Googles ingebouwde Chrome-adblocker blokkeert slechts 1% van alle websites

Google heeft zijn ingebouwde adblocker dinsdag wereldwijd uitgerold. In de marge laat de internetreus weten dat tot nu toe slechts van 1 op 100 websites de advertenties werden geblokkeerd.

Het gaat dan ook eerder om een advertentiefilter dan een adblocker die alles tegenhoudt. De filter baseert zich op de richtlijnen van de Coalition for Better Ads, waar naast Google ook Facebook en andere reclamereuzen deel van uitmaken, om storende advertenties (zoals pop-ups) te blokkeren. De richtlijnen zijn dus een soort zelfregulering van de online-reclamesector.

Google begon in februari 2018 advertenties te filteren in Europa, Canada en de Verenigde Staten, en breidt nu uit naar de rest van de wereld. Het is niet zo vreemd als je daar maar weinig van gemerkt hebt: Google laat aan The Register weten dat tot op heden maar op 1 procent van alle websites de advertenties werden geblokkeerd.

Ondanks die beperkte impact slaat Google zichzelf op de borst over het belang van de coalitie en de advertentiefilter in het bijzonder. “Dit is de eerste reeks reclamestandaarden die volledig is gebaseerd op directe feedback van tienduizenden consumenten over wat ze willen ervaren wanneer ze online gaan. Als lid van de Coalition for Better Ads ondersteunen we de Better Ads Standards en Chrome zal voldoen aan de richtlijnen uiteengezet door de coalitie”, zegt een woordvoerder aan The Register.

Meer inspanningen

De inspanningen van Google om storende en kwaadaardige advertenties tegen te gaan, reiken  verder dan alleen het blokkeren van een klein percentage ads. Zo maakte het bedrijf pas bekend dat Chrome binnenkort ook advertenties gaat blokkeren die te veel systeembronnen gebruiken en blokkeert het sinds Chrome 73 zogenaamde drive-by-downloads via iframe-elementen.

Aan de andere kant werkt Google aan een API-revisie voor Chrome-extensies, die de werking van externe adblockers en filters net kan bemoeilijken. Google claimt dat het de wijziging doorvoert omwille van efficiëntie-redenen, maar dat wordt breed gezien als een drogreden. Uiteindelijk verdient Google immers nog altijd zijn brood met advertenties.