerealiseerd, zodat gebruikers de waarde van het groundcover-aanbod in een getal kunnen uitdrukken.
De bedragen zijn in de bèta overigens gebaseerd op prijzen per CPU- en memory-eenheid die klanten zelf invoeren. Public cloudprijzen volgen, daarna billing-data zoals het Cost and Usage Report van AWS.
Stabiliteit eerst
De meeste optimalisatietools bepalen de omvang van elke workload afzonderlijk, stelt groundcover. Een request die voor één service klopt, kan op een volle node de buren tekortdoen. Autonomous Infrastructure controleert daarom eerst hoe vol de node zit voordat het een request verhoogt.
CEO Shahar Azulay benadrukt dat klanten eerst kunnen nagaan wat hun clusters kunnen besparen, voordat ze de software iets laten wijzigen. De functie staat standaard uit. Een engineer kiest zelf welke deployments, namespaces of clusters eronder vallen. Tijdens de beta raakt de software alleen requests aan, limits blijven ongemoeid. Elke policy kent minimum- en maximumgrenzen en een audit log registreert wie welke workload wanneer aan een policy koppelde. Groundcover raadt aan om te starten met development-namespaces en bijvoorbeeld een productiedatabase voorlopig met rust te laten.
Lees ook: groundcover maakt observability-agent veelzijdiger