Een tegengeluid voor de Amerikaanse public clouds is broodnodig. De zoektocht van organisaties op zoek naar soevereiniteit eindigt mogelijk bij T-Systems, dat met T Cloud al tien jaar een volwassen alternatief van Europese komaf levert. Wat houdt het in en hoe bepalend is de keuze voor deze cloud?
Met 24 datacenters en een zwaartegebied in Noordwest-Europa is T-Systems, onderdeel van Deutsche Telekom, niet voldaan. Met grote pijlen over een kaart van het continent is tijdens T Cloud Day in Den Haag te zien dat de ambities van het zuidwesten tot het noorden reiken. Organisaties die op zoek zijn naar meer cloud- en AI-soevereiniteit zullen de opkomst van de cloudspeler mogelijk reikhalzend tegemoet zien. Maar van hoogmoed geen sprake, blijkt uit een uitspraak van Emily Glastra, Managing Director T-Systems Nederland. “We zijn groot genoeg om wereldwijd te schalen en klein genoeg om te geven om het lokale.”
Niet cloud-like, maar cloud
We kijken soms met enige frustratie naar proposities die uitgaan van een ‘cloud-like’ ervaring wanneer er kritieke zaken ontbreken die je bij een public cloud verwacht. Elke IT-omgeving is te omschrijven als een cloud, maar lang niet elke is er een. T Cloud klinkt als een nieuwe oplossing, maar is een nieuwe naam anno 2026 voor een oplossing die al sinds 2016 bestaat onder de noemer Open Telekom Cloud. Jonger dan AWS, Azure en Google Cloud, maar desondanks een gevestigde infrastructuur.
Moederbedrijf Deutsche Telekom gaat al wat langer mee en is als telco sinds de jaren ’90 gewend om op grote schaal diensten te bieden. En, zo benadrukt Glastra, ruimschoots bekend met compliance en datasoevereiniteit. Dat laatste onderwerp is een ‘hot topic’, en tijdens T Cloud Day valt de term ‘soevereiniteit’ en afgeleiden dan ook vaak. Regelmatig is het niet eens T-Systems die dat doet.
Zo hamert gastspreker Werner Vissers op het onderwerp. Hij is Manager Beheer & Beveiliging bij ICT Rijk van Nijmegen en spreekt van een verkeerde aanname dat een datacenter in Europa automatisch een Europees datacenter is. De U.S. CLOUD Act kan altijd een Amerikaans bedrijf dwingen om data te overhandigen, met enkel contractuele beloftes die via zaken als Bring-Your-Own-Keys of air-gapped oplossingen geloofwaardig dienen te zijn. Geografie is geen adequate bescherming, zo blijkt. Maar de Duitse afkomst van T Cloud wel. Daar geldt ver reikende datawetgeving uit Amerika niet voor bij Europese data.
Wat is soevereiniteit echt?
Glastra benoemt de veelzijdige aard van dit voordeel. Data- en juridische soevereiniteit garandeert dat toegang tot gevoelige gegevens is ingeregeld. Operationele soevereiniteit, ofwel: “wie is in controle van de infrastructuur?”, is tevens veilig op het eigen continent. En niet te vergeten: technologische soevereiniteit, wellicht de lastigste puzzel. Het is belangrijk om te erkennen dat niemands techstack zowel performant is als 100 procent Europees. Chips, switches, routers en allerlei softwarelagen zijn nu eenmaal veelal niet-Europees. Toch stelt Glastra dat een euro gespendeerd in Europa meer waard is en uiteindelijk voordelig uitpakt voor het gehele ecosysteem.
“Niemand lag wakker om soevereiniteit 10 jaar geleden,” meldt Glastra. Ook zonder die expliciete zorg groeide T Cloud naar 4.000 klanten en beheert het infrastructuur voor grote klanten. Opvallend genoeg is T-Systems erg open over het eigen cloudgebruik, want het is natuurlijk ook zijn eigen klant. Maar, zo legt Thomas Weber uit, Vice President T Cloud bij T-Systems International, men neemt ook clouddiensten elders af.
Deutsche Telekom zelf kiest voor een multicloud strategie. Men draait 10 procent van de eigen workloads on-prem, vertelt Weber. Denk daarbij aan de meest kritieke, meest datagevoelige zaken die met deze restrictieve opzet gewaarborgd zijn. 30 procent van de IT-workloads bevindt zich in de eigen T Cloud. In Nederland draaien deze in de datacenters van NorthC. Deze samenwerking vindt al jaren plaats, en komt met de redundantie en volwassenheid die bij een public cloud een vereiste is. Dat is een mengelmoes van hardware en software. Wederom geldt voor laatstgenoemde dat er een extra controlelaag nodig is voor sommige data. Maar 60 procent van Deutsche Telekoms IT-gebruik is verdeeld over de ‘usual suspects’ AWS, Azure en GCP. Dit is de realiteit voor menig groot bedrijf, maar zelden krijgen we een dergelijk helder beeld. Elke cloud heeft zo zijn voordelen, zoals exclusieve modellen, native tooling en integraties met partneroplossingen.
Digitale kolonie af
Bijna twee jaar geleden kwam prominent politicus Mario Draghi met een waarschuwing. Europa werd als een digitale kolonie afgeschilderd, met tot wel 80 procent niet-Europese komaf van de digitale producten, infrastructuur en IP die Europeanen gebruiken. SVP AI Factory Go-To-Market bij T Systems Björn Weidenmüller vertelt ons dat de meest logische stap vanuit een Amerikaanse cloud een naar T Cloud is. Dat heeft verschillende redenen. Hij suggereert dat zijn bedrijf 3 jaar voorloopt op de Europese concurrentie als het om functionaliteit gaat. In gesprek met Techzine schetst hij een driehoek aan overwegingen die naast functionaliteit ook soevereiniteit en kosten meenemen. Faal je op één front, dan moet je wel erg hard rennen op de andere niveaus.
