EU-commissaris: Opbreken techbedrijven levert vooral problemen op

In diverse landen wordt momenteel gekeken naar de monopolies van grote techbedrijven. Een aantal regelgevers roepen zelfs op om de bedrijven op te breken. Maar volgens Margrethe Vestager, Europees Commissaris van mededinging, levert dat meer problemen op dan dat het oplost.

Vestager deed haar uitspraken bij de Web Summit in Lissabon, schrijft IT Pro. Daar vergeleek ze het opbreken van techbedrijven met Hydra van Lerna. Dat is een slangachtig wezen uit de Griekse mythologie dat meer hoofden groeit als er één wordt afgesneden.

Facebook opbreken

Er wordt al langer gesproken over de mogelijkheid om techbedrijven op te breken, en dan met name bij Facebook. Onder meer Chris Hughes, medeoprichter van het bedrijf, riep eerder dit jaar op om de overnames van WhatsApp en Instagram terug te draaien. CEO Mark Zuckerberg is de afgelopen tijd bovendien meermaals komen getuigen in hoorzittingen over de diverse problemen met het bedrijf.

Vestager is vooralsnog niet onder de indruk van de verklaringen van Zuckerberg bij die hoorzittingen. Maar het opbreken van het bedrijf is dus niet per se de oplossing. Bovendien kan dat in het geval van Facebook ook helemaal niet, verklaart de Eurocommissaris.

“Vanuit een concurrentieoogpunt moeten ze iets doen waardoor het opbreken van het bedrijf de enige oplossing is voor het illegale gedrag”, aldus Vestager. “En zo’n zaak speelt nu niet.”

Boetes zijn ook geen oplossing

De mededingingscommissaris benadrukt verder dat er ook via boetes maar een gelimiteerd deel van de problemen opgelost kan worden. Volgens Vestager zijn er na het uitdelen van boetes namelijk niet zozeer hervormingen te zien bij bedrijven, maar vooral “grotere ambities”.

“Als je kijkt naar de nieuwe Google-diensten die gelanceerd worden, de plannen van Facebook Libra en de streamingdiensten van Apple, dan zie je steeds groter wordende ambities.”

Volgens Vestager ligt de oplossing dan ook niet bij boetes en mededingingsautoriteiten. Ze stelt juist dat er besloten moet worden hoe de bedrijven “ons moeten dienen”.