Groei datacenters in Europa versnelt: wat zegt dit over de digitale ambities?

Kan Europa de VS bijhouden?

Groei datacenters in Europa versnelt: wat zegt dit over de digitale ambities?

In slechts twaalf maanden tijd is het verwachte investeringsbedrag voor Europese datacenters verdubbeld van 80 naar ruim 170 miljard euro. Deze stevige groei kun je zien als een keerpunt in de Europese tech-industrie. Kan Europa een betere concurrentiepositie krijgen ten opzichte van de rest van de wereld en dan met name Amerikaanse hyperscalers? 

Het lijkt soms wel alsof Europa zichzelf altijd maar als zwakke broeder op het wereldtoneel wil neerzetten als het gaat om de ontwikkeling van eigen technologie. We lijken er soms wel genoegen in te scheppen om nog maar eens uit te leggen dat we enorm afhankelijk zijn van Amerikaanse (cloud-)technologie en dat Europese alternatieven niet in de buurt komen van hoe goed die technologie wel niet is.

Tot op zekere hoogte is bovenstaande schets ook best accuraat. Europa heeft geen tegenhanger van AWS, Azure, GCP of OCI. Sterker nog, die spelers blijven Europa met nieuwe datacenters volbouwen. Er lijkt echter wel degelijk iets te veranderen, horen we tijdens Kickstart Europe van Michael Winterson, de secretaris-generaal van de European Data Centre Association (EUDCA).

Veel meer investeringen in Europa, maar van wie?

In de meest recente uitgave van het State of European Data Centres-rapport van de EUDCA lezen we dat er 176 miljard euro wordt geïnvesteerd in datacenters tussen 2026 en 2031. Dat is volgens een Winterson een grote stijging. Vorig jaar nog maar verwachtte men over de periode van 2025 tot 2030 investeringen ter waarde van ‘slechts’ 80 miljard euro.

Met andere woorden, de investeringen richting de toekomst in Europese datacenters zijn in een jaar tijd verdubbeld. Dat klinkt alleszins hoopgevend. Als we vragen waar die investeringen vandaan komen, wordt het beeld toch iets minder rooskleurig als je het met een soevereiniteitsbril op bekijkt. Volgens Winterson komt “verreweg het grootste gedeelte” van die investeringen van Amerikaanse spelers. Dit kunnen hyperscalers zijn maar ook grote AI-providers. Enkele maanden geleden schreven we nog over nieuwe AI-datacenters voor Microsoft die door Nscale worden gebouwd.

Europa krijgt meer ambitie

Toch ziet Winterson ook hier wel wat verschuiven. Hij ziet Europese bedrijven ook meer investeringen uit Europa krijgen en noemt onder andere nLighten als voorbeeld hiervan. Die ontwikkeling is cruciaal voor de discussie rondom digitale soevereiniteit. Als Europa wil dat technologie een succes wordt voor Europese bedrijven, moet ook het kapitaal uit Europa komen. Feit is wel dat er in Amerika investeerders in Amerika doorgaans aanmerkelijk meer risico kunnen en durven nemen dan investeerders in Europa. Dat ziet Winterson uiteraard ook. Hij denkt wel dat er op dit moment meer “Europeanen zijn die technologie willen die Europeanen helpt om beter te worden in wat ze doen”. Hij noemt in dit opzicht zaken zoals de maakindustrie, maar bijvoorbeeld ook de gezondheidszorg en infrastructuur. Dat zou ervoor moeten zorgen dat er vanuit Europa ook meer investeringen komen.

Met de opkomst van AI is het nu wellicht belangrijker dan ooit om Europa een stevige boost te gaan geven met betrekking tot de uitbouw van datacenters. Dat is ook uitgesproken door Henna Virkkunen, de Executive Vice-President for Tech Sovereignty, Security and Democracy van de Europese Commissie. Als het aan de Commissie ligt, komt er een verdrievoudiging van de totale datacentercapaciteit in de EU binnen vijf tot zeven jaar. De nadruk bij deze investeringen ligt uiteraard voor een deel op de ontwikkeling van AI Factories, maar ook op capaciteit voor andere workloads.