T Cloud is al ver, maar niet zover als de grote hyperscalers, geeft Weidenmüller toe. Ondanks de 4.000 klanten en het uitblijven van grote incidenten is er 80 procent ‘feature parity’ met AWS. De Amazon-cloud heeft veel features, waarvan de overgrote meerderheid van het klantenbestand bij lange na niet volledig gebruik van maakt. Desondanks móét je qua functionaliteit mee, concludeert hij op basis van klantgesprekken. Er is een balans nodig. Alleen soevereiniteit is niet genoeg.
Dat betekent niet dat T Cloud alles zelf moet opbouwen. Via partners als NorthC is de reikwijdte binnen het huidige kerngebied veel groter dan het in dit stadium anders was geweest. Het is goed voor te stellen dat een dergelijke aanpak uit te breiden is naar meer regio’s.
Een AI-oplossing
Roep “soeverein” en een reeks Europese IT-aanbieders rennen op je af. Vertel ze daarna dat je ambitieuze AI-plannen hebt, en dan druipen de meesten af. T Cloud kent echter sinds februari een volwaardige AI Factory. 10.000 NVIDIA Blackwell-GPU’s draaien in München en waren binnen een halfjaar daar gehuisvest. Het betrof een bestaand datacenter dat in één klap 50 procent van de AI-capaciteit in Duitsland vergrootte, namelijk 30 Megawatt.
Veel partijen spreken over AI-plannen, maar Weidenmuller spreekt van een mooi Engels gezegde: “cross the river by feeling the stones“. Met andere woorden: hoe ambitieus en ongeëvenaard de AI-uitbouw ook was, de opzet van T-Systems is relatief voorzichtig. Het doel is om uiteindelijk 100.000 GPU’s in een zogeheten Gigafactory te leveren, maar op Europees niveau is de huidige infrastructuur al een grote sprong voorwaarts.
Je zou denken dat elke AI-speler gelijk de telefoon pakt als er ergens GPU’s te huur zijn. Desondanks vertelt Weidenmüller ons dat je als cloudleverancier wel echt de use-case moet kunnen uitleggen aan klanten. Velen willen wel iets met AI, maar weten niet wat, hoe, en waarom een bepaalde schaal nodig is. Zeker in Europa zijn we niet gezegend met een lange reeks aan AI-labs.
Weidenmüller juicht alle partijen toe die net als T Cloud werken aan een Europese AI-infrastructuur. Hier is duidelijk geen sprake van een moordende concurrentiestrijd, maar een gebrek aan spelers zoals T-Systems. Dit terwijl de use-cases groeien, legt hij uit. Eerst verschenen Retrieval-Augmented Generation en enterprise search om organisaties snel aan interne AI-tooling te helpen. Nu zijn daar digital twins, fysieke AI en industriële agents bij gekomen, en meer. Veelal is de samenwerking met NVIDIA hierbij nuttig. De Omniverse-suite van dat bedrijf helpt organisaties om hun fabrieken te digitaliseren, ontwerpen vooraf te verifiëren en van automation een succes te maken. Het gelijkschakelen van het digitale domein en de fysieke realiteit die het moet nabootsen is knap lastig, maar met genoeg rekenkracht, expertise en assistentie op hardware- en software-gebied kan het een succes zijn.
Conclusie: de cloud in alle dimensies
Zoals gezegd is T-Systems naar eigen zeggen nog niet op het niveau van de absolute wereldtop. Als Europa’s “number one” valt er echter veel te zeggen voor deze cloudspeler. Op dit continent zijn er veel zwakke schakels in de IT-keten; zo is er naast Mistral geen noemenswaardige LLM-bouwer, en ook dat Franse bedrijf is nooit te vinden aan de top van de AI-benchmarks waar OpenAI, Anthropic en zelfs Chinese open-weight modellen scoren. Werk aan de winkel dus.
Incidenten als het afschermen van Claude Fable 5 voor niet-Amerikanen laten een schimmig probleem voor Europa zien. Die exclusie voor buitenlanders was om exact te zijn waar het bevel vanuit de VS-regering om draaide in het belang van nationale veiligheid, maar Anthropic kon dit beleid niet afdwingen en besloot tot een volledige blokkade voor het model wereldwijd. Laat het een les zijn voor Europese IT-beslissers, zoals tevens het geval was toen Microsoft in een Frans hof moest toegeven dat het volledige soevereiniteit voor Europese klanten níét kon garanderen.
Het positieve is dat T Cloud niet enkel rust op dergelijke problemen. Je moet niet voor deze clouddienst kiezen puur omdat het Europees is. In plaats daarvan dienen organisaties bewuster om te gaan met hun IT-omgevingen, waarbij de ene workload on-prem moet zijn en de ander in een cloud geplaatst kan. Maar welke? Dat hangt ook bij Deutsche Telekom af van meerdere factoren. Een X-factor kan daarbij soevereiniteit zijn, net als lokaal beschikbare GPU’s, een gebrek aan vendor lock-in door een open fundament en een decennium aan bewezen diensten.
Lees ook: Digitale soevereiniteit: van idealistische theorie naar harde praktijk