Merendeel bedrijven ziet API-integratie als cruciaal onderdeel bedrijfsstrategie

Steeds meer bedrijven bieden naast goederen of diensten ook een platform om te integreren met partners, klanten vast te houden of nieuwe omzetkansen te vinden. Ruim 62 procent van de IT-managers zien hun bedrijf evolueren naar platformprovider, waarbij API’s cruciaal zijn voor het maken van de verbindingen.

Dit blijkt uit een rapport van Cloud Elements, op basis van een rondvraag bij 350 IT-managers. “Om succesvol te zijn in dit nieuwe API-landschap, is het belangrijk om principes en werkwijzen vast te stellen die verder gaan dan eenvoudige API-functionaliteit. Bovendien moet je kunnen leunen op veilige, effectieve en schaalbare integratie, zonder het tempo van innovatie te vertragen of onnodige kosten toe te voegen”, aldus API-evangelist Mike Amundsen in het rapport. 

Een application programming interface (API) is eigenlijk niets meer dan een set aan definities, waarmee softwareprogramma’s onderling kunnen communiceren. Een API maakt het mogelijk om andere systemen en software een ingang tot het systeem te bieden. Hierdoor kunnen verschillende systemen met elkaar communiceren en gegevens uitwisselen. Het ontwikkelen van een API-gestuurd platform kost alleen erg veel tijd. Ontwikkelteams nemen volgens het onderzoek gemiddeld 41 dagen om een nieuwe API-integratie met geavanceerde mogelijkheden te bouwen. Respondenten geven aan in 2019 gemiddeld 18 integraties te willen bouwen, in 2018 lag het gemiddelde nog rond de 11,5. 

Cruciaal voor bedrijfsstrategie

Ruim 55 procent van de respondenten ziet API-integratie als  ‘cruciaal’ onderdeel van hun bedrijfsstrategie. Zo’n 29 procent ziet het als ‘enigszins kritiek’. Het merendeel van de ondervraagde IT-managers ziet API’s dus als iets essentieels om nieuwe bedrijfsmodellen te bereiken. Hierbij worden online activa beschikbaar voor partners en omgekeerd.

API’s zijn grotendeels al onderdeel van het ontwikkelingsproces. Bijna 55 procent van de ondervraagden gebruikt naar eigen zeggen API’s om B2B-producten te bouwen, 36 procent voor mobiele producten en 29 procent voor consumentenproducten. Daarbij geeft 26 procent aan API’s te gebruiken voor werknemersproductiviteit en 22 procent voor IoT-toepassingen. 

CRM-applicaties worden het meest opengesteld voor API-integratie (24 procent), gevolgd door financiën (16 procent) en ERP (15 procent). Naast ook de database (12 procent), communicatie (10 procent) en human capital management (6 procent).

Drie aandachtspunten

Volgens Amundsen moeten API-ontwikkelaars zich in het nieuwe API-landschap concentreren op een drietal gebieden: consistent API-ontwerp, het leveren van actiegerichte API’s en de kosten van verandering verlagen.

Voor wat betreft een API-ontwerp moeten API-makers hun werk “op een consistente, meetbare en herbruikbare manier documenteren”, aldus Amundsen. Actiegerichte API’s bevatten onder meer ervaringsgebaseerde API’s, die volgens hem inspelen op specifieke eindgebruikers, gebeurtenissen of gestructureerde berichten. Ook zijn er hypermedia-API’s die ook metagegevens of instructies over hoe query’s en updates uit te voeren, retourneren.

Bovendien moeten wijzigingen in API’s worden aangepakt middels forking, door nieuwe versies parallel te laten lopen met oudere versies. Admundsen ziet dit als iets belangrijks, gezien “naarmate API-programma’s groeien en API’s steeds afhankelijker worden van andere API’s, de praktijk van het belasten van API-consumenten met het grootste deel van de veranderingskosten niet schaalbaar is.”

Gerelateerd: API-beleid in Vlaanderen: ‘We willen de bol.com van de overheid zijn’