Intel Tiger Lake: grote ambitie, knappe cijfers, maar wat met beschikbaarheid?

Intel detailleert wat er onder de motorkap van de op til zijnde Tiger Lake-chips voor laptops zit. De chipbouwer schept een veelbelovend plaatje, maar de belangrijkste vraag blijft onbeantwoord.

Op een digitale editie van zijn Architecture Day onthult Intel wat er precies achter de noemer ‘Tiger Lake’-schuilt. Tiger Lake is de codenaam voor de nieuwste laptopprocessors van de fabrikant. De cpu’s worden in principe volgende maand gelanceerd. Met Tiger Lake moet Intel eindelijk weerwoord bieden op de uitstekende Ryzen 4000 Mobile-processors van AMD. De lat ligt hoog: lukt dat niet, dan krijgt AMD de kans zich te verankeren in de laptopmarkt als beter alternatief.

10 nm SuperFIN

Op papier heeft Intel een krachtig wapen in handen. Tiger Lake wordt eerst en vooral gebakken op 10 nm. De fabrikant maakt gelukkig komaf met de ‘+’-tekens die de versie van het proces indiceerden. Voor 10 nm komt er dus geen herhaling van 14 nm++++: zeg maar gewoon 10 nm SuperFin. SuperFin staat voor ‘SuperMIM capacitor design en herontworpen FinFET-transistors’. Het 10 nm SuperFIN-proces van Intel is het technische equivalent van het 7 nm-proces dat TSMC gebruikt voor AMD’s processors.

Zeg maar gewoon 10 nm SuperFin.

Tiger Lake is gebouwd op de Willow Cove-architectuur. Die volgt Sunny Cove op, dat de fundering was voor Ice Lake. Ice Lake behelst eveneens 10 nm-chips, maar de cpu’s worden geplaagd door een totaal gebrek aan beschikbaarheid. Tenzij je in de markt bent voor een handvol erg specifieke premiumlaptops, bestaan Sunny Cove en Ice Lake enkel op papier.

Efficiënter en sneller

Intel claimt dat Willow Cove een grote sprong voorwaarts is vergeleken met Sunny Cove. De architectuur is synoniem met meer cache, extra beveiligingsfuncties maar vooral significant hogere kloksnelheden. Dat is belangrijk: Intel stopt de laatste jaren meer kernen in zijn cpu’s en die kernen krijgen hogere boostfrequenties, maar de basiskloksnelheden zijn gedaald in vergelijking met vroeger. Willow Cove moet Tiger Lake een boost geven in het GHz-departement zonder dat het verbruik en TDP van de chips daardoor stijgt.

Verder beweert Intel dat Willow Cove flexibeler is dan Sunny Cove. De chips hebben dus hogere frequenties aan een gegeven voltage maar kunnen terwijl veel dynamischer schalen in het gevraagde voltage. Wat dat precies betekent voor de autonomie van Tiger Lake-laptops en de prestaties van een gegeven cpu, zullen we pas binnen enkele maanden met zekerheid weten.

Krachtige Xe-graphics

Met Tiger Lake maakt Intel verder een enorme grafische sprong voorwaarts. De Willow Cove-cpu’s worden op de chip gecombineerd met een splinternieuwe reeks van Xe LP-graphics. De matige Intel HD en Iris-graphics krijgen dus een opvolger. De Xe-architectuur vloeit voort uit Intels ambitie om in de gpu-markt binnen te breken. De fabrikant sleutelt al een tijdje aan eigen grafische kaarten en gebruikt de opgedane kennis nu voor de geïntegreerde grafische capaciteiten van Tiger Lake.

Lees ook: Intel toont Xe DG1: eerste discrete grafische kaart uit eigen stal

Intel vertrouwt erop dat de Xe-graphics de vloer zullen vegen met de concurrentie. Dat is een straffe claim. Zelfs voor de comeback van AMD had die fabrikant één sterkte: de grafische capaciteiten op zijn APU’s. Intel is er zeker van dat de Tiger Lake-chips de alternatieven van AMD zullen overtreffen. De chipbakker baseert zich daarvoor op eigen testresultaten. Uit eerder gelekte benchmarks bleek dat een Intel Core i7-i1165G7 een AMD Ryzen 7 4700 met 35 procent overtreft tijdens de 3DMark Time Spy-test. Let wel: het gaat hier enkel om de grafische capaciteiten.

Kloppen de claims, dan lanceert Intel binnenkort chips die zuiniger zijn dan ooit, toch meer rekenkracht bieden dan hun voorgangers en voor het eerst grafische capaciteiten aan boord hebben waar je iets mee kan. Intel klopt zich op de borst en hoopt met de processor een punt te zetten achter enkele moeilijke jaren.

Wat met de beschikbaarheid?

Technisch gezien hebben CEO Bob Swan en zijn team alles in huis om dat waar te maken. De grootste problemen van Intel zijn momenteel niet de kwaliteit van de chips. Ice Lake-processors zijn ook erg goed, zoals eerder al bleek uit onze tests. Het probleem is vooral dat wie Ice Lake wil, de keuze heeft uit een handvol dure ultrabooks en meer niet. Voor het gros van de laptops serveert Intel je 14 nm Comet Lake voor en daar wordt niemand warm van.

Wat we vooral willen weten, is of Intel de chips in voldoende volume van de band kan duwen. Daarover blijft het bedrijf verdacht vaag. Er komt in ieder geval geen 14 nm-aankondiging naast Tiger Lake: de processor zal alleen staan als nieuwste model. Intel geeft wel aan dat het aan de OEM’s is om te kiezen hoe lang ze voor bepaalde chips kiezen en dat klinkt als een verdoken excuus om aan te geven dat Comet Lake misschien toch nog even prevalent blijft.

We willen vooral weten of Intel voldoende chips van de band kan duwen.

Het kan natuurlijk ook voorzichtigheid zijn. Intel zelf beweert dat het alle 10 nm-productieproblemen intussen overwonnen heeft. Een statement genre “iedere fabrikant die een Tiger Lake-chip in zijn laptop wil steken, zal dat kunnen”, blijft helaas uit. Op papier tekent Intel met Tiger Lake een veelbelovende chip. Nu moeten we hopen dat die binnenkort ook in een grote variëteit aan laptops zit.

Lees ook: Wat je moet weten over processors en nanometers