ASML ziet Europese chipmarkt verder verschralen

ASML ziet Europese chipmarkt verder verschralen

ASML heeft afgelopen kwartaal geen omzet gehaald uit de verkoop van chipmachines in Europa. Volgens vicepresident Frank Heemskerk is dat een teken van een groter probleem: Europa investeert te weinig in eigen chipproductie en mist daardoor een belangrijk deel van de markt die de ontwikkeling van nieuwe technologie aanjaagt.

„Ons marktaandeel in Europa, en dat was dus niet omdat er andere concurrenten waren, maar in de omzet van ASML is gedaald tot nul procent. Laatste kwartaal. Dus wij verkopen helemaal niks in Europa”, zei Heemskerk tijdens een debat in De Balie over investeringen in technologie.

Volgens hem ligt de oorzaak bij het ontbreken van nieuwe productiecapaciteit. „Dat komt omdat Europa niet investeert en omdat er in Europa geen chipfabrieken gebouwd worden. En dat is echt zorgelijk.”

Klanten sturen innovatie

Voor ASML is dat niet alleen een kwestie van omzet. De nabijheid van grote klanten bepaalt mede waar en hoe nieuwe technologie wordt ontwikkeld. Heemskerk wees op afspraken die ASML met grote chipproducenten heeft gemaakt over toekomstige generaties machines. Hij noemde Samsung, Intel, TSMC en SK hynix als belangrijke klanten.

Die samenwerking kan jaren vooruitlopen op de introductie van nieuwe apparatuur. Voor een innovatie die rond 2031 in machines moet verschijnen, moeten volgens Heemskerk bijvoorbeeld zowel de apparatuur als de fabrieken van klanten ingrijpend worden aangepast. „Doordat je heel dicht samenwerkt met klanten en met de markt, dan kun je innoveren.”

ASML investeert zelf jaarlijks meer dan vier miljard euro in onderzoek en ontwikkeling. Ongeveer driekwart daarvan wordt volgens Heemskerk in Nederland uitgegeven. Daarmee zijn de Nederlandse R&D-uitgaven van ASML volgens hem ongeveer even groot als die van de nummers twee tot en met elf samen.

Meer dan chipfabrieken

Heemskerk ziet het probleem breder dan alleen de productie van chips. Europa heeft volgens hem ook weinig eigen activiteit in andere delen van de technologieketen. „Alles van fabriek tot chipontwerp tot cloud, cloud computing gebeurt heel erg weinig in Europa.”

Hij waarschuwt tegelijkertijd tegen het idee dat Europa de volledige chipketen zelfstandig zou moeten kunnen beheersen. Geen enkel land of regio kan volgens hem autonoom geavanceerde chips produceren. De wereldwijde onderlinge afhankelijkheid heeft ook voordelen, zolang Europa zelf voldoende sterke posities behoudt.

„Zorg wel dat je ook zelf een aantal troefkaarten hebt en dat je een aantal sterke punten hebt”, aldus Heemskerk. Europa zou zich daarom volgens hem minder moeten richten op confrontaties met de Verenigde Staten en China en meer op het versterken van de eigen markt, onder meer door belemmeringen binnen de Europese interne markt weg te nemen.

Vraag bundelen

Meer subsidies zijn daarbij niet automatisch de oplossing. Heemskerk ziet meer in het organiseren van Europese vraag. Overheden en grote industriële bedrijven zouden hun behoefte aan bijvoorbeeld cloud- en datacentercapaciteit kunnen bundelen. Dat kan vervolgens investeringen verderop in de keten uitlokken, van chipontwerp tot chipproductie. „Ik zou investeren in vraagbundeling”, zei Heemskerk. „En dan creëer je via de marktkant uiteindelijk ook weer initiële dynamiek in Europa.”

Ook voor Nederland ziet hij vooral een rol in het scheppen van de juiste voorwaarden. ASML heeft zelf geen overheidsgeld nodig, benadrukte hij. Het bedrijf vraagt volgens hem vooral om infrastructuur, onderwijs, voldoende woningen, beschikbare energie en voorspelbaar beleid. Over dat laatste vatte hij zijn voorkeur kort samen: „Hoe saaier, hoe beter.”