PwC Duitsland is van start gegaan met de Sovereignty Maturity Index. Organisaties krijgen daarmee een enkel cijfer om te bepalen hoe soeverein zij zijn. Alle afhankelijkheden, van infrastructuur tot software, expertise en data wordt in kaart gebracht. Open source speelt volgens PwC een centrale rol bij het terugdringen van die afhankelijkheden, al is dat een subtieler verhaal dan een enkel cijfer recht kan doen.
We spreken in de IT-industrie veelal over digitale soevereiniteit met contextgevoelige definities. PwC Duitsland hoopt gesprekken hierover, en over soevereiniteit in algemene zin binnen organisaties, wat consistenter te maken. De nieuwe assessment is bedoeld voor bedrijven en publieke organisaties, en richt zich op IT-leiders, inkopers, architecten en management.
De roep om een meetbare vorm van soevereiniteit is tegelijkertijd veelvuldig gehoord en regelmatig bekritiseerd. Wat is immers een gradatie van soeverein? Moet het afhangen van de sector, de soort software, het gemak om van een product af te komen? Als het alleen om één tak van sport gaat zoals cloudgebruik is de conclusie, op basis van welke definitie dan ook, dat het merendeel van Europese organisaties tekortschiet. AWS, Microsoft Azure en Google Cloud hebben namelijk samen ongeveer 70 procent van de Europese cloudmarkt in handen. Europese aanbieders blijven steken rond de 15 procent.
Score van 0 tot 4
PwC beoordeelt voor de index vier dimensies. Bij infrastructuur draait de analyse om datacenters, cloud, netwerken en de mogelijkheid om van provider te wisselen (ook wel ‘stickiness’). Bij software kijkt PwC naar vendor lock-in, bij data naar opslaglocatie, toegang en portabiliteit. Bij expertise, of ‘know-how’, draait het om de vraag of een organisatie haar systemen zelf kan begrijpen en doorontwikkelen. Elke dimensie krijgt een score van 0 (‘afhankelijk’) tot 4 (het felbegeerde ‘strategisch soeverein’). Ook governance, contracten en dienstverleners worden beoordeeld. Klanten krijgen kritieke bevindingen, een doelbeeld en een roadmap met prioriteiten. Een traject duurt zes tot twaalf weken voordat een score eruitrolt.
Als aanleiding voor de nieuwe index noemt PwC geopolitieke spanningen, ingewikkelde licentiemodellen en regelgeving als NIS2, DORA en de EU Data Act. Het aantal zoekopdrachten naar ‘digitale soevereiniteit‘ laat ook zien dat het concept in trek is. Hoewel dit verre van een perfecte meting is, kunnen we tevens stellen dat de hyperscalers en andere techbedrijven met hun productaankondigingen net zo goed laten zien dat marktonderzoek op een groter belang voor soevereiniteit wijst.
Open source als hefboom
Volgens PwC is open source een belangrijke voorwaarde voor soevereiniteit, omdat het lock-in voorkomt en interne kennis opbouwt. Het blijft altijd een ietwat discutabel concept omdat maintainers ook gewoon buiten Europa kunnen zitten en bij minder bekende projecten niet zomaar een vervanger uit eigen continent kent. Brussel zet hoe dan ook ook op open source in en wil met die software en eigen datacenters minder afhankelijk worden voor cloud- en AI-zaken.
“Digitale soevereiniteit begint met transparantie over afhankelijkheden. Ze vormen niet allemaal een risico”, aldus Marcel Scholze, Director Open Source, Digital Sovereignty en IT-Sourcing bij PwC Duitsland. Volgens hem is het een proces met meerdere dimensies, en geen doel dat je bereikt en daarna afvinkt.
Lees ook: De opmerkelijke gevolgen van digitale soevereiniteit