Tijdens Realize LIVE Europe 2026 in Amsterdam vliegen de high-tech termen je om de oren. Van multiphysische simulaties bij raceteam ORECA tot closed-loop agentic AI in de nieuwe samenwerking tussen Siemens en IFS. Maar hoe vertaal je die marketingtermen naar de nuchtere realiteit van de fabrieksvloer? We vroegen het aan Patrick Fokke, Country Manager en Managing Director Benelux bij Siemens Digital Industries Software.
Wie de LinkedIn-biografie van Patrick Fokke leest, merkt direct dat de topman weinig opheeft met tech-hypes. Hij omschrijft zichzelf als een gezonde scepticus als het gaat om transformatieprogramma’s die eerder PowerPoint-slides dan resultaten produceren. Een verfrissende houding op een grootschalig tech-event. Technologie is tenslotte een middel en geen doel, zo opent Fokke nuchter.
Fokke vertelt dat hij vijftien jaar geleden bij Siemens begon als accountmanager voor ASML, wat destijds his enige klant was. Inmiddels is hij alweer zes jaar country manager voor de Benelux. In die rol geeft hij operationeel leiding aan een Sales & Services-team van zo’n 115 mensen. Als statutair directeur draagt hij de verantwoordelijkheid voor een aanzienlijk grotere organisatie van ongeveer 1000 medewerkers in de Nederlandse softwaretak. Na de recente overname van Altair is het wereldwijde moederbedrijf trouwens de grens van 320.000 werknemers gepasseerd.
De harde cijfers achter de AI-hype
Met ruim twintig jaar ervaring in de industriële techsector heeft Fokke de complexiteit en de ontwikkelingssnelheid exponentieel zien toenemen. Toch blijft de kern van zijn werk al die jaren ongewijzigd. Volgens hem komt het uiteindelijk altijd terug op de businesscase. Wat wil je als bedrijf veranderen en hoe draagt technologie daaraan bij? Vandaag de dag kijkt iedereen naar AI, maar men vergeet weleens dat het een specifiek doel moet dienen.
Dat de markt worstelt met die vertaalslag, blijkt uit de cijfers die Fokke deelt. Waar in de bredere markt slechts 6 procent van de bedrijven AI daadwerkelijk schaalbaar en waardevol heeft geïmplementeerd, liggen de cijfers in de industriële top nog lager. Tijdens het strategische leiderschapsforum op Realize LIVE 2026, een besloten sessie met topbestuurders uit de industrie, hield Siemens een live peiling. Daaruit bleek dat slechts 3 procent van de aanwezige bedrijven AI op een schaalbare manier heeft uitgerold die echt bijdraagt aan het bedrijfsresultaat. Een heel klein percentage, concludeert Fokke. De rest ziet de voordelen wel, maar worstelt met de adoptie.
Toch is AI bij Siemens geen verre toekomstmuziek. In ontwerptools zoals NX (Design Center) wordt machine learning al jaren subtiel ingezet via functies als de command predictor. De software voorspelt op basis van historische data met 98 procent nauwkeurigheid wat de volgende handeling van een engineer zal zijn en toont die optie direct bij de cursor. Fokke vergelijkt het met schaken waarbij de software anticipeert op de volgende zetten, wat het werk simpelweg sneller en efficiënter maakt.
Van Le Mans naar het MKB

Tijdens Realize LIVE toonde Siemens verschillende cases. De Franse motorsportgigant ORECA stapt volledig over op het Siemens Xcelerator-portfolio om datasilo’s te doorbreken og multiphysische simulaties voor Le Mans-wagens te draaien. Tegelijkertijd kondigde het zeilteam Luna Rossa een vergelijkbare digitale transformatie aan. Prachtige uithangborden, maar hoe vertaal je dat naar een gemiddelde machinebouwer in de Benelux die niet over raceteambudgetten beschikt?
Volgens Fokke draait het erom dat je de dialoog aangaat en niet zomaar technologie pusht. Wat Siemens bij ORECA and Luna Rossa leert over het koppelen van data, wordt verpakt in zogeheten digital threads. Dit zijn vooraf gedefinieerde roadmaps en best practices per industrie. Een gemiddelde fabrikant hoeft het wiel dus niet opnieuw uit te vinden en profiteert direct van de lessen uit de topsport.
