De IT-sector kampt met een sluipend en potentieel ontwrichtend probleem van kennisverlies. Voor een topic als Europese digitale soevereiniteit is aansluiting met moderne frameworks nodig. Dat kan haast niet zonder diepgaande specialistische softwarevaardigheden in huis te hebben. Het Belgische Klarrio roept dan ook op nu te investeren in breed opgeleide engineers om te voorkomen dat bedrijven achterlopen.
Verschillende organisaties overwegen af te stappen van propriëtaire Amerikaanse clouddiensten. Denk aan financiële dienstverleners en nutsbedrijven. Een Europees alternatief kan aantrekkelijk zijn. Om dat goed toe te passen, komen bedrijven al snel tot de conclusie dat ze open-source moeten gebruiken. Dat vereist engineers die ook nog eens kundig zijn in onderhoud en doorontwikkeling. Als een zo hoog mogelijke vorm van digitale onafhankelijkheid nagestreefd wordt, kan er eigenlijk niet geoutsourcet worden. De software skills heb je idealiter intern volop ter beschikking.
Volgens Kurt Jonckheer (CEO), Bruno De Bus (CTO) en Lieven Gesquiere (Senior Director R&D) van Klarrio dreigt er echter een nijpend tekort aan kennis en vaardigheden. En dat potentieel grote probleem kent meerdere oorzaken.
Het onderwijs verschraalt, behoefte aan ‘full-stack’ denker neemt toe
Het fundament van het naderende tekort wordt al gelegd in de schoolbanken. Hoewel de complexiteit van het vakgebied de afgelopen tien jaar exponentieel is toegenomen, zijn opleidingen verschoven van het opbouwen van een solide basis in de informatica naar een meer gedetailleerde focus op specifieke specialisatiegebieden. Het gaat dan met name om datamanagement, cybersecurity en nu ook AI. Hierdoor beschikken pas afgestudeerden steeds minder over de brede kennis die nodig is om soepel de arbeidsmarkt te betreden.
Gesquiere ziet dagelijks hoe deze versmalling botst met de realiteit. “Voor bepaalde kritische componenten binnen moderne architecturen blijven mensen nodig die van onderaan tot bovenaan in de softwarestack kunnen redeneren”, legt Gesquiere uit. “Dat mag geen zeldzaamheid zijn, maar is een absolute basisvereiste voor het bouwen en onderhouden van betrouwbare systemen.”
Volgens Gesquiere ontbreekt het instromende engineers steeds vaker aan essentiële fundamentele kennis. “Curricula zijn in de breedte gegroeid, maar missen de diepte. Networking is bij sommige IT-masterprogramma’s gedegradeerd tot een keuzevak, terwijl het voor engineers die naar de cloud gaan het absolute fundament is.” Daarnaast wijst hij op de kloof tussen theorie en de moderne praktijk. “Cloud-native frameworks zoals Apache Kafka, Flink en Spark, of moderne programmeertalen zoals Rust en Go, komen in veel programma’s nauwelijks aan bod. Er zijn simpelweg te weinig docenten met operationele praktijkervaring in deze technologieën. Studenten moeten die kennis zelf maar opdoen, wat resulteert in een structurele kennisachterstand bij binnenkomst.”
AI vervangt ervaren teams niet
Deze kennislacune leidt tot IT-teams vol specialisten met een zeer gerichte, maar beperkte blik. De Bus waarschuwt voor de ontwrichtende gevolgen hiervan op de werkvloer. Binnen complexe softwareomgevingen is het hebben van individuele experts simpelweg niet voldoende.
“Het hele team moet collectief een gemeenschappelijk mentaal model hebben van het volledige platform om daaraan te kunnen bouwen”, stelt De Bus scherp. “Als je alleen experts hebt voor specifieke, geïsoleerde onderdelen, helpt dat niet echt. Als die persoon wegvalt, zit de rest van de organisatie ineens met software die werkelijk niemand meer begrijpt.”
Zonder dit brede, gedeelde begrip verliest een team het vermogen om goede beslissingen te nemen over onderhoud of aanpassingen. De Bus trekt de parallel naar fundamentele IT-kennis: “Kennis van veel programmeerfuncties in cloud networking werd eerder vanzelfsprekend meegegeven. Nu zien we in de praktijk dat teams eigen of door AI gegenereerde code in productie zetten zonder de bredere gevolgen voor de infrastructuur in te schatten. Recentelijk zijn er daardoor datacenters van grote partijen volledig platgegaan.”
