Oracle: soevereiniteit is kwestie van vertrouwen, niet alleen techniek

Oracle: soevereiniteit is kwestie van vertrouwen, niet alleen techniek

De uitrol van AI kan niet zonder vertrouwen. Ook bij Oracle merkt men dat technische discussies tegenwoordig onvoldoende zijn. Organisaties vragen vaker naar wat een nieuwe IT-oplossing voor hun bedrijfsvoering betekent. We bespreken met Oracle hoe het deze aangepaste klantvraag benadert anno 2026.

We bespreken dit met Michiel van Vlimmeren, VP of Technology, en Marcel Giacomini, VP Sales Consulting bij Oracle. Hun bedrijf bestaat in feite uit twee delen: applicaties en technologie, waarbij beide heren zich richten op laatstgenoemde. Technology betekent hier de hardware- en infrastructuurzijde van Oracle. Of bedrijven nu bare-metal servers afnemen of volledig in de Oracle Cloud Infrastructure (OCI) draaien, Van Vlimmeren en Giacomini zijn veelal de ’trusted advisor’ voor de IT-infrastructuur van deze partijen.

Vertrouwen bovenop techniek

Oracle kent een divers aanbod als het om infrastructuur gaat. Het valt te zien als een spectrum van bare-metal instances waar geen Oracle-software op geïnstalleerd wordt, tot de volledige abstractielaag van OCI. Clusters van duizenden bare-metal instances, elk met maximaal 192 cores, 2,3TB aan RAM en maximaal een petabyte aan block storage, kunnen gelden als basis voor een AI-infrastructuur. Vrij van Oracle-software in deze instances betekent dat je in principe zou kunnen migreren naar een andere leverancier zonder functionaliteit te verliezen. Zoals gezegd is het Oracle-portfolio echter een spectrum: de volgende stap is wel de cloud in, maar soeverein.

We vragen de Oracle-experts wat soevereiniteit voor het bedrijf inhoudt. Immers zijn de meningen daarover verdeeld. Van Vlimmeren geeft een eenduidig antwoord dat we vaker gehoord hebben: soevereiniteit draait volgens hem om het eigenaarschap van en de toegang tot de data. In feite is het een mengelmoes van afgesproken data residency met toegangscontroles die de gegevens afschermen. Oracle zelf suggereert dat er geen meerprijs aan zit (“op hetzelfde prijspunt” als de reguliere public cloud lezen we hier). Dat kan wel gelden voor OCI zelf, maar van klanten begrijpen we dat er in praktische zin zeker een meerprijs zit aan een soevereine opzet. Dat ligt aan zaken als extra compliancemaatregelen en een beperkt aanbod aan technici (die bijvoorbeeld alleen Europees mogen zijn of van een bepaalde nationaliteit).

Tevens staat de opbouw vanuit bare-metal cloudproviders toe om Oracle te gebruiken als fundament voor hun eigen ‘soevereine’ oplossing. Dit heet Oracle Alloy, dat allerlei variaties van Oracle-infrastructuur kan draaien. We zetten ‘soeverein’ bij Alloy tussen haakjes niet omdat we sceptisch zijn over de controlemechanismen, maar omdat een Nederlandse of Europese cloudleverancier op deze wijze onderhuids nog altijd gebruikmaakt van het Oracle-aanbod. De hardware kan in een eigen datacenter staan of in een OCI-regio draaien. Opnieuw: de encryptie kan in zo’n geval zitten bij de leverancier of zelfs de eindklant. Van Vlimmeren stelt dat “het vermoeden van Amerikaans ingrijpen” bij een Amerikaanse leverancier tegen te spreken is door dergelijke maatregelen.

