Microsoft, Dell en VMware werken samen aan één IoT-oplossing

Drie technologiegiganten hebben besloten om samen te werken op vlak van IoT (Internet of Things) om verticale markten te bedienen. Microsoft komt met zijn Azure IoT Edge-applicatie, VMware met Pulse IoT Centre om data te monitoren en toestellen te beheren en Dell met zijn Edge Gateways.

Allereerst wordt de samenwerking tussen VMware Pulse IoT Centre en de Microsoft Azure IoT Edge uitgerold naar de goedgekeurde edge-systemen zodat die kunnen starten met het verzamelen en analyseren van alle data, allemaal in realtime.

Edge gateways

Deze combinatie is specifiek geoptimaliseerd voor Dell Edge Gateways (dual-core Intel Atom-hardware aan boord), maar kan ook een combinatie van andere gateway/edge-systemen continu monitoren en beveiligen met de laatste patches en updates. Het kan ook steeds de gezondheid van elk geconnecteerd toestel analyseren.

De totale set is beschikbaar vanaf de tweede jaarhelft. In oktober 2017 vierde Dell de lancering van zijn IoT-divisie met de belofte om over drie jaar meer dan 1 miljard dollar te investeren in onderzoek.

Gedistribueerde IT

Dell volgt het idee dat IT steeds meer gedistribueerd wordt, na een periode van centralisatie via verschillende cloudproviders. Ze gokken erop dat rekenkracht meer nodig is in de edge om de enorme hoeveelheid data te analyseren dat nodig is voor artificiële intelligentie.

Met diezelfde gedachtegang lanceerde Microsoft vorige maand nog zijn eigen Azure Sphere voor IoT-toestellen. Het gebruikt hiervoor eigen chips via Mediatek, de Azure cloud en voor het eerst een volledig eigen Linux-gebaseerd OS.

Michael Dell, CEO van Dell Technologies, vertelt op Dell Technologies World aan ZDNet dat het heel interessant is om de opmars in edge computing te zien, dat nu echt wel gestart is. “We hebben heel wat klanten gehad die met AI in de public cloud werken. Ze schrikken dikwijls van de hoeveelheid data, de bijhorende kosten en de snelheid waarmee ze opereren. Ze ontdekken overigens ook dat hun data veel waardevoller wordt, en willen we dat echt allemaal naar iemand anders doorsturen om daarna opnieuw van hen te huren?”