Red Hat heeft enorme sprongen gemaakt in virtualisatie. Het beheren van virtual machines (VM’s), containers en recent ook de zwaardere AI-workloads vereist continu aandacht van IT. Maar het virtualisatiedossier begint de traditionele IT-afdeling ook te overstijgen, vanwege de stijgende kosten gelieerd aan virtualisatievraagstukken. Hoe kun je daar het best op inspelen? Wij bespraken het met Mike Barrett, Vice President en General Manager of Red Hat Hybrid Platforms.
Het probleem waar veel infrastructuurteams vandaag de dag tegenaan lopen, gaat beduidend verder dan alleen de alom besproken, stijgende licentiekosten. IT-afdelingen moeten momenteel drie fundamenteel verschillende typen workloads in de lucht houden. Ze balanceren tussen klassieke VM’s voor essentiële legacy-applicaties, snelle containers voor moderne cloud-native ontwikkeling, en zware, GPU-intensieve workloads voor artificial intelligence. Bij traditionele platformen vraagt dit om drie gescheiden operationele modellen, met eigen beheerteams, beveiligingsprotocollen en gespecialiseerde tooling. Volgens Red Hat is deze versnipperde aanpak op de lange termijn onhoudbaar en bovenal uiterst inefficiënt.
Red Hat richt zich dan ook scherp op consolidatie. OpenShift moet de drie werelden samenvoegen op één enkel platform, gedreven door één universeel operationeel model en een consistente securityaanpak. VM’s, containers en geavanceerde AI-toepassingen draaien probleemloos naast elkaar en worden via exact dezelfde interface beheerd en beveiligd. De complexiteit voor beheerders wordt daardoor drastisch gereduceerd.
Van IT-hoofdpijn naar boardroom-businesscase
Dat virtualisatie aan de IT-kant hoog op de agenda staat, mag an sich niet zo gek zijn. Maar het is ook buiten de IT-afdeling een discussiepunt geworden. Dit vooral vanwege de ingrijpende wijzigingen in licentiemodellen van VMware sinds de overname door Broadcom eind 2023. De nieuwe licentiestructuren bij VMware hebben de hele markt in beweging gebracht. Red Hat speelde hier proactief op in door VMware-klanten te verleiden met migratieopties, met in sommige gevallen kostenbesparingen tot 70 procent.
Volgens Barrett komt de drang om nu te migreren in eerste instantie dan ook niet voort uit een diepgewortelde technische ambitie, maar uit een simpele, onontkoombare economische rekensom. Organisaties kunnen de exponentieel gestegen kosten van hun huidige virtualisatieoplossing niet langer verantwoorden tegenover de directie. Toch is de impact van deze marktverschuiving niet overal direct voelbaar; deze trekt in golven door de sector. Barrett wijst erop dat veel grote enterprise-organisaties werken met langlopende contracten van vijf tot acht jaar. Dit betekent dat de financiële schokgolf sommige bedrijven nu pas begint te bereiken. Veel organisaties bevinden zich daardoor momenteel in een overgangsperiode, wat verklaart waarom Red Hat tot op de dag van vandaag nieuwe klanten aantrekt die actieve strategische hulp zoeken bij het hertekenen van hun IT-landschap.
Wat er wezenlijk is veranderd, is de plek waar de knoop over virtualisatie wordt doorgehakt. Voorheen was het een puur technisch en vrij onzichtbaar vraagstuk voor de IT-afdeling in de krochten van het datacenter. Nu staat het prominent op de agenda van de bestuurskamer. “Als je een businesscase hebt met echte cijfers, is het veel makkelijker om een groter platform naar binnen te halen waar het hele bedrijf mee akkoord gaat”, aldus Barrett. De financiële afweging is overtuigend geworden. Het maakt de zakelijke overweging aanzienlijk aantrekkelijker dan een simpele, een-op-een vervanging van de onderliggende hypervisors louter om technische redenen.
Heroverwegen van cloudstrategie
Bij een grootschalige infrastructuurmigratie werd de public cloud vaak als een logische stap gezien. De vraag rijst dan ook waarom organisaties hun workloads niet gewoon volledig overhevelen naar AWS, Azure of Google Cloud. Red Hat draagt hiervoor drie belangrijke argumenten aan die voor veel grote enterprises de doorslag geven om toch voor een hybride model te kiezen.