Let wel, het verbeteren van het investeringsklimaat in technologie is niet zomaar gedaan. Winterson haalt een Competitiveness Report aan dat onder leiding van Mario Draghi is opgesteld. Daarin wordt aangegeven dat er goede redenen zijn voor het falen van Europa op dit vlak. De technologische dienstverlening werkt enorm versplinterd binnen Europa en er is ook een gebrek aan een kapitaalmarkt van enige substantie. Tot slot is er ook geen concurrerende energiemarkt, volgens het rapport. Dat waren en zijn dingen die eerst opgelost moeten worden voordat er meer investeringen konden komen. Dat is de Europese Commissie nu volgens Winterson snel aan het regelen. Dit gaat nooit snel genoeg volgens hem, maar de discussie rondom soevereiniteit en de afhankelijkheid van technologie uit andere delen van de wereld, versnelt dit proces wel degelijk.

Uitbreiding naar nieuwe hubs

De wens om meer datacentercapaciteit in Europa te krijgen en dit bij voorkeur te financieren met Europese investeringen is zonder meer sterk. Waar de uitbreidingen komen, is echter ook een interessant onderdeel van deze ontwikkeling. De traditionele vijf grote Europese datacenter-markten (FLAP-D: Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs, Dublin) lopen namelijk tegen hun grenzen. Nog niet eens zozeer fysiek, maar wel op het gebied van energievoorziening. Met andere woorden, datacenters moeten meer verspreid over Europa neergezet worden. Dat moet niet alleen zorgen voor het beter aanbieden van workloads daar waar ze afgenomen worden. Het moet ook een spreiding van de belasting op het stroomnet mogelijk maken.

Winterson verwacht dan ook dat Europa binnen vijf jaar zo’n twaalf hub-steden zal hebben. Portugal wordt een interessant doelwit door de aankomst van subsea-kabels en een surplus aan hernieuwbare energie. Ook Genoa, Bordeaux en andere steden werken aan langetermijnplannen, vaak vijftien jaar of langer. Deze zullen niet zozeer de rol van de huidige hub-steden overnemen, maar veel meer aanvullen. Dat is op zich ook een logische gang van zaken als er steeds meer investeringen komen. “Datacenters worden naar buiten geduwd omdat de lokale economie voldoende vraag biedt en het kan betalen. Dat zorgt ervoor dat die diensten in die markt beschikbaar kunnen komen”, vult Winterson aan.

Die nieuwe hubs zullen in eerste instantie meer edge-karakteristieken hebben. Maar die zullen op termijn doorgroeien naar volwaardige hubs. In de woorden van Winterson: “We willen centralisatie om schaalvoordeel te hebben. Op het moment dat de lokale vraag groot genoeg is dat investeringen gedaan kunnen worden en daarmee ook andere spelers binnengehaald kunnen worden, dan creëer je een nieuwe hub.”

Europa is goed in langetermijnplannen

Een nieuwe hub is er dus niet van de ene op de andere dag, ondanks de stevige groei in investeringen in Europa. En dat is dan alleen nog maar het gedeelte dat we relatief eenvoudig kunnen zien. Er gaat ook nog een behoorlijk traject aan vooraf. Een goed voorbeeld hiervan is de nieuwe locatie van Start Campus in Sines, Portugal waar we vorig jaar op bezoek zijn geweest. Dat is volgens Winterson een traject geweest van niet minder dan 15 jaar. 15 jaar van publiek-private samenwerking om in Portugal, waar een onderzeese kabel aan land komt, een datacenter neer te gaan zetten.

“Ik ben betrokken geweest bij soortgelijke projecten in Genua en Bordeaux”, gaat Winterson verder om aan te geven wat er zoal komt kijken bij het opzetten van een nieuwe locatie voor iets wat onderdeel van een nieuwe hub kan worden. “Na de komst van een onderzeese kabel is het zaak om de lokale gemeenschap enthousiast te krijgen voor het bouwen van een nieuw datacenter. Daarna moet er samengewerkt worden met onder andere telecomoperators. Die dingen nemen veel tijd in beslag”, geeft hij aan.

