Wingtech Technology heeft een rechtszaak aangespannen bij een Chinese rechtbank, waarin het minstens 8 miljard yuan (circa 1 miljard dollar) schadevergoeding eist van Nederland en herstel van de zeggenschap over chipfabrikant Nexperia. Het bedrijf beroept zich op de Chinese Anti-Foreign Sanctions Law.
Het in Shanghai genoteerde Wingtech diende de zaak in bij de Dongguanese Intermediaire Volksrechtbank. Het bedrijf stelt dat de Nederlandse overheidsmaatregelen en bijbehorende rechterlijke uitspraken die zijn controle over Nexperia beperken, discriminerende buitenlandse sancties vormen.
Achtergrond van het conflict
De problemen escaleerden eind september 2025, toen de Nederlandse overheid ingreep bij Nexperia. Uit vrees dat chipkennis naar China zou worden verplaatst, legde de overheid beperkingen op aan Nexperia om technologische knowhow in Nederland te houden. Kort daarna bleek dat de toenmalige CEO handelsgeheimen had ontvreemd. De Amsterdamse Ondernemingskamer schorste hem en stelde een onderzoek in naar het bestuur.
De financiële klap voor Wingtech was aanzienlijk. Het bedrijf schreef bijna 9 miljard yuan af op zijn belang in Nexperia, nadat auditor RSM de jaarcijfers weigerde goed te keuren. RSM had geen toegang meer tot Nexperia-informatie buiten China. De gevolgen van de Nexperia-saga zijn daarmee ook boekhoudkundig ingrijpend.
Al eerder had Wingtech een internationale arbitrageprocedure tegen de Nederlandse staat voorbereid. De nieuwe rechtszaak via de Chinese wet voegt daar nu een extra juridisch spoor aan toe. Die wet biedt bedrijven de mogelijkheid om buitenlandse maatregelen die als discriminerend worden beschouwd aan te vechten voor Chinese rechters.
Ondertussen verstrekte Invest International begin 2026 een lening van 60 miljoen dollar aan Nexperia, om de mondiale productiecapaciteit verder uit te breiden.