Europees opendata-initiatief wordt volwassen

EU-landen worden steeds beter in het openstellen van data vergaard door overheden. Ook de kwaliteit van de data gaat erop vooruit, blijkt uit een jaarlijks onderzoek van Capgemini.

De Europese Unie mikt erop om zoveel mogelijk data, vergaard en gegenereerd door overheden, publiek beschikbaar te maken. Datasets over bijvoorbeeld landbouw, energie en gezondheidszorg maar ook uit de sector van het openbaar vervoer, steden en gemeenten, kunnen zo gebruikt worden door derden. Dat leidt tot nieuwe inzichten en toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan de integratie van vervoersdata van De Lijn of de NMBS in Google Maps. De vijfde editie van het Open Data Maturity Report, uitgegeven door Capgemini Invent, stelt vier belangrijke trends vast inzake de beschikbaarheid de kwaliteit van open data.

Consolidatie en kwaliteit

Eerst en vooral blijkt uit het onderzoek dat de landen van de unie een fase van data-consolidatie zijn ingegaan. Aanvankelijk werd data zo snel mogelijk beschikbaar gesteld maar intussen kijkt de EU naar een duurzame terbeschikkingstelling. Dat vertaalt zich in een uitgewerkt opendata-beleid, doordachte governance en uitgewerkte dataportalen die data eenvoudiger beschikbaar maken.

Een tweede trend bouwt daarop voort. Waar kwantiteit enkele jaren geleden de prioriteit was, komt de focus steeds meer op kwaliteit te liggen. Het is niet meer voldoende om een dataset open te stellen. Landen voeren steeds vaker kwaliteitscontroles uit, zodat de waarde van de data voor hergebruik door derden stijgt. Het onderzoek ziet de nauwere band tussen nationale overheden en onderzoekers en ontwikkelaars die gebruik maken van de data als drijvende kracht.

Impact en kansen

Waar data eerst publiek werd gemaakt als doel op zich, proberen instanties nu zoveel mogelijk impact te hebben met hun datasets. Landen zoeken naar inzichten over hoe de data waarop ze zitten een meerwaarde kan bieden. Zo kunnen ze beter inspelen op de noden van hergebruikers.

Een logisch gevolg van die trend is dat overheden in het algemeen steeds meer gebiologeerd raken door de mogelijkheden van open data. Lidstaten onderzoeken zelf hoe ze data kunnen delen tussen instanties onderling en met elkaar. Niet alle gegevens kunnen zomaar gedeeld worden, bijvoorbeeld omwille van privacyredenen. Om aan die realiteit tegemoet te komen kijken de lidstaten naar manieren om toch waarde uit gegevens te distilleren zonder een negatieve impact op privacy.

De kern van de zaak volgens het rapport is dat het opendata-project in de EU volwassenheid heeft bereikt. Er is geen sprake meer van een berg gedeelde gegevens die publiek zijn omdat het moet. Datasets worden gecureerd, en meerwaardecreatie staat centraal.