In dure IT-tijden is kopen nog steeds beter dan huren

In dure IT-tijden is kopen nog steeds beter dan huren

De cloudrekening zorgt weleens voor verrassingen. Dit terwijl de overweging van organisaties om hun IT naar de cloud te verhuizen valt of staat met het kostenplaatje. Waarom is eigen hardware, zelfs met de hoge prijzen van vandaag, een sterkere strategie dan deze lijkt?

Aan cloud-first strategieën blijken veel haken en ogen te zitten, vertelt Clemens Esser, Chief Technologist en Presales Manager bij HPE. “Je ziet dat public cloudkosten gigantisch aan het stijgen zijn. Iedereen die VM-gebaseerde applicaties als IaaS afneemt in de public cloud, en daar vervolgens gewoon VM’s draait zonder dat gigantisch te schalen, komt erachter dat ze twee keer te veel betalen.”

Eerder dit jaar bleek uit onderzoek in opdracht van opslagleverancier Cloudian dat 75 procent van de ondervraagde organisaties de afgelopen twee jaar workloads had teruggehaald van cloud naar on-prem. 89 procent wil de eigen infrastructuur uitbreiden. Repatriëring, zo blijkt, is in trek. Sjoerd Eckhardt, CEO van Lemontree, concludeert dat de cloud simpelweg “heel snel heel duur” wordt. Dit met name bij workloads die continu aanstaan en veel opslag nodig hebben.

Controle over de portemonnee

Het kopen van hardware is relatief. Allereerst zijn er mogelijkheden om de servers in feite te leasen of huren, maar er de volledige controle over te hebben in operationele zin. Wegens complexe en veelal onplezierige softwarelicenties is de workload daarnaast allesbehalve eigendom van de organisatie. Denk aan de veranderde licenties en verdienmodellen rondom VMware, Redis of HashiCorp, applicaties en tooling die je niet zomaar vervangt en mogelijk als vanzelfsprekend had beschouwd.

HPE Morpheus VM Essentials (VME) is als KVM-gebaseerde tegenhanger van VMware anders gelicentieerd. Zo rekent het bij jaarabonnementen per socket in plaats van per core. En, zo stelt Esser, “Als je de back-up van HPE SimpliVity gebruikt, heb je daar geen licenties voor nodig.” HPE berekende dat klanten tot 90 procent lagere licentiekosten komen ten opzichte van VMware vSphere Foundation, dat sowieso deels aan het verdwijnen is.

Een cloudmigratie heeft het meest succes met de adoptie van cloud native technologieën, Kubernetes en daarmee portability. Het frappante: ook deze workloads draaien veelal voor beheersbaarheid en consistentie binnen VM’s. En: diezelfde technologieën werken net zo goed on-prem als in de cloud. Wie echter naar de cloud stapt, kan vandaag op een prijs uitkomen die volgend jaar flink hoger is. Chris Ketting, Lemontree-CTO, stelt dat dit logisch is: ook de hyperscalers moeten investeren in steeds duurdere hardware. Tegelijkertijd geldt: “Alle hyperscalers zijn hun eigen AI-chips aan het ontwerpen.” Daarmee verlagen zij hun afhankelijkheid van Nvidia en zorgen ze voor lagere operationele kosten. Het probleem: de prikkel is vervolgens om de marge te verhogen.

Echt schalen

Een van de vele redenen voor een cloudmigratie draaide historisch gezien om schaal. Maar lang niet elke organisatie heeft te maken met de soort schaalexplosie en groeipotentie van een e-commercesite of een Software-as-a-Service speler. In plaats daarvan vertrouwen bedrijven op workloads die geleidelijk groeien, evolueren en vernieuwd moeten worden. Daarin schuilt een groot voordeel voor HPE SimpliVity, dat in de bewoording van Esser kan beginnen met “twee systeempjes” en vervolgens kopen wat men nodig heeft, niet alle IT die in de komende jaren nodig zou kunnen zijn.

On-prem is er net zo goed sprake van geleidelijke verandering als in de cloud. De stappen zijn alleen een stuk overzichtelijker en, indien gewenst, minder acuut. Eckhardt spreekt van een klant die al op zijn derde generatie HPE SimpliVity zit, met telkens een upgradecyclus waarin de nieuwe systemen tijdelijk naast de bestaande productiehardware staan en waarop de data en applicaties overgezet worden.

Kunnen vertrekken

Elke vendor wil dat klanten bij hen blijven. In sommige gevallen willen zij enkel met de meest lucratieve klanten te maken hebben. De klant wil ook wat, maar heeft altijd een keuze te maken. Er is geen organisatie zonder de IT meer denkbaar. Dat betekent, aldus Esser, dat je altijd “ergens licenties” afneemt. Wie met HPE Morpheus VM Essentials begint, kan echter altijd upgraden naar een uitgebreidere Morpheus-versie, inclusief provisioning naar de cloud.

Licenties en software daargelaten: het voordeel van eigen hardware is dat je zelf bepaalt wat erop draait. Wie workloads jarenlang draait en eerder dit jaar de hardware inkocht, zal tevreden kunnen kijken naar voorspelbare onderhoudskosten en kosten voor energieverbruik, terwijl het alternatief in de cloud qua prijs toeneemt en een onnavolgbaar traject afloopt. Zo staat on-prem nog altijd voor de continuïteit die het al had, maar met de extra kennis van de vele cloudmigraties die net niet zo goed uitkwamen als gedacht. Kunnen vertrekken is net zo goed lastig gebleken, want gehele IT-stacks zijn gevirtualiseerd opgebouwd binnen enkele clouds en met stevige silo’s. Die repatriëring is prijzig vanwege de techniek, de cloudarchitecturen en de afspraken, niet het on-prem alternatief. Daar is een ‘vertrek’ ook relatief, want een stap naar de cloud hoeft niet te betekenen dat alle workloads verhuizen. Wie immers selectief is, kan de kritieke workloads, back-ups en gevoelige data thuis houden.