Microsoft zet datacenter onder water in voor COVID-19-onderzoek

Microsoft zet zijn onderzees datacenter voor de kust van Schotland in voor het wereldwijde Folding@home-project, dat momenteel hoofdzakelijk wordt gebruikt in de zoektocht naar een COVID-19-vaccin.

Een belangrijk element in de zoektocht naar een effectieve behandeling tegen het coronavirus, is het simuleren van de manier waarop menselijke proteïnen vouwen in de cellen binnen het lichaam. Het is bij de ontwikkeling van een vaccin of andere medicijnen belangrijk om uit te vinden hoe deze proteïnen op de juiste manier vouwen. Daar zijn enorm veel computerberekeningen voor nodig.

Met het Folding@Home-project kunnen computergebruikers een deel van hun ongebruikte computerkracht hiervoor ter beschikking stellen. Op dit moment wordt die gedistribueerde rekenkracht ingezet voor onderzoek naar een COVID-19-vaccin en dat zorgde voor een explosieve groei in het aantal bijdragers. Half april beschikte het netwerk over een grotere rekencapaciteit dan ’s werelds 500 krachtigste supercomputers tezamen.

Microsoft laat in een blogpost weten dat het sinds enkele maanden bijdraagt aan Folding@Home, meer bepaald via zijn onderzees datacenter dat het twee jaar geleden te water liet voor de kust van Schotland. Het datacenter is een grote waterdichte tank, gevuld met 865 servers. Die worden integraal ingezet voor het onderzoek naar een coronavaccin en draaien non-stop, waardoor het datacenter sinds kort tot de 1 procent grootste bijdragers behoort.

Het eigenlijke doel van Microsofts onderzeese datacenter is om te testen hoe haalbaar het is om dergelijke datacenters onder water ooit commercieel uit te rollen. Dat zou verschillende voordelen met zich kunnen meebrengen op vlak van energieverbruik, omdat het water voor een natuurlijke koelsysteem zorgt. Processors kunnen voortdurend aan een hogere snelheid blijven draaien, zonder dat extra energie nodig is om ze af te koelen.