Europese datacentermarkt is een puzzel met steeds meer stukken

Schneider Electric ziet kansen en uitdagingen

Europese datacentermarkt is een puzzel met steeds meer stukken

De Europese datacentermarkt bevindt zich in een fase van ongekende verandering. Waar traditionele markten zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk jarenlang dominant waren, verschuift de aandacht nu naar Scandinavië en het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal). Energietoegang, datasoevereiniteit en AI-workloads dwingen de industrie tot fundamentele keuzes.

In een uitgebreid gesprek met ons deelt Pablo Ruiz-Escribano Rodríguez, SVP Secure Power & Data Center Business, Europe bij Schneider Electric zijn recente ervaringen. In het ruime jaar dat hij deze functie bekleedt bij het bedrijf is er heel veel gebeurd. De gefragmenteerde Europese markt brengt namelijk unieke uitdagingen met zich mee: elk land heeft zijn eigen regelgeving en marktdynamiek. Dat is iets waar Schneider mee moet kunnen omgaan.

Een jaar vol uitdagingen en groei

Ruiz-Escribano beschrijft zijn eerste jaar als een “rollercoaster” waarin hij intensief door Europa reisde om teams te ontmoeten en de markt te leren kennen. “Europa is een heel interessant gebied. De VS [waar hij tot vorig jaar woonde en werkzaam was, red.] is in vergelijking makkelijk. Europa, met alle verschillende landen, alle verschillende regels en verschillende interesses is een geweldige uitdaging,” legt hij uit. In sommige markten is Schneider marktleider, in andere meer uitdager. Deze diversiteit vereist een gedifferentieerde aanpak per land en regio.

Verschuiving naar Scandinavië, Spanje en Portugal

Een opvallende trend is de verschuiving van datacenterinvesteringen naar niet-traditionele markten. De Flap-D-markten (Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs en Dublin) zijn nog altijd de toonaangevende hubs. Die groeien in het algemeen ook nog steeds. Toch is er een duidelijk verschuiving gaande. Die verschuiving gaat vooral richting het Noorden en het Zuiden. Specifiek gaat het dan om Scandinavië en het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal), maar ook Zuid-Frankrijk.

Er zijn meerdere redenen voor deze verschuivingen. In Scandinavië is energie niet alleen goedkoper, de regio loopt ook sterk voor op het gebied van hernieuwbare, geeft Ruiz-Escribano aan. “Er is veel vermogen beschikbaar. Daarnaast is Scandinavië ook behoorlijk goed verbonden met de DACH-markt en het Verenigd Koninkrijk,” voegt hij toe. Je kunt je datacenter in Noorwegen en zelfs IJsland bouwen en vanaf daar die markten bedienen. Er is in die regionen uiteraard ook veel natuurlijke koeling beschikbaar. Dat is zeker met de gang richting racks met een steeds hogere dichtheid in het achterhoofd zonder meer een voordeel.

Natuurlijke koeling is vanzelfsprekend geen argument om richting Spanje en Portugal te gaan. Die regio is vooral interessant vanwege de lage energiekosten en een hoog aandeel hernieuwbare energie. Het overaanbod aan wind- en zonne-energie is zelfs zo groot dat productie soms moet worden afgeschakeld. Dit maakt de regio aantrekkelijk voor datacenters die veel energie verbruiken.

De keuze voor een datacenterlocatie hangt sterk af van de use case, geeft Ruiz-Escribano aan. Voor AI-training kunnen datacenters op afgelegen locaties worden gebouwd. Voor inferencing, waarbij AI-modellen aan de slag gaan met data van klanten, is het belangrijk om dichtbij gebruikers te zitten, onder andere vanwege eisen op het gebied van latency.

Soevereiniteit is extra stukje in datacenterpuzzel

Vanzelfsprekend ziet Ruiz-Escribano ook veel gebeuren in Europa rondom soevereiniteit. Hij ziet meerdere regio’s in Europa waar overheden hun eigen infrastructuur willen bouwen om onafhankelijk te zijn van derde partijen. “Datasoevereiniteit zorgt voor veel lokale vraag in Frankrijk”, geeft hij als voorbeeld.

Soevereiniteit zorgt voor nog een extra stukje in de datacenterpuzzel die Europa moet leggen, geeft Ruiz-Escribano aan. Dat wil zeggen, soevereiniteit gaat over een andere as dan zaken zoals kosten voor energie, beschikbaarheid van energie en aansluitingen op het stroomnet. “Als er lokaal de vraag is om een datacenter te bouwen voor eigen data, dan zal het in dat land moeten staan”, geeft hij aan.