De sluipmoordenaar van IT
Precies deze oppervlakkige kennis in combinatie met een gebrek aan overzicht en een blind vertrouwen in automatiseringstools leidt tot software-infarcten. AI kan de achterstand niet zomaar compenseren. “AI kan wellicht security-issues opsporen of code genereren, maar het introduceert net zo goed nieuwe, complexe problemen als de output niet uiterst kritisch wordt beoordeeld”, vult Jonckheer aan. “Daarvoor is nu juist die breed opgeleide expertise nodig die we momenteel dreigen kwijt te raken.”
Als niemand binnen de organisatie begrijpt wat het gegenereerde systeem doet en hoe het onder de motorkap werkt, dan zullen vanzelf de software-infarcten ontstaan. Deze ongecontroleerde code zal volgens Klarrio binnen afzienbare tijd leiden tot gigantische, systeemkritieke vastlopers.
Lees ook ons eerdere artikel over hoe AI software-infarcten dreigt te introduceren.
Droogleggen van de eigen kweekvijver
Ondanks de duidelijke noodzaak voor diepgaande menselijke kennis, signaleert Jonckheer een paradoxale reactie in de markt. Gedreven door de hype rondom AI, zijn veel bedrijven gestopt met het aannemen van juniordevelopers, in de veronderstelling dat algoritmes dat basale werk wel kunnen overnemen. Het effect hiervan reikt echter veel verder dan de directe besparing op de loonlijst.
“We creëren hiermee een gigantisch maatschappelijk probleem voor de toekomst”, waarschuwt Jonckheer. “Waarom zou een 17-jarige vandaag de dag nog kiezen voor een loodzware, veeleisende technische studie van vijf à zes jaar, als overal het bericht klinkt dat juniorposities door AI overbodig worden gemaakt?”
Jonckheer benadrukt ook dat de instroom van junioren vandaag de basis legt voor de senioren van morgen. Iedereen die deze doorstroom afsnijdt, zal over een paar jaar geconfronteerd worden met een onoplosbaar generatieprobleem. “Voor de doorstroming van kennis heb je een ononderbroken keten nodig”, benadrukt Gesquiere. “Van jongeren op de middelbare school, via hoger onderwijs, tot ervaren professionals die de tijd krijgen om operationele vlieguren te maken. Doorbreek je die keten, dan eindig je met een markt vol onbetaalbare experts en niemand die de brug naar de praktijk nog kan slaan.”
Zonder kennis geen onafhankelijkheid
Deze problematiek krijgt een urgente, geopolitieke dimensie door de groeiende wens naar Europese digitale soevereiniteit. Zowel de publieke als private sector wil minder afhankelijk worden van Amerikaanse hyperscalers. Een beweging die door Klarrio wordt toegejuicht, maar die tegelijkertijd enorme eisen stelt aan de Europese arbeidsmarkt.
“Steeds meer van onze klanten, zeker in kritieke sectoren zoals financiële instellingen en de nutsvoorziening, maken de reflectie om naar een ‘plan B’ of een puur Europese cloud over te stappen”, merkt Jonckheer op. Dit wordt deels gedreven door extreme commerciële druk en datahonger vanuit de grote cloudproviders. Hij geeft het recente voorbeeld van Atlassian, dat het gebruik van de tools Jira en Confluence standaard wil inzetten om AI-modellen te trainen, tenzij klanten duizenden euro’s voor een ‘opt-out’ betalen. “Als alle vertrouwelijke bedrijfsinhoud in zulke generieke modellen belandt, verlies je de controle over je intellectueel eigendom. Die ontwikkeling moeten we stoppen.”
Maar de transitie naar de sovereign cloud is complex. De Bus belicht de technologische kant van deze verschuiving: “Een soevereine, open-source omgeving biedt niet out-of-the-box de functionaliteiten die je bij een Amerikaanse clouddienst krijgt. De complexiteit verschuift. We spreken dan over bare metal servers, containerorkestratie via OpenShift of SUSE Rancher, complexe Kubernetes-omgevingen en alsmaar zwaarder wordende compliance-wetgeving. Dit zijn geen processen die je met een druk op de knop regelt.”
