Wetenschappers: ‘Wifi is niet schadelijk voor je gezondheid’

Wifi, bluetooth en andere radiofrequentiesignalen zijn niet schadelijk voor de gezondheid. Het betreft een vorm van niet-ioniserende straling, die cellen en weefsels niet kan beschadigen. Dat stelt Kenneth Foster, professor emeritus bio-engineering aan de universiteit van Pennsylvania, in een artikel voor onderzoekstijdschrift Education Next. 

Er zijn mensen die beweren dat wifi-signalen gevaarlijk zijn voor hun gezondheid. Het zou een zogeheten elektromagnetische overgevoeligheid bij ze veroorzaken. Foster stelt echter dat dergelijke beweringen niet ondersteund worden door wetenschappelijk onderzoek.

Het informele gebruik van wetenschappelijke termen zou reden zijn voor de claims van nadelige gezondheidseffecten, veroorzaakt door wifi en andere RF- signalen. Zo spreken tegenstanders volgens Foster bij voorkeur over ‘straling’. Een term die mensen veelal associëren met nucleaire ongelukken of overmatige blootstelling aan röntgenfoto’s. 

Energie die door de ruimte beweegt

Wetenschappelijk wordt straling echter gedefinieerd als ‘energie die door de ruimte beweegt’. Zo valt zelfs het licht van een zaklamp onder deze vorm van straling. De belangrijkste onderscheidende factor is dat RF-signalen een vorm van niet-ioniserende straling zijn. Hierdoor kunnen cellen en weefsels niet worden beschadigd.

Wifi-netwerken zijn afhankelijk van communicatie tussen access points. Deze zijn vervolgens weer gekoppeld aan apparaten, die met de access points communiceren. Foster: “Als het netwerk op volle capaciteit draait, wat eigenlijk zeer ongebruikelijk is, kan de totale hoeveelheid RF-energie die op het netwerk wordt verzonden vergeleken worden met die van een enkele, in gebruik zijnde mobiele telefoon in een kamer. Die signalen komen op hun beurt van elk apparaat dat op het netwerk is aangesloten. De meeste daarvan bevinden zich op enige afstand van een bepaald persoon in de ruimte.”

Veiligheidslimieten

RF-signalen die door apparaten via wifi, bluetooth of telefoonantennes worden gegenereerd, worden daarnaast onderworpen aan verschillende tests om te verzekeren dat ze in overeenstemming zijn met veiligheidslimieten. In Amerika voert de Federal Communications Commission (FCC) deze taak uit. Volgens de professor is de wettelijke drempel van de FCC “ver onder een aantoonbaar gevaarlijk blootstellingsniveau.” 

Bovendien vertegenwoordigen wifi-signalen slechts een minimale hoeveelheid van de totale RF-straling waaraan mensen dagelijks worden blootgesteld. Zo voerde de universiteit van Barcelona een studie uit waarbij RF-blootstelling bij 529 kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar onderzocht werd. De kinderen werden voor een duur van drie dagen gevolgd. Uit dit onderzoek bleek dat wifi-signalen slechts 4 procent van de totale RF-blootstelling vertegenwoordigden. De rest van de signalen waren afkomstig van cellulaire basisstations (62 procent), tv- en radio’s (23 procent) en nabijgelegen mobiele telefoons (11 procent).

De blootstelling bedroeg ongeveer 0,001 procent van de door de Europese Commissie opgelegde veiligheidslimieten. Een vergelijkbaar limiet met die zoals opgelegd door de FCC.

Geen negatieve effecten

Ook andere onderzoeken naar RF-blootstelling, die verder gaan dan alleen de 2,4 GHz- en 5 GHz-banden die door wifi worden gebruikt, wijzen niet op een gezondheidsrisico. Zo stelde een onderzoeksrapport van het Franse Agency for Food, Environmental and Occupational Health & Safety vast dat “geen beschikbare gegevens het mogelijk maken om nieuwe blootstellingsgrenswaarden voor de algemene bevolking voor te stellen.”

Een onderzoek uit 2016 naar RF-blootstelling bij kinderen uit speelgoed, walkie-talkies en andere bronnen vond eveneens geen negatieve effecten. Dit onderzoek vond wel “beperkt bewijs” voor effecten van telefoongebruik op de cognitieve functie of het algemeen welzijn. Daarbij merken de onderzoekers evenwel op dat die effecten mogelijk eerder gekoppeld moeten worden aan het gebruik van mobiele telefoons in plaats van de frequenties die ze uitzenden.