Ericsson-CEO waarschuwt Europa: “China loopt voor in AI”

Ericsson-CEO waarschuwt Europa: “China loopt voor in AI”

Europa dreigt structureel achterop te raken in de wereldwijde AI-ontwikkeling als het de modernisering van zijn telecominfrastructuur niet versnelt.

Dat stelt Ericsson-topman Börje Ekholm tijdens het Mobile World Congress in Barcelona in gesprek met Bloomberg. Volgens hem profiteert China momenteel van een duidelijke voorsprong dankzij de manier waarop het land zijn 5G-netwerken heeft ingericht.

China beschikt inmiddels over een landelijk dekkend standalone 5G-netwerk. In tegenstelling tot de non-standalone varianten die in veel Europese landen zijn uitgerold, draait standalone 5G volledig op een nieuwe 5G-core en is het niet langer afhankelijk van bestaande 4G-infrastructuur. Dat maakt lagere latency, netwerk slicing en efficiëntere verwerking van grote datastromen mogelijk. Juist die eigenschappen zijn essentieel voor het grootschalig inzetten van AI-toepassingen.

Volgens Ekholm biedt die technische basis China een strategisch voordeel. Bedrijven kunnen sneller nieuwe toepassingen ontwikkelen en uitrollen, onder meer op basis van compacte taalmodellen die lokaal of in edge-omgevingen draaien. De stap van experiment naar brede implementatie wordt daarmee kleiner. In Europa verloopt die ontwikkeling trager doordat de netwerkinfrastructuur minder ver is gemoderniseerd.

De impact van AI beperkt zich bovendien niet tot software. De opkomst van nieuwe apparaten en AI-gedreven hardware vergroot de druk op telecomnetwerken aanzienlijk. Denk aan augmented reality-brillen die continu realtime-informatie verwerken en streamen, of aan industriële toepassingen waarbij sensoren en AI-modellen permanent data uitwisselen. Zulke scenario’s vereisen stabiele verbindingen met hoge capaciteit en minimale vertraging. Zonder verdere investeringen in netwerken kunnen operators moeite krijgen om die belasting op te vangen.

Nieuwe infrastructuur voor AI-intensieve toepassingen

Tegen deze achtergrond werken telecomleveranciers nadrukkelijk aan de volgende generatie netwerken. Ericsson neemt deel aan een initiatief onder leiding van Qualcomm om 6G-technologie te ontwikkelen die vanaf de basis is ontworpen voor AI-intensieve workloads. Nokia volgt een vergelijkbare koers in samenwerking met Nvidia. De inzet is duidelijk: toekomstige netwerken moeten niet alleen sneller zijn, maar ook geoptimaliseerd voor grootschalige AI-verwerking.

Ekholm koppelt de technologische achterstand expliciet aan het Europese beleid. Hij pleit al langer voor meer ruimte voor consolidatie onder telecomoperators, zodat zij voldoende schaal en financiële slagkracht krijgen om te investeren in nieuwe infrastructuur. Daarnaast zou Europa volgens hem structureel meer middelen moeten vrijmaken voor technologische ontwikkeling.

Intussen groeit in China een uitgebreid ecosysteem van AI-ontwikkelaars, variërend van gevestigde internetconcerns tot snel opschalende startups. De combinatie van geavanceerde infrastructuur, kapitaal en een grote thuismarkt zorgt ervoor dat innovaties sneller kunnen worden getest en uitgerold. Volgens Ekholm staat Europa voor een fundamentele keuze: vasthouden aan het huidige tempo of versnellen om in de AI-economie relevant te blijven.