De overstap vereist engineers die niet alleen code kloppen, maar die open-source oplossingen begrijpen, kunnen bouwen, onderhouden en er de volledige verantwoordelijkheid voor kunnen dragen met 24/7-beschikbaarheid. “Als Europa echt minder afhankelijk wil worden, moeten we beseffen dat die nieuwe platformen door onszelf gebouwd en beveiligd moeten worden”, stelt Gesquiere. “Dat vraagt een leger aan technisch hoogopgeleide mensen, met vaardigheden die binnen de EU beschermd en gekoesterd moeten worden.”
Onafhankelijkheid begint intern
De crux van het verhaal is dat digitale onafhankelijkheid hand in hand gaat met interne kennis. Bedrijven die hun core software-infrastructuur blijven uitbesteden en het beschouwen als een bijzaak in plaats van een kerncompetentie, verliezen uiteindelijk hun vermogen om zich te differentiëren.
Dit geldt uiteraard ook voor Klarrio zelf. Daarom is het goed om te kijken hoe men daar anticipeert op de problemen die de heren voorzien. Toen de groei van het bedrijf post-covid verdubbelde, bleken de reguliere wervingskanalen simpelweg uitgeput. De beslissing viel al snel om de controle in eigen hand te nemen. In plaats van passief te wachten op een falende arbeidsmarkt, startte Klarrio in 2022 een eigen academy, waarbij zij externen zonder recente of zeer uitgebreide data-engineeringachtergrond intern in negen maanden tijd betaald omschoolden. Er was wel een vereiste dat deelnemers vanuit het verleden met data in aanraking kwamen, zodat er al een bepaald niveau was.
Inmiddels is deze aanpak geëvolueerd naar continue, bedrijfsbrede programma’s. Gesquiere legt uit hoe theorie en praktijk hierin samenkomen: “Vorig jaar hebben we een bedrijfsbreed AI-curriculum uitgerold, waarbij teams een compleet nieuw, fictief bedrijf moesten opzetten, deels met en deels zonder AI. We meten zo objectief de efficiëntiewinst en definiëren meteen strakke regels. We gebruiken bijvoorbeeld geen in de VS gehoste AI-modellen voor klantdata.”
De inzichten uit dit project vloeien nu door in een doorlopend Advanced Development Program. Hierin krijgen medewerkers structureel de tijd en begeleiding van teamleiders en architecten om met nieuwe technologieën te experimenteren, waarbij AI fungeert als leertool, en niet als vervanging van het eigen leerproces. Dit programma gaat later dit jaar van start om weer een stapje verder te gaan in het bijbrengen van softwarekennis aan personeel.
Onder de streep blijft het ook een zaak waarop gestuurd moet worden bij het aannemen van nieuw personeel. Want programma’s aan bestaande medewerkers aanbieden kan zeker bijdragen aan het behalen van het juiste vaardigheidsniveau, maar het is ook belangrijk om mensen aan boord te halen die een hoog vaardigheidsniveau kunnen halen. Volgens De Bus is bij het aantrekken van werknemers de juiste mindset vooral de doorslaggevende factor. “Wij zoeken niet per se naar het perfecte cv, wij zoeken naar mensen die nieuwsgierig zijn. Mensen die continu nieuwe dingen willen leren en de diepte in durven gaan.” Jonckheer vult aan: “Leeftijd speelt daarin geen enkele rol. We zien twintigers die al volledig vastgeroest zijn in hun denkwijze en vijftigers die vol passie nieuwe frameworks doorgronden.”
Kennis als kloppend hart van digitaal
De adoptie van AI en de drang naar Europese onafhankelijkheid maken software engineers niet overbodig; ze maken de behoefte aan diepgaande, breed onderlegde tech-professionals juist groter dan ooit. Als bedrijven en overheden blijven verwachten dat complexe digitale infrastructuur moeiteloos blijft draaien, terwijl het onderwijs inkrimpt en de instroom van talent wordt geblokkeerd, is een conflict onvermijdelijk.
Het goede nieuws is dat het tij wel te keren is, mits organisaties bereid zijn de verantwoordelijkheid voor kennisopbouw zelf te dragen. Kennis is immers geen professionele dienst die je zomaar kunt outsourcen. Het is het hart van je digitale bestaansrecht. Wie dat negeert, loopt vroeg of laat volledig vast en tegen een software-infarct aan.