IBM krijgt liefde van Canonical ondanks Red Hat-acquisitie

IBM en Red Hat claimen afzonderlijk te blijven functioneren, ondanks de overname. Dat IBM net zo goed samenwerkt met Canonical, illustreert dat die ambitie wordt waargemaakt.

De overname van Red Hat door IBM deed vragen rijzen over de onafhankelijkheid van beiden. Een mens zou al snel denken dat IBM voor de softwarekant eerst naar Red Hat en Fedora zou kijken, ten koste van andere Linux-spelers. Beide bedrijven claimden van het begin af aan dat dat niet zou gebeuren. Het lijkt erop dat IBM wat dat betreft woord houdt.

Een opvallende illustratie daarvan zien we op een IT en finance-event in New York. IBM zet daar zijn mainframes in de verf met Ubuntu Z van Canonical als OS. Opvallend, aangezien ook Red Hat een perfect compatibel Linux-aanbod heeft. “Sommige gebruikers willen de veiligheid van een mainframe combineren met de flexibiliteit van Ubuntu”, verduidelijkt Canonical-CEO Mark Shuttleworth aan ZDNet. “Wij geven hen die optie, en werken erg comfortabel samen met IBM, ook na de Red Hat-acquisitie.”

Illustratie van onafhankelijkheid

Dat de baas van Canonical zich op die manier uitlaat over IBM illustreert dat die laatste erin slaagt om op een erg geloofwaardige manier zaken te voeren los van dochteronderneming Red hat. Dat is niet alleen belangrijk voor IBM, maar ook voor Red Hat zelf. Linux haalt zijn kracht voor een stuk uit de onafhankelijkheid van het opensource-concept. Als IBM Red Hat te sterk zou absorberen, zou de aantrekkelijkheid van de Linux-specialist in veel gevallen verdwijnen.

IBM is niet de enige die dezer dagen een smal pad moet bewandelen tussen onafhankelijkheid en zelfpromotie. Dell kent na de overname van VMware een gelijkaardige spreidstand. De hardware van die fabrikant moet enerzijds openblijven voor andere spelers, terwijl andere OEM’s het vertrouwen moeten behouden om in zee te gaan met de virtualisatiespecialist.