Intel brengt Optane naar budget-pc’s

Intels Optane-geheugen is voortaan compatibel met budgetprocessors uit de Celeron- en Pentium-reeksen. Optane kan de harde schijf in dergelijke systemen bijstaan als een soort supersnel SSD-cachegeheugen.

Intel wil Optane naar budgetsystemen brengen. Optane is de productnaam voor Intels 3D Xpoint-geheugenmodules. Met 3D Xpoint ontwikkelde Intel samen met Micron een geheugentype dat het midden moet houden tussen SSD-flash en RAM. Optane biedt met andere woorden supersnel, maar niet-vluchtig geheugen.

In eerste instantie lanceerde Intel Optane als cache-optie voor Core-systemen. De impact, zowel op systeemprestaties als de markt, was minimaal. Dergelijke systemen zijn meestal al uitgerust met een SSD en de snelheidsboost die Optane met zich meebrengt, is in verhouding niet zo heel groot. Het heeft weinig zin een reeds supersnel M.2 NVMe PCIe-SSD-systeem te augmenteren met nog sneller cachegeheugen.

Vereisten

Daarom kijkt Intel nu naar zijn eigen budget-line-up. Met een driverupdate krijgt Optane-hardware plots ondersteuning voor Celeron en Pentium. De ondersteuning komt er voor chips vanaf de achtste generatie (Coffee Lake).

Intel lijkt er vanuit te gaan dat systemen met de tragere processors doorgaans ook trager opslaggeheugen aan boord hebben. Door een Optane Memory SSD in een M.2-slot te schuiven, krijgt dat opslaggeheugen er plots supersnelle cache bij. Het OS ziet de standaard opslagmodule en Optane als één geheel, waarna de software van Intel kiest welke bestanden waar staan. In essentie tover je de interne opslag zo om tot een hybride systeem met supersnelle cache.

Beste keuze?

In theorie lijkt de zet interessant. Budgetsystemen zullen minder vaak NVMe-SSD’s aan boord hebben. Vaak houden ze het op trager eMMC-geheugen. Dergelijke systemen hebben baat bij Optane. In de praktijk vragen we ons af welke computers inderdaad overweg zullen kunnen met de upgrade. Er is immers een vrij M.2-slot nodig op het moederbord, samen met ondersteuning in de bios.

In het onwaarschijnlijke geval dat beide aanwezig zijn in je Celeron- of Pentium-systeem, vragen we ons bovendien af of Optane-cache wel de best mogelijk upgrade is. Je kan immers ook gewoon een SSD in het M.2-slot klikken. De prijzen van dergelijke SSD’s zijn de laatste jaren immers flink gedaald. Voor een 32 GB Optane Memory-module betaal je ongeveer 64 euro, een 256 GB NVMe-SSD kost je vandaag minder dan 60 euro.

In typische budgetsystemen met een 1 TB HDD als standaard en een vrij M.2-slot in het moederbord kan de upgrade wel voor een significante prestatieboost zorgen. In dat geval is het vervangen van de meegeleverde terabyte door een SSD wel veel duurder, waardoor een Optane-upgrade een aantrekkelijk idee is. De ondersteuning van het moederbord zal hier de belemmerende factor blijven.

SSD-alternatief

Intel Optane als cache kon de markt nog niet helemaal overtuigen, en we hebben onze twijfels of deze driverupdate daar verandering in zal brengen. Als sneller SSD-alternatief is Optane interessanter. De Optane 905P is bijvoorbeeld een extreem performant stuk opslagtechnologie dat uitblinkt in random read en write. De prijs is hier dan weer een belangrijke factor, maar we denken dat Optane als primair geheugen in datacenters of workstations vooralsnog meer potentieel heeft dan als cache-oplossing.