Belgische scale-ups dikwijls conservatief in groeipotentieel

Op de dag dat Deloitte de Fast50-winnaar uitreikt, is er ook ruimte voor de Rising Star. In samenwerking met Vlerick Business School hebben ze aan 160 jonge Belgische bedrijven een heleboel vragen gesteld. Het resultaat is de Rising Star Monitor met enkele opvallende cijfers.

Belgische scale-ups hebben dikwijls last van een klassiek Belgisch syndroom: niet genoeg ambitie hebben om te groeien. 60 procent van de ondervraagde bedrijven wil groeien, maar heeft geen grootste ambities. Amper 40 procent heeft grote ambitie om te groeien.

Deze zogenaamde ‘high-growth ventures’ van scale-ups leggen de lat daarbij steeds hoger. “Het is hun ambitie om over vijf jaar 55 extra werknemers in dienst te hebben. Daarnaast streven ze naar een verhoging van hun totale sales met 11 miljoen euro. Dat is toch een flinke stap vooruit in vergelijking met een vooropgestelde groei van 33 werknemers en 9 miljoen euro in sales vorig jaar,” licht Veroniek Collewaert toe, professor Ondernemerschap aan Vlerick Business School.

Internationaal groeien

Uit het onderzoek blijkt dat 40 procent van de ondervraagde bedrijven internationaal wil doorgroeien. Een beperkt percentage, maar wanneer een Belgisch bedrijf internationaal wil doorbreken doet het dat ineens wel goed. 83 procent wil namelijk het eerste jaar actief zijn in het buitenland. 11 procent overweegt dat pas na één tot twee jaar. 6 procent bekijkt het na twee tot vier jaar.

Belgische scale-ups met buitenlandse ambities willen snel groeien, maar nemen daarom niet een groter risico. Ze doen het niet met grote investeringen, maar kijken meer naar licenties en distributiedeals. Die vereisen minder resources en bieden de mogelijkheid om een markt op een efficiënte manier af te toetsen. 1 op 3 van de jonge spelers maakt gebruik van licenties en 1 op 4 heeft al een alliantie opgezet.

Wat betreft overnames heeft amper 3 procent (5 bedrijven) van de 160 ondervraagden al een overname gedaan. 97 procent blijft daar liever af in de beginjaren. Collewaert: “Overnames kunnen ervoor zorgen dat je explosief groeit, maar er komt ook extra complexiteit bij kijken zoals de integratie binnen het moederbedrijf. Daarnaast kost een overname ook veel geld, wat het lage percentage grotendeels verklaart.”

Wel of geen loon?

In het jaar van de oprichting betaalt bijna 50 procent van de oprichters van de scale-ups zichzelf geen loon. 2,5 jaar later verandert dat beeld ietwat maar geeft 30 procent van de oprichters zichzelf geen loon. Het gemiddelde brutosalaris dat oprichters zichzelf uitkeren, blijft constant in de afgelopen drie jaar. Op het moment van de oprichting is dat 38.000 euro; 2,5 jaar later ligt het gemiddelde op 55.000 euro.

Sam Sluismans, Partner Innovation Services bij Deloitte België: “De evolutie van de afgelopen jaren laat zien dat het ecosysteem aan maturiteit wint; bovendien focussen start-ups meer en meer op strategische allianties, licenties en overnames. Verder hebben de jonge bedrijven een stijgende groeiambitie, maar blijven bescheiden in de middelen die ze uitkeren naar zichzelf, en focussen vanaf dag één op internationalisering.”