Lokaliseren

We zien bij Oracle een gedeeltelijk logische focus op Noord-Amerika. Het leeuwendeel van wat het Stargate-project genoemd wordt, ziet op dat continent het levenslicht. Verschillende techbedrijven, waaronder Oracle, steken er honderden miljarden dollars in. Het betreft een reusachtige reeks aan AI-complexen waarmee de nieuwste OpenAI-modellen gebouwd worden en massale AI-berekeningen plaatsvinden. “Daar gaan we de meest geavanceerde problemen in de wereld mee oplossen,” stelt Giacomini. Het is een visie van Oracle-CTO en medeoprichter Larry Ellison om, die, zoals Giacomini het omschrijft, de rekenkracht wil inzetten “waarop heel veel problemen zitten te wachten”. Kortom: indien die hoop tot realiteit transformeert, heeft de hele wereld er wat aan. Overigens investeert Oracle ook een miljard in Nederlandse cloudinfrastructuur, dus zo nauw gefocust is de inzet nou ook weer niet.

Het moge duidelijk zijn dat dit wat ver verwijderd is van de veelal beperkte IT-eisen van lokale klanten. De reden dat we het toch erbij pakken, is dat Oracle ook haar propositie “moet kunnen staven op lokale of regionale voorbeelden”, aldus Van Vlimmeren. Het draait daarbij om het tastbaar maken van IT-oplossingen, van AI-infrastructuur tot alledaagse servers voor huidige bedrijfsprocessen.

Zo’n lokaal voorbeeld is er zeker, en wel in de vorm van Dienst ICT Uitvoering, kortweg DICTU. We spreken ook met Richard Wiersema, directeur Operatie van DICTU. Vanuit zijn overheidsdienst, verantwoordelijk voor de IT van meerdere ministeries en andere overheidsorgangen, zal eind dit jaar een “agentic AI-platform” beschikbaar komen. Hoewel de discussies met Oracle in een vergevorderd stadium zijn om hier de basis voor te vormen, vertelt Wiersema ons dat ze nog wel bezig zijn. Desondanks zijn er al voorbeelden van AI-gebruik in de realiteit bij de overheid. Zo controleert AI of fotografische meldingen van aarbevingsschade in Groningen nieuw zijn en of er in een bepaald gebied sprake is van illegale visserij. Het scheelt mankracht door via drones beelden te maken en deze door AI te analyseren, in plaats van dat er inspecteurs langs moeten gaan.

Data, data, data

Het is een greep uit wat mogelijk is met de juiste data en AI-oplossing, dat via Oracle zou moeten kunnen rusten op de gewenste soevereiniteit, schaal en flexibiliteit. Toch blijft het een technische bedoening. Waarom levert Oracle niet zelf meer kant-en-klare tooling? In een later stuk duiken we in het idee achter het AI Data Platform van het bedrijf, dat meer de businesskant bedient van AI-inzichten op basis van Oracle’s systemen. Maar om op dat punt te komen, is het eerst nodig om het technisch fundament correct te hebben.

Oracle gaat nooit zelf een Large Language Model bouwen, laat Giacomini weten. Van Vlimmeren benadrukt wel dat er zeker een taak is voor zijn bedrijf om klanten wegwijs te maken met AI-modellen en het nut ervan. IT-systemen zijn vooralsnog gericht op mensen waar AI-agents op soms ongemakkelijke wijze omheen lijken te gaan. Denk alleen al aan het feit dat een AI-agent soms nog gebruik moet maken van een normaal account ter identificatie, terwijl het veel logischer is om een aparte categorie voor dergelijke AI-systemen uit te rollen. Ook is de data nog verstopt in silo’s of simpelweg niet digitaal beschikbaar. Dit alles moderniseren kan, maar vergt een pull-factor. Dat kan AI zijn, maar Van Vlimmeren en Giacomini stellen dat er nog stappen te maken zijn op dat gebied. “Quick fixes”, zoals eerstgenoemde het typeert, zijn niet genoeg.

Wat die volgende stap inhoudt, moet nog blijken. Als ’trusted advisor’ is Oracle hoe dan ook nog lang in gesprek met klanten die AI willen benutten. De stap vóór de technische integratie draait om het vertrouwen in de naleving van soevereiniteit, het gebrek aan lock-in, dat soort zaken. Die integratie zelf is veeleisend. Maar daarna volgt de verandering in businessprocessen door AI, een karwei dat vermoedelijk nog vele jaren zal duren.