Allereerst is er het vraagstuk van operationele consistentie. Wie zijn IT-architectuur volledig bouwt op de specifieke, eigen diensten van één enkele hyperscaler, wordt onvermijdelijk geconfronteerd met vendor lock-in en gefragmenteerd beheer zodra er later toch wordt uitgeweken naar een andere omgeving of leverancier. Elke afzonderlijke cloud hanteert immers een compleet ander operationeel model, afwijkende tooling en andere netwerkprimitieven. Red Hat OpenShift fungeert juist als een universele abstractielaag die overal identiek werkt. Of het platform nu draait op private infrastructuur in het eigen datacenter, op een public cloud, aan de rand van het netwerk of in volledig afgesloten omgevingen, de beheerervaring blijft exact hetzelfde.
Een tweede, nauw hiermee samenhangend argument is de drang naar onafhankelijkheid en datasoevereiniteit. Wie diepgaand standaardiseert op de propriëtaire diensten van een grote techleverancier, levert onvermijdelijk onderhandelingsruimte en regie in. Een open hybrid cloud-model moet een alternatief bieden voor deze afhankelijkheid. Barrett merkt op dat dit thema momenteel enorm leeft in de directiekamers. In onafhankelijke evaluaties waarbij platformen op meerdere infrastructuren worden getest, scoort de technologie van Red Hat steevast hoog op dit vlak. De terminologie blijkt daarbij cruciaal: waar een droog technisch betoog over hybride clouds soms weinig losmaakt, oogst datzelfde verhaal steevast bijval wanneer het wordt verpakt in de actuele context van digitale soevereiniteit.
Tot slot speelt keiharde wet- en regelgeving een onmiskenbare rol. Voor organisaties in sterk gereguleerde sectoren, zoals de financiële dienstverlening, de gezondheidszorg, de vitale overheid en de telecomsector, is een volledige public cloud-strategie in veel gevallen onmogelijk vanwege strikte nationale en internationale compliance-eisen. Voor deze specifieke sectoren is een goed ingerichte hybride cloud een werkbare, legale en veilige IT-strategie die zij kunnen volgen.
Migratie op schaal vergt slimmere tooling
Een migratie van een complete virtualisatieomgeving is echter een project dat tijd kost. Het raakt in de praktijk vaak honderden bedrijfskritische applicaties en brengt reële operationele risico’s met zich mee. Engineers en beheerders komen voor de opgave te staan om de legacy omgeving met volledige beschikbaarheid strak in de lucht te houden, terwijl ze gelijktijdig de nieuwe architectuur moeten ontwerpen, opbouwen en inrichten. Dit alles gebeurt veelal zonder structurele uitbreiding van het personeelsbestand en met de eis dat er geen enkele Service Level Agreement mag worden geschonden.
Om deze complexiteit effectief te beteugelen, heeft Red Hat de Virtualization Migration Assessment ontwikkeld. Met deze diepgaande dienst analyseerde Red Hat wereldwijd al meer dan een miljoen VM’s, wat een schat aan ruwe data en onmisbare praktijkervaring opleverde. De software geeft organisaties volledig, transparant inzicht in hun volledige applicatielandschap, voordat er ook maar één enkele workload fysiek wordt verplaatst. De tool maakt rechtstreeks verbinding met de bestaande virtualisatieomgeving en beoordeelt elke VM nauwkeurig en individueel. Het systeem herkent vrijwel direct of een specifieke VM een complex, geclusterd bestandssysteem heeft, wat aanzienlijk meer migratietijd en voorbereiding vereist, of dat deze simpelweg draait op standaardinstellingen en daardoor geautomatiseerd in een batch kan worden overgezet. De software levert per VM een concrete, betrouwbare schatting van de benodigde migratietijd. De IT-afdeling kan zo datagedreven prioriteiten stellen, gefaseerde migratieplannen smeden met fallback-opties en budgetten inplannen.
