Nvidia geeft cloudproviders de opdracht hun afhankelijkheid van Chinese klanten te verminderen. De eis beperkt het vermogen van China om te concurreren met Amerikaanse partijen fors.
Cloudproviders die AI-chips van Nvidia gebruiken moeten voortaan minstens 51 procent van hun diensten aan niet-Chinese klanten verkopen, meldt de Financial Times. Daarmee wordt het voor Chinese ondernemingen lastiger om via buitenlandse datacenters toegang te krijgen tot geavanceerde AI-rekenkracht.
De nieuwe eis is volgens vijf ingewijden de afgelopen maanden door Nvidia aan zijn cloudpartners meegedeeld. Eerder stelde de chipfabrikant geen eisen aan de herkomst van klanten van providers. De instructies zouden mondeling zijn doorgegeven door het verkoopteam en de regionale teams van Nvidia, in plaats van dat ze in documenten zijn vastgelegd, aldus de bronnen.
De nieuwe eis geldt voor alle klanten van Nvidia wereldwijd, dus niet alleen voor datacenters in Azië, aldus twee van de bronnen. De voorwaarde heeft echter alleen betrekking op toekomstige contracten en niet op bestaande leaseovereenkomsten.
Alternatieve route onder druk
Veel Chinese bedrijven zijn afhankelijk van leaseovereenkomsten met datacenterexploitanten voor geavanceerde AI-taken, waaronder het trainen van modellen. De meest geavanceerde Nvidia-chips mogen weliswaar niet rechtstreeks aan China worden geleverd, maar Chinese ondernemingen kunnen via buitenlandse clouddiensten wel gebruikmaken van deze technologie.
Cloudproviders hebben moeite om aan de nieuwe eisen te voldoen, omdat het “moeilijk is om buiten de VS voldoende niet-Chinese klanten te vinden,” aldus een in Singapore gevestigde groep in de Financial Times.
Nvidia reduceerde eerder dit jaar het aantal Aziatische bedrijven dat zijn geavanceerde chips mag afnemen. Het bedrijf werkt met een lijst van goedgekeurde klanten. Die moeten aan strenge voorwaarden voldoen.
De nieuwe maatregel heeft ook gevolgen voor datacenterexploitanten. Vooral in Zuidoost-Azië zijn Chinese technologiebedrijven belangrijke afnemers van AI-capaciteit. Datacenters moeten nu op zoek naar niet-Chinese klanten om aan de eisen van Nvidia te voldoen.
Intussen lopen de prijzen voor geavanceerde Nvidia-hardware in China sterk op. Een rack met B300-chips, dat op de internationale markt ongeveer 600.000 dollar kost, werd volgens een ingewijde onlangs in China verkocht voor omgerekend 2,8 miljoen dollar. De uitzonderlijk hoge prijs illustreert hoe schaars de nieuwste AI-hardware daar inmiddels is geworden.