Lange trajecten is volgens Winterson typisch iets waar we in Europa goed in zijn. “Europa kijkt naar het idee om in ieder land in Europa hubs te hebben en grote hubs in twaalf landen en wil dan plannen maken met de industrie als geheel om vooraf duidelijk te hebben hoe het eruit gaat zien en het niet aan toeval over te laten”, geeft Winterson aan.

Energie en duurzaamheid

Grote plannen maken rondom datacenters leidt tegenwoordig onherroepelijk tot (terechte) vragen over het energieverbruik. Extra datacenters betekent namelijk ook extra druk op het stroomnet en een toename in energieverbruik. Daar ontkomt niemand aan. Het is dan ook niet voor niets dat er in een land zoals Portugal veel animo is om nieuwe datacenters neer te zetten. Dat land wekt veel hernieuwbare energie op (zonne- en windenergie). Sterker nog, het heeft een overschot, dat het kwijt kan aan datacenters.

Deze situatie geldt echter niet voor alle delen van Europa waar nieuwe datacenters gaan komen. Daarnaast moet je je ook afvragen hoe stabiel een energienet is dat te sterk leunt op zonne- en windenergie. Dat is niet alleen minder stabiel in het aanleveren van de energie, maar levert ook problemen op met inertia. Dat zorgt ervoor dat eventuele kortstondige pieken of andere afwijkingen van de normale belasting van het stroomnet opgevangen kunnen worden. Zonne- en windenergie kunnen dit in de regel niet. Winterson ziet hier een rol weggelegd voor kernenergie, al dan niet in de vorm van Small Modular Reactors (SMR’s). “Kernenergie kan de basis vormen voor de energievoorziening en een minimum hoeveelheid inertia bieden”, geeft hij aan. Dan kan de hernieuwbare energie fluctueren zonder dat er sprake is van een impact op de stabiliteit.

Kan Europa gelijke tred houden?

Dat de datacentercapaciteit de komende jaren sterk toe gaat nemen, lijkt ons een zekerheidje. De vraag blijft echter of we als Europa de andere delen van de wereld, en dan met name Amerika, bij kunnen houden. Winterson geeft meteen toe dat de investeringen vanuit die hoek in Europa niet heel snel zullen afnemen. Dat zou op basis van de huidige verdeling ook niet wenselijk zijn, schatten we in. Dan zou er namelijk een behoorlijk groot gat vallen.

Als het gaat over de verdeling tussen investeringen uit de VS en uit Europa, gaat het heel snel over soevereiniteit. Veel investeringen uit Amerika in infrastructuur op ons continent zijn afkomstig van de grote cloudspelers. Denk aan AWS, Microsoft, Google, Oracle, Meta. AWS heeft het er bijvoorbeeld geregeld over dat het in de afgelopen twintig jaar al zo’n 230 miljard dollar heeft geïnvesteerd in Europa. Het pompt in de nieuwe European Sovereign Cloud ook een slordige 7,8 miljard dollar.

Het mag duidelijk zijn dat Europa voor die spelers een belangrijke markt is en blijft. Soevereiniteit is in deze discussie een heikel punt, ziet ook Winterson. Hij wil daar echter ook de nodige nuance in aanbrengen. “Het probleem is dat het woord soevereiniteit in eerste instantie iets vaags oproept bij mensen. Pas als je met iemand samen gaat zitten en vraagt wat zij eronder verstaan, kom je erachter dat soevereiniteit meerdere lagen heeft”, volgens hem.

Moeten we het altijd over Europa vs. VS hebben?

Juist de gelaagdheid, complexiteit en nuance rondom soevereiniteit zou volgens Winterson een reden moeten zijn om niet te polariserend te werk te gaan. Met andere woorden, voor sommige zaken is volledige soevereiniteit zonder meer een goed idee, maar voor anderen zaken is het veel minder relevant. Waar een YouTube-filmpje staat waar je naar kijkt maakt veel minder uit dan waar de data van patiënten staat, bijvoorbeeld.

