Eén op vijf werknemers gefrustreerd door verouderde hardware op het werk

Belgische werknemers die op hun werk met aftandse technologie aan de slag moeten gaan, voelen zich minder productief en raken sneller gefrustreerd in hun job. Dat blijkt uit een nieuwe studie van IT-dienstenleverancier Unisys.

Een vijfde van de Belgische werknemers is ontevreden met de technologie die hun werkgever beschikbaar stelt. Vier procent klaagt daar ook effectief over bij zijn baas. Voor 16 procent van de werknemers is het voldoende reden om uit te kijken naar een nieuwe baan.

De cijfers wijzen op de noodzaak om moderne technologieën uit te rollen op de werkvloer. “Werknemers willen overal gemakkelijk hun werk kunnen uitvoeren, zonder over obstakels heen te hoeven springen”, verklaart Rudolf de Schipper, Senior Project Manager bij Unisys Belgium. “Het uitrusten van apparaten met de juiste applicaties en productiviteitstools is van cruciaal belang.”

BYOD

Wie dat niet doet, riskeert dat werknemers het heft in eigen handen nemen en hun persoonlijke toestellen mee naar het werk brengen. Dat brengt evenwel ook risico’s met zich mee. Drie op vijf digitale werkers die hun eigen apparaten gebruiken, installeren daarop applicaties die niet ondersteund worden door het IT-departement. Ze doen dat omdat de apps “beter zijn dan wat het bedrijf aanbiedt” of omdat “het bedrijf geen alternatief aanbiedt”.

 

“BYOD zet zich langzaamaan door, maar lang niet zo massaal als gedacht”

 

Voorlopig loopt de Bring Your Own Device (BYOD)-beweging evenwel nog niet zo’n vaart, weet de Schipper. “BYOD zet zich langzaamaan door, maar lang niet zo massaal als gedacht. Je kan bijvoorbeeld zien dat mobiele telefoons bij bedrijven onder een BYOD-regeling vallen, maar een pc dan weer niet.”

De redenen hiervoor zijn divers. “Het heeft te maken met de supportdruk die een smartphone met zich meebrengt (laag) tegenover een pc (hoger), waarbij je in dat laatste geval dus eerder geneigd bent naar uniformiteit”, zegt de Schipper.

Volgens de Schipper zijn ook werknemers veel minder geneigd om hun eigen pc op het werk te gebruiken, in vergelijking met een smartphone: “De luxe van een pc te krijgen van de baas weegt blijkbaar nog steeds op tegen de flexibiliteit van hem zelf te mogen kiezen.”

Ten slotte zijn de financiële prikkels vanuit bedrijven om naar BYOD te gaan niet groot genoeg. “De huidige regeling gaat uit van een maximaal bedrag per maand voor een werknemer, wat in veel gevallen geen aantrekkelijke regeling is. Het is niet interessant of vereist een flinke investering van de werknemer op voorhand”, legt de Schipper uit.

Onderscheid

Unisys stelt in zijn studie een groot onderscheid vast tussen bedrijven die door hun werknemers als technologische voortrekkers worden beschouwd, en bedrijven die als achterblijvers worden bestempeld. Een derde van de Belgische werknemers (27%) beschouwt zijn werkgever als een technologische voortrekker. 19 procent beschouwt zijn werkgever als een achterblijver.

 

“Velen zijn gefrustreerd en hebben één oog op de deur als resultaat”

 

Bij de achterblijvers is 36 procent van de werknemers gefrustreerd met de technologie die ze ter beschikking krijgen. Bij de technologische voortrekkers is dat maar tien procent. Die mate van frustratie is recht evenredig met de kans dat werknemers afhaken. Tien procent van de werknemers bij de technologische achterblijvers overweegt het bedrijf te verlaten, tegenover twee procent bij de voortrekkers.

“De cijfers tonen duidelijk een nieuw paradigma in de huidige Belgische digitale werkplaats: bijna een derde van de mensen die werken voor technologische achterblijvers, heeft het gevoel dat verouderde apparaten de productiviteit beperken. Velen zijn gefrustreerd en hebben één oog op de deur als resultaat”, zegt de Schipper. “Hun frustratie is heel reëel en heeft een tastbare emotionele impact.”

De studie werd uitgevoerd bij meer dan 12.000 digitale werkers verpsreid over twaalf landen. In België namen 1.002 mensen deel. De respondenten waren afkomstig uit verschillende sectoren en leeftijdscategorieën.