NetApp neemt StackPointCloud over voor eenvoudiger beheer Kubernetes-platformen

NetApp heeft vandaag bekend gemaakt dat het StackPointCloud overneemt. Dat is een startup uit Seattle, die het gebruik van Kubernetes gemakkelijker maakt. Kubernetes zijn het belangrijkste framework voor het beheren van clusters van software-containers.

Kubernetes zijn een essentieel onderdeel van moderne cloudomgevingen gebleken, bovenal omdat bedrijven steeds meer gebruik maken van containers. Deze gebruiken ze om toepassingen uit te rollen, omdat ze relatief goedkoop zijn en taken als het uitrollen van updates vereenvoudigen.

Kubernetes beheren

StackPointCloud heeft een Kubernetes-platform gebouwd dat het aantal stappen dat nodig is voor de uitrol van het framework op de voornaamste publieke clouds terugdringt. Het is daarnaast een platform dat beheer eenvoudig maakt en gebruikers ertoe in staat stelt om administratieve taken uit te voeren in één centrale interface.

NetApp heeft direct na de overname het platform opnieuw gelanceerd als de NetApp Kubernetes Service. Het nieuwe aanbod biedt alle functies van het oorspronkelijke product. Zo blijft de federation-mogelijkheid bestaan, die het voor grote bedrijven met meerdere Kubernetes-clusters eenvoudig maakt om ze op één plaats te beheren.

Maar er zijn ook nieuwe functies geïntegreerd door NetApp. Waar het platform van StackPointCloud eerst werkte met Amazon Web Services, Azure en Google Cloud Platform, is er nu ook ondersteuning voor on-premise omgevingen van NetApp toegevoegd. Daarnaast is het de bedoeling dat op een nader te bepalen moment ook het open-source project van Trident geïntegreerd wordt.

Veel sneller werken

Opvallend is dat NetApp tot de overname kwam, omdat zijn ontwikkelaars de dienst van StackPointCloud intern in gebruik hadden genomen en erachter kwamen dat deze wel heel goed werkte. De middelen die in het beheren van een Kubernetes-infrastructuur gingen zitten werd flink teruggedrongen.

Anthony Lye, senior vicepresident van de Cloud Data Services-afdeling van NetApp stelt in een blog dat het “nieuwe software gemiddeld 60 procent sneller uitbrengt, 35 procent meer tijd besteedt aan het schrijven van code en 90 procent minder tijd besteedt aan het onderhouden van nieuwe clusters.”