Het doorbreken van die datasilo’s, of het nu gaat om aerodynamica en mechanica bij ORECA of de nieuwe integratie tussen productontwerp en onderhoud via IFS, is volgens Fokke overigens zelden een puur technisch probleem. Teams dwingen om van hun eigen eilandje te stappen is een cultuurverandering, stelt hij. Siemens traint haar eigen teams dan ook om diep te graven in de organisatie van de klant, want alleen een tool installeren werkt simpelweg niet.
Geen ruimte voor hallucinaties
Een belangrijk topic tijdens het event is de opkomst van agentic AI. Waar consumenten AI vooral kennen als een chatbot die af en toe een feitje verzint, is dat in de zware industrie onacceptabel.
Fokke stelt resoluut dat je bij het ontwikkelen van vliegtuigen geen genoegen neemt met een antwoord dat ‘waarschijnlijk’ klopt. In engineering en manufacturing moet een uitkomst 100 procent accuraat zijn. Daarom koppelt Siemens AI-native systemen rechtstreeks aan data backbones zoals Teamcenter via de nieuwe Intelligent Center X-architectuur. Door gebruik te maken van graph-technologie worden uitkomsten gevalideerd op basis van een single source of truth om hallucinaties te voorkomen. De beste resultaten ontstaan volgens de topman nog altijd waar mens en AI nauw samenwerken. De mens in de loop blijft essentieel, stelt hij.
De Europese blinde vlek
Wanneer we Fokke vragen naar de grootste algemene aanname in de techsector waar hij zijn vraagtekens bij zet, verschuift zijn blik naar het geopolitieke toneel en de discussie rondom digitale soevereiniteit. Hij waarschuwt dat er in Europa en de Benelux simpelweg te weinig aandacht is voor de enorme afhankelijkheid van met name de VS als het gaat om rekenkracht voor AI.
Europa heeft noch de grote AI-modellen, noch de grootschalige compute-capaciteit in eigen hand. Dat noemt hij paradoxaal, want hoewel we met ASML in Nederland een absolute wereldspeler hebben die de machines levert voor de krachtigste chips, staan de enorme datacenters die nodig zijn voor die rekenkracht niet hier. Daar moeten we als regio volgens hem echt alerter op worden.
Focus op diepte in de Benelux
Die focus op de specifieke businesscase hangt nauw samen met Fokke’s marktstrategie in de Benelux. Die staat op zijn LinkedIn-profiel te boek als: ‘fewer accounts done properly beats broad coverage done thin’. In de praktijk hanteert Siemens hiervoor een gedifferentieerd model. Strategische accounts van enorme omvang, zoals zijn voormalige klant ASML, worden direct bediend door dedicated accountteams die dagelijks bij de klant over de vloer komen.
De rest van de brede Nederlandse en Belgische markt wordt bewust gedekt via een netwerk van gespecialiseerde partners. Dit varieert van wederverkopers tot build- en servicepartners. Zij brengen specifieke vakkennis mee van bijvoorbeeld simulatietools of low-code.
Volgens Fokke is die gelaagdheid essentieel. Een industrieel bedrijf met vijftig werknemers doet in de praktijk simpelweg het liefst zaken met een partner van een vergelijkbare omvang. Dat werkt prettiger dan rechtstreeks schakelen met een wereldwijd concern van honderdduizenden medewerkers.
De opdracht voor maandag
Siemens investeert fors in het trainen van modellen die specifiek begrijpen wat een 3D-model, een materiaallijst of een werkinstructie is. Juist omdat die ontwikkelingen zo snel gaan, trok Fokke na een ronde over de beursvloer een duidelijke conclusie voor zijn eigen organisatie.
Hij vertelt hoe hij de dag ervoor rondliep met het hoofd van een groot aerospace-bedrijf, die zijn ogen uitkeek en verbaasd vaststelde dat hij niet wist dat al deze mogelijkheden al ingebouwd zaten in de tools die ze gebruikten. De klant wilde direct een vervolgsessie boeken voor al zijn engineers.
Het bracht Fokke tot een belangrijk persoonlijk inzicht. Siemens schiet er weleens in tekort om vocaal genoeg over te brengen wat er al mogelijk is. Klanten zijn zo gefocust op hun dagelijkse operatie dat ze soms missen hoe snel hun vaste tools evolueren. Zijn belangrijkste opdracht aan zijn team voor de komende tijd is dan ook om proactief bij de klant aan tafel te schuiven en te laten zien hoe ze AI nu al concreet kunnen inzetten. Maar, zo besluit Fokke met een glimlach naar zijn eigen LinkedIn-filosofie, altijd direct gekoppeld aan de specifieke businesscase. Het moet onder de streep op de P&L te zien zijn.