België geeft Google boete van 600.000 euro voor niet naleven privacyregels

De GBA vindt dat Google zijn voeten heeft geveegd aan het Europees afgedwongen ‘recht om vergeten te worden’ en legt daarom zijn hoogste boete tot nu toe op.

Google hield zich niet aan het recht om vergeten te worden, zo oordeelde de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA). De uitspraak komt er na een klacht van een Belg die twee pagina’s uit de zoekresultaten van Google verwijderd wilden zien. Het gaat om oude pagina’s met betrekking tot linken met een politieke partij en een weerlegde klacht wegens pesterij. Google wees beide aanvragen af waarna de klager naar de GBA stapte.

Wat de link met een politieke partij betreft, volgde de GBA Google. De klager in kwestie heeft blijkbaar een publieke functie waardoor de vermeende link relevant blijft. Wat de pagina in verband met de klacht voor pesterij betreft, wijst de GBA Google wel met de vinger. De autoriteit vindt dat Google ernstig tekort schoot. “De verwijten werden niet vastgesteld, ze zijn oud en ze hebben waarschijnlijk ernstige gevolgen voor de klager”, klinkt het. “Daarom krijgen de rechten en belangen van de betrokken voorrang.” Dat Google de vraag toch afwees, getuigt volgens de Geschillenkamer van de GBA van ernstige nalatigheid.

Hoge boete

De weigering om de pagina te verwijderen, het gebrek aan motivatie voor de weigering en het gebrek aan transparantie in het aanvraagformulier voor het recht om vergeten te worden leveren Google nu een boete van 600.000 euro op. Verder moet Google de betreffende zoekresultaten wegfilteren in de Europese Unie en zijn formulier aanpassen. De GBA legt de boete specifiek op aan Google Belgium. Met 600.000 euro is de boete de grootste die de GBA al oplegde.

Google zelf argumenteerde dat Google Belgium niet schuldig kan zijn, aangezien Google LLC in Californië verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking. De GBA vond dat een nonssens-argument aangezien de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat betekent dat de GBA de dochteronderneming wel aansprakelijk kan stellen. Die redenering is belangrijk aangezien het anders erg moeilijk is om organisaties met hoofdzetel in de VS ter verantwoording te roepen voor schendingen in het kader van de GDPR.

Hielke Hijman, voorzitter van de Geschillenkamer, noemt hecht veel belang aan de uitspraak: “Deze beslissing is historisch voor de bescherming van persoonsgegevens in België, niet alleen vanwege het bedrag maar ook omdat ze ervoor zorgt dat de volledige en effectieve bescherming van de burger wordt gehandhaafd in dossiers van grote internationale groepen, zoals Google, waarvan de structuur zeer complex is.”

Google laat intussen aan Datanews weten dat het in beroep gaat. Het argumenteert dat het beschikbaar stellen van de pagina’s wel degelijk in het algemeen belang is.