Inhaalslag op de werkvloer
Hoewel de Linux KVM-hypervisor onder OpenShift Virtualization de meest uitgerolde hypervisortechnologie ter wereld is, waren er wel wat extra wensen van grote organisaties die naar voren kwamen ten tijde van de migratiegolf in en na 2023. Virtualisatiebeheerders verlangden naar een vertrouwde linker navigatiebalk, overzichtelijke functionaliteiten als multi-selectie en doeltreffende knoppen voor het pauzeren, starten en stoppen van systemen. Red Hat besefte dat het platform zich moest aanpassen aan de werkwijze van de gebruiker, en absoluut niet andersom. Deze ClickOps-werkwijze is daarom in recordtempo ontwikkeld en volledig in de standaard interface van OpenShift geïntegreerd.
Gelijktijdig met de interface-aanpassingen moest ook de onderliggende netwerkstack drastisch worden uitgebreid om echt enterprise-ready te zijn. Gespecialiseerde virtualisatieteams willen dat elke tenant een eigen geïsoleerd subnet krijgt, alsmede volledige ondersteuning voor hardgecodeerde IP-adressen en de mogelijkheid om een complexe netwerktopologie één-op-één over te nemen naar het nieuwe platform. Dit wensenlijstje bracht een stevige kettingreactie aan complexe technische vereisten met zich mee in de backend, waaronder verregaande integraties voor VLAN-trunking, dynamische BGP-routing, EVPN en fijnmazige loadbalancing. Red Hat OpenShift zette die stap door user-defined networks voor VM’s te introduceren, wat een groot deel van deze dagelijkse pijnpunten direct wegnam.
Klaar voor live migraties
Een wat recentere grote ontwikkeling vond eind 2025 plaats. Toen verscheen de veelgevraagde mogelijkheid voor de live migratie van VM’s tussen twee compleet verschillende Kubernetes-clusters, zonder merkbare downtime voor de gebruiker. Ook werden er efficiënte differentiële back-ups toegevoegd aan de kern, waarbij het systeem alleen nog maar de ruwe data opslaat die daadwerkelijk is gewijzigd. Deze functionaliteit integreert met platforms als Veeam, Commvault en Rubrik.
Daarnaast is met versie 4.21 geavanceerde Dynamic Resource Allocation voor GPU’s toegevoegd, wat het platform definitief gereed en schaalbaar maakt voor de extreem zware AI-workloads van de nabije toekomst. De volgende versie van OpenShift zal memory overcommitment toevoegen. Daardoor leert de onderliggende Kubernetes-engine om bij VM’s fundamenteel anders om te gaan met geheugentoewijzing dan bij standaard, lichte containers. Aangevuld met right-sizing dashboards, die beheerders visueel en direct inzichtelijk maken of er ergens onnodig dure resources worden verspild, wil Red Hat een antwoord hebben op de hardwarekrapte op de markt.
Om de instapdrempel voor traditionele IT-omgevingen te verlagen, lanceerde Red Hat in 2025 bovendien de Red Hat OpenShift Virtualization Engine. Dit is een speciale, afgeslankte editie van OpenShift gericht op het stabiel draaien van VM’s, zonder dat beheerders direct worden geconfronteerd met de bredere containerlaag. Het vormt een opstap voor bedrijven die wel willen moderniseren, maar de stap naar volledige containerisatie of AI-adoptie nog te groot vinden.
Mijlpalen
Dat de brede strategie van het aanbieden van één uniform platform voor VM’s, containers en AI-workloads daadwerkelijk succesvol is, blijkt uit de harde cijfers die het bedrijf onlangs kon overleggen. Red Hat meldde vol trots een belangrijke, historische mijlpaal: OpenShift heeft de magische grens van 2 miljard dollar in Annual Recurring Revenue doorbroken. Daarnaast is er een groei van 400 procent in gemigreerde virtuele machines en een toename van ruim 70 procent in het aantal nieuwe, betalende klanten. Het laat zien dat de behoefte om virtualisatie modern in te richten vandaag de dag springlevend is.
Tip: Chris Wright: Metal-to-agent staat aan de basis van schaalbare enterprise AI