Universiteit Antwerpen krijgt krachtigste, kleinste en zuinigste supercomputer van het land

De UA heeft geïnvesteerd in een DGX-2-systeem van Nvidia. Daarmee krijgt de universiteit een supercomputer in huis die niet groter is dan een koelkast, maar bestaande systemen zoals BrEniac en Genius vlot te kijk zet.

16.240 Intel Xeon E5-2680 v4-rekenkernen gehuisvest in serverracks verbonden met krachtige interconnects vormen samen BrEniac: de tot zonet krachtigste academische supercomputer van het land. Het systeem staat in een afzonderlijke ruimte en heeft zelf een volume dat dat van een kleine woonkamer evenaart. Al dat hardwaregeweld was bij de ingebruikname in 2016 goed voor meer dan 600 teraflops aan rekenkracht.

DGX-2-koelkast

De Universiteit Antwerpen haalt nu in samenwerking met Imec een enkele Nvidia DGX-2-supercomputer in huis. Dat toestel heeft het formaat van een koelkast, en is ‘off the shelve’ beschikbaar. Het bescheiden uitziende ding heeft een rekenkracht van maar liefst 2 petaflops, of meer dan drie keer meer dan BrEniac. De DGX-2 in Antwerpen is een primeur voor een universiteit in de Benelux, en het ding zet de rest van de HPC-infrastructuur in het land meteen in zijn schaduw.

Imec gebruikte zelf al een DGX-1 van Nvidia voor de analyse van camerabeelden in kader van zijn city of things-projecten. Ook dat systeem heeft met 960 teraflops al een flinke capaciteit. Voor de DGX-2 klopten de twee onderzoeksinstellingen aan bij Robovision, een AI- en Deep Learning-specialist uit het Gentse. Het toestel komt bij IDLab te staan, een onderzoeksgroep van Imec verbonden aan de UA.

 

De DGX-2 biedt in zijn kleine vormfactor genoeg rekenkracht voor een plaatsje in de top 500 van supercomputers.

De rekenkracht van de DGX-2 illustreert het belang van gpu’s in supercomputers. De HPC-infrastructuur in ons land wordt traditioneel opgebouwd uit cpu’s. Dat is goedkoper en was lange tijd voldoende. Met de DGX-2 lanceerde Nvidia echter een relatief betaalbare oplossing op basisch van ’s werelds beste gpu’s, wat een extreme parallelle rekenkracht oplevert. De kracht van een supercomputer zit hem niet zozeer in de snelheid van één enkele rekenkern, maar eerder in een groot volume aan kernen dat in tandem kan werken.

Specificaties

De DGX-2 overtreft de rekenkracht van de 16.000 Xeon-kernen in de BrEniac met amper zestien Nvidia Tesla V100-gpu’s. Dat vertaalt zich naar 81.920 CUDA-kernen gecombineerd met 10.240 Tensor-kernen. De DGX-2 is met andere woorden geoptimaliseerd voor AI-workloads. Wat de cpu’s betreft komt Nvidia weg met amper twee Intel Xeon Platinum 8168-processors. Het geheel heeft 1,5 TB aan geheugen aan boord, en gebruikt zo’n 10 KW aan energie. De DGX-2 heeft een officiële adviesprijs van 350.000 euro. Ter vergelijking: BrEniac kostte zo’n 5,5 miljoen euro.

De UA en IDlab zullen de DGX-2 in eerste instantie gebruiken voor onderzoek naar malaria. De supercomputer is ideaal voor de analyse van cellen. De RVAI-software van Robovision zal de training van de relevante algoritmes voor z’n rekening nemen. Ook na het malaria-onderzoek wordt de DGX-2 ingezet voor academische doeleinden.

Gerelateerd: Van eigen chips tot exascale-supercomputer: Europa gaat concurrentie aan met Intel en Nvidia