Intel faalt verder in 7 nm-ontwikkeling en overweegt uitbesteding productie

Intel is goed op weg om het 10 nm-fiasco over te doen met de uitrol van 7 nm. Ook dat proces loopt immers vertraging op, waardoor het bedrijf overweegt productie uit te besteden. Het aandeel kelderde als reactie.

Intel-CEO Bob Swan gaf eerder dit jaar grif toe dat 10 nm een probleemnode was voor zijn bedrijf. Ook vandaag nog staat de uitrol van 10 nm-processors op een laag pitje, met desktopcomponenten pas gepland voor de tweede helft van volgend jaar. AMD, dat aanklopt bij chipbouwer TSMC, rolt al geruime tijd cpu’s uit op de 7 nm-node, al dient gezegd dat 7 nm bij TSMC het equivalent is van 10 nm bij Intel. Een fijnere proces node vertaalt zich rechtstreeks in zuinigere, minder warme en dus potentieel snellere chips, waardoor de achterstand een concurrentieel probleem is voor Intel.

Swan verklaarde in maart dat 10 nm een kleine node zou blijven voor Intel en dat de focus intern al op 7 nm lag. De 7 nm-productiebanden van de Amerikaanse chipbouwer moesten eind 2021 online komen, min of meer op tijd om te concurreren met 5 nm van TSMC, dat opnieuw functioneel equivalent is. De inhaalbeweging zou Intel opnieuw op gelijke voet brengen met TSMC-klant AMD. Uit de financiële rapportage van Q2 2020 van Intel blijkt nu dat ook 7 nm vertraging oploopt. Zoals het er nu voor staat, zullen de eerste 7 nm-componenten pas van de band rollen aan het einde van 2022. Tegen dat hoopt TSMC 3 nm klaar te hebben en loopt Intel opnieuw een node-generatie achter.

Uitbesteding

Onder druk van analisten gaf Swan tijdens de toelichting van de resultaten aan dat Intel overweegt om productiecapaciteit bij externe partijen op te kopen, moest dat nodig zijn. Dat statement heeft vermoedelijk betrekking op de eerste Ponte Vecchio datacentergpu’s voor 7 nm. Die nieuwe accelerators van de chipbouwer moeten onder andere de Aurora-exascalecomputer in de VS aandrijven. Zoals het er nu voorstaat, kan Intel de chip niet zelf bouwen voor de deadline.

De vraag is waar Intel zijn componenten wil laten bakken. TSMC is de logische keuze, maar de Taiwanezen zitten al vrijwel volgeboekt door bestellingen van bestaande klanten. Dat zijn bovendien concurrenten van Intel, die niet bepaald blij zouden zijn met de keuze van TSMC om Intel voorrang te geven. Dat staat vermoedelijk niet op het programma, aangezien het als een paal boven water staat dat Intel het liefst op termijn opnieuw alles binnenshuis wil bakken. Langetermijnvoordeel kan TSMC dus niet boeken met team blauw, in contrast met bijvoorbeeld AMD.

Financiële klap

De uitbesteding zou hoe dan ook een zware klap zijn voor Intel. In eerste instantie leiden de marges op de componenten eronder maar de secundaire gevolgen zijn zo mogelijk nog erger. Intel zou de facto zijn rol als leider in chipconstructie opgeven. Nooit eerder besteedde de fabrikant de productie van high end-componenten uit, aangezien de chipspecialist uit Santa Clara altijd geschikte fabrieken in handen had. Als Intel er niet in slaagt zijn nieuwste hardware zelf te bakken, dan komt er een einde aan 50 jaar dominantie.

Die bedenking maakten aandeelhouders zich ook, waarop ze het aandeel prompt door ramen en deuren naar buiten smeten. De koers daalde met bijna 20 procent als reactie op de uitspraken van Swan. AMD’s aandelen kenden een vrijwel rechtstreeks evenredige stijging. Ondanks het slechte nieuws is de reactie van aandeelhouders enigszins verrassend. Hoewel Intel zichtbaar en grandioos faalt op innovatief vlak vergeleken met de concurrentie, blijft het bedrijf een financiële krachtpatser. De kwartaalresultaten zelf overtroffen de verwachtingen van analisten met een omzetstijging van 20 procent vergeleken met Q2 van 2019.

Die realiteit volstaat niet voor de markt om de zorgen rond de toekomst te compenseren. De toekomst ziet er wat dat betreft niet rooskleurig uit: tenzij Intel goed nieuws op het programma heeft en de vertraging rond 7 nm kleiner is dan gevreesd, blijft de onrust bij aandeelhouders en analisten voortduren.