Om bovenstaand standpunt verder te ondersteunen, haalt Winterson tijdens ons gesprek aan hoe de Europese Commissie naar soevereiniteit kijkt binnen het Cloud Sovereignty Framework. Daar staan vijf niveaus in van wat het Sovereignty Effective Assurance Levels (SEAL) noemt. Per zogeheten Sovereignty Objective van organisaties past daar een SEAL bij, waar SEAL-0 geen sovereiniteit is, SEAL-1 betekent dat er EU-wetgeving van toepassing is, SEAL-2 datasoevereiniteit impliceert, SEAL-3 wordt gedefinieerd als digitaal weerbaar en SEAL-4 als volledig digitaal soeverein.

Op basis van bovenstaande is het mogelijk om een assessment te doen. Het resultaat van zo’n assessment zal heel zelden zijn dat alles SEAL-4 moet zijn. Dit heeft belangrijke implicaties voor het aanbod in Europa en daarmee ook voor waar de investeringen vandaan komen. In de woorden van Winterson: “Iedereen die door dit proces [inzien dat niet alles hetzelfde niveau van soevereiniteit hoeft te hebben, red.] is gegaan, ziet in dat het helemaal niet uitmaakt of de investering in dollars of in euro’s is gedaan.”

Met bovenstaande uitspraak geeft Winterson onder andere aan dat organisaties gewoon gebruik kunnen blijven maken van het aanbod van de grote Amerikaanse spelers zonder zich druk te hoeven maken over soevereiniteit. Niet omdat dat soort zorgen niet terecht zijn, maar omdat organisaties vooraf al een assessment kunnen doen. Dat kunnen ze gebruiken als basis voor een risico-analyse. Daarin is soevereiniteit meegenomen.

Het is natuurlijk goed om op te merken dat Winterson, of in ieder geval de EUDCA, er belang bij heeft dat er meer investeringen richting Europese digitale infrastructuur gaan. Aan bovenstaande nuancering zit dan ook zeker enig eigenbelang vast. Toch is het wat ons betreft ook gewoon een nuchtere manier van het kijken naar de zaken. Zorg er in ieder geval voor dat je weet wat soevereiniteit betekent voor je organisatie. Dat lijkt ons een uitstekende basis en een goed vertrekpunt.

De echte waarde van datacenters

Alle aandacht voor zaken zoals soevereiniteit maar ook zeker duurzaamheid van datacenters is zonder meer terecht. Op het gebied van duurzaamheid hebben datacenters de afgelopen jaren serieuze stappen gezet. Volgens Winterson heeft de sector getoond dat het goed bezig is. Niet iedereen zal het hiermee eens zijn uiteraard, maar de gestelde duurzaamheidsdoelen lijken redelijk eenvoudig gehaald te worden, geeft hij aan.

Datacenters kunnen zonder meer gezien worden als belangrijke infrastructuur. Toch is het vooralsnog lastig om de waarde ervan goed te duiden. Die waarde wordt nu nog vaak gevat in het aantal banen dat een datacenter creëert, of het aandeel in BNP dat de industrie levert. Dit terwijl het daar bij traditionele infrastructuur eigenlijk nooit over gaat. “Als er een nieuwe weg aangelegd wordt, vraagt niemand aan een overheid hoeveel banen dit oplevert of hoeveel inkomsten het oplevert”, volgens Winterson. De vraag is veel meer “wat gebeurt er op die weg?”

Voor het volgende rapport wil het EUDCA vooral de focus hebben op die laatste vraag: waar gebruiken mensen die datacenters voor? Oftewel, wat is de sociaal-economische impact van datacenters? Dat zou je de echte waarde van datacenters kunnen noemen. Die is nu nog niet altijd even duidelijk, mede ook omdat er eerst andere belangrijke vragen beantwoord moeten worden. Zodra die antwoorden er zijn, kunnen we de digitale infrastructuur op eenzelfde manier gaan beoordelen als de analoge infrastructuur.