De vraag naar nieuwe AI-datacenters is volgens Nokia groter dan de markt momenteel kan bedienen. Niet een gebrek aan belangstelling, maar tekorten aan onder meer energie en geheugenchips beperken het tempo waarin nieuwe capaciteit beschikbaar komt.
Nokia-ceo Justin Hotard stelt dat klanten waarschijnlijk twee keer zo snel datacenters zouden bouwen als de benodigde middelen beschikbaar waren. In gesprek met CNBC zegt hij daarom weinig te zien in de gedachte dat momenteel te veel AI-infrastructuur wordt gebouwd. De beperkingen aan de aanbodzijde zouden juist verhullen hoeveel capaciteit bedrijven daadwerkelijk willen toevoegen.
Voor Nokia is die ontwikkeling relevant omdat het bedrijf zich steeds nadrukkelijker richt op infrastructuur rond AI-datacenters. Het levert netwerktechnologie voor communicatie tussen systemen binnen een datacenter, maar ook voor verbindingen tussen afzonderlijke datacenterlocaties. Daarmee profiteert het bedrijf van een markt waarin niet alleen rekenchips, maar ook geheugen, netwerkcapaciteit en elektriciteit bepalend zijn voor verdere groei.
Energie wordt beperkende factor
Vooral de beschikbaarheid van energie vormt steeds vaker een grens aan de uitbreiding van datacenters. AI-systemen vragen grote hoeveelheden elektriciteit, terwijl nieuwe aansluitingen niet overal snel beschikbaar zijn. Tegelijkertijd kampen leveranciers met tekorten aan bepaalde soorten geheugen die nodig zijn voor AI-accelerators.
Hotard ziet die beperkingen niet als een aanwijzing dat de investeringsgolf zijn hoogtepunt heeft bereikt. Volgens hem bevindt de uitrol van AI zich nog in een vroege fase. Dat staat tegenover de groeiende discussie over de vraag of de miljardeninvesteringen in datacenters uiteindelijk voldoende rendement opleveren.
Die bedragen zijn aanzienlijk. Onderzoek dat werd gepresenteerd bij de Brookings Institution schat de investeringen in AI-infrastructuur tussen 2025 en 2032 op 10,3 biljoen dollar. Voor de financiering daarvan worden naast eigen middelen ook schulden en joint ventures ingezet. Dat vergroot de afhankelijkheid van een blijvend hoge vraag naar AI-diensten.
Bestaande AI is al voldoende voor groei
Hotard denkt bovendien dat de behoefte aan infrastructuur niet onmiddellijk verdwijnt wanneer de ontwikkeling van nieuwe AI-modellen vertraagt. De afgelopen weken is daar opnieuw discussie over ontstaan na waarschuwingen over de risico’s van steeds krachtigere modellen.
Volgens de Nokia-topman is er echter nog veel capaciteit nodig om bestaande technologie op grotere schaal in gebruik te nemen. Zelfs wanneer er drie jaar lang geen nieuwe generatie frontier-modellen verschijnt, zou de toepassing van de huidige modellen volgens hem nog aanzienlijke groei kunnen opleveren.
Daarmee verschuift de discussie over de AI-infrastructuur deels van de modellen zelf naar de fysieke voorwaarden waaronder ze kunnen worden ingezet. De beschikbaarheid van stroom, geheugen en netwerkcapaciteit kan uiteindelijk meer invloed hebben op het bouwtempo dan de bereidheid van bedrijven om in nieuwe datacenters te investeren.