Apple plant Macs met zelfgemaakte iPhone-cpu’s voor 2021

Tegen volgend jaar wil Apple Macs lanceren met Arm-cpu’s aan boord. De fabrikant werkt aan een 12 core-chipdesign gebaseerd op de A14-chip die de iPhone van dit jaar zal aandrijven

Apple plant in 2021 Macs te lanceren met Arm-chips aan boord in de plaats van x86-cpu’s van Intel. De geruchten rond die ambitie gaan al enkele jaren mee maar werden vorige maand plots erg concreet. Bloomberg ontdekte nu dankzij anonieme bronnen binnen Apple nieuwe details.

Apple zou vanaf volgend jaar gradueel overschakelen naar eigen chipdesigns voor zijn Macs. Dat betekent dat de computers van de fabrikant op termijn op Arm zullen draaien. Apple plant om de transitie te starten bij de minst krachtige toestellen van de line-up. Vermoedelijk zal het daarbij om instapmodellen van de MacBook Air gaan of Mac mini gaan.

iPhone-chips

Volgens de bronnen werkt Apple aan drie verschillende SoC’s, allemaal gebaseerd op de A14. Dat is de processor die de eerstvolgende iPhone zal aandrijven, al moet de computerchip significant beter presteren dan zijn mobiele broertjes.

In eerste instantie plant Apple computers te lanceren met 12 core-cpu’s in een big.Little-configuratie. Denk daarbij aan acht krachtige rekenkernen bijgestaan door vier zuinige exemplaren. Krachtig is hier een relatief begrip, aangezien ook de bronnen aanstippen dat de Arm-hardware niet kan tippen aan het meer high end-spectrum van Intels line-up. Arm-gebaseerde computerchips zoals de Snapdragon 8cx en Microsoft SQ1 mikken typisch op het Core i3-gamma van de processorgigant.

Potentieel zuiniger

Het meest voor de hand liggende potentiele voordeel van Arm-hardware in een laptop is de autonomie. Voorstanders van de architectuur voor computers schetsen beelden van een smartphone-achtig batterijleven in een relatief krachtige pc. In theorie is Arm een energiezuinigere architectuur dan x86, in de praktijk toonde het platform dergelijke winsten nog niet aan.

Arm is een fundamenteel andere architectuur dan x86. Dat betekent dat ontwikkelaars software speciaal voor de nieuwe Arm-Macs moeten schrijven, ook al draaien die laptops op het eerste zicht hetzelfde besturingssysteem als hun Intel-evenknieën. Microsoft lost dat euvel op met een ingebouwde emulator, maar dat brengt dan weer eigen problemen met zich mee. X86-toepassingen emuleren op Arm-hardware vraagt veel meer van een systeem dan native-applicaties, wat inhakt op zowel prestaties als autonomie.

Ontwikkelaars

Alles wijst erop dat Apple in 2021 effectief Microsoft achterna zal huppelen met Arm-pc’s. Beide fabrikanten lijken bovendien van plan om het platform een mooie toekomst te geven. De vraag is maar hoe die ambitie in de praktijk zal uitdraaien en daarvoor ligt de bal in het kamp van ontwikkelaars. Zijn die bereid om hun software twee keer te bouwen, één keer voor Arm en één keer voor x86? Of kiezen ze resoluut voor x86, dat zeker voor professionele toepassingen in de nabije toekomst veruit het krachtigste platform zal blijven?

Voor Apple speelt er echter meer dan prestaties alleen. De fabrikant is vandaag afhankelijk van Intel voor de vernieuwing van zijn line-up, en het processortekort samen met de fel vertraagde overstap naar 10 nm zorgde ervoor dat Tim Cook en de zijnen hun roadmap moesten aanpassen. Apple vindt het bovendien een beter idee om zoveel mogelijk van het designproces van een product in house te plaatsen, wat niet kan met x86 maar wel met Arm.