Soevereiniteit betekent niet overal hetzelfde

Daarnaast ziet Ruiz-Escribano nog iets rondom soevereiniteit in Europa: “Tot nu toe werken landen allemaal volgens een eigen definitie van soevereiniteit.” Dat werd wat ons betreft duidelijk toen de Duitse federale minister van digitale zaken actief achter de AWS European Sovereign Cloud ging staan tijdens de lancering ervan in Potsdam eerder dit jaar. Dit terwijl er in andere landen, waaronder Nederland, met enorm veel argwaan naar dit nieuwe aanbod van AWS wordt gekeken.

Ruiz-Escribano heeft er vertrouwen in dat dit soort tegenstrijdige signalen er op termijn uitgaan. “Ik denk dat er een tijd komt dat we het concept van soevereiniteit op Europees niveau harmoniseren,” stelt hij namelijk. Dat zou op zich prettig zijn, maar er moet toch nog wel behoorlijk wat water door de Rijn stromen voor dat het geval is. Dat verwachten we althans op basis van onze gesprekken en indrukken.

Uitdagingen voor Schneider Electric

De grootste uitdaging voor Schneider Electric is volgens Ruiz-Escribano niet zozeer de technologie zelf: “De voornaamste uitdaging is dat we moeten anticiperen op wat komt.” Dat klinkt wellicht niet als iets enorm ingewikkelds. Voor een speler zoals Schneider, die heel vroeg in het innovatietraject zit, is dit echter best een klus. Schneider moet ervoor zorgen dat datacenters goed gekoeld kunnen worden en voorzien kunnen worden van voldoende stroom. Ook op het gebied van UPS moet het inspelen op de ontwikkelingen.

Het bedrijf moet de roadmap dus goed op orde hebben en ook voorbereid zijn op eventuele last-minute wijzigingen. Zo hoorden we in gesprek met Steve Carlini, Chief Advocate for AI in Data Centers bij Schneider Electric, recent nog dat het bedrijf op het gebied van de stroomvoorziening voor racks zoiets heeft moeten doen. Nvidia ontwikkelde het eigen GPU-portfolio zo snel, dat Schneider een voorgenomen stap van 400V DC naar 600V DC heeft overgeslagen en meteen naar 800V DC moest gaan. Je kunt je wellicht voorstellen dat dit best een grote impact heeft op een organisatie zoals Schneider Electric. Daar moet het goed mee om kunnen gaan. Volgens Ruiz-Escribano gaat het hierbij vooral om zeer goede en nauwe banden met chipfabrikanten en serverfabrikanten. “We hebben een heel sterk partnership met Nvidia, waardoor we weten wat er de komende vier, vijf jaar aankomt.”

Een ander gebied waarop Schneider mee moet met alle snelle veranderingen van vandaag heeft te maken met het mensen. Het aannemen van de juiste mensen en het bijbrengen van de juiste vaardigheden. “Alleen zo kunnen we onze klanten goed ondersteunen. Dit is dan ook iets dat we nauwgezet monitoren”, geeft Ruiz-Escribano aan.

De menselijke component is en blijft belangrijk. Toch moet Schneider ook meer aandacht hebben voor de manier waarop datacenters worden ontworpen en dan met name hoeveel digitalisering en automatisering daarbij komt kijken. Deze zaken zijn nodig om datacenters nog beter te kunnen laten functioneren met minder en mogelijk lager geschoolde medewerkers.

Europese datacentermarkt is nooit saai

Het is duidelijk dat de Europese datacentermarkt voor grote veranderingen staat. Saai is het in de hele wereld niet als het gaat om datacenters. Daar zorgt AI wel voor. De lappendeken die Europa heet, gooit daar (zoals gewoonlijk, zou je haast zeggen) nog een extra laag complexiteit overheen. Verschillende landen en regio’s hebben verschillende prioriteiten en mogelijkheden om nieuwe datacenters te huisvesten. Datasoevereiniteit betekent niet overal hetzelfde en overheden gaan er niet over hetzelfde mee om. Dat maakt het Europese datacenterlandschap als geheel zeker niet eenvoudig om doorheen te laveren.

Schneider Electric lijkt de meeste pionnen goed op het bord te hebben staan. Toch zal het ondanks alle nauwe banden met andere spelers in de datacentermarkt toch altijd bereid en gereed moeten zijn om relatief snel van koers te veranderen. Anticiperen, investeren en samenwerken met de volledige supply chain zijn hierbij de sleutelwoorden.