Digital Well-being Hub legt verrassingen en paradoxen bloot

Welke inzichten haalt Cisco uit samenwerking met OECD?

Digital Well-being Hub legt verrassingen en paradoxen bloot

Ongeveer een jaar geleden lanceerde Cisco samen met het Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), internationaal beter bekend als OECD, de Digital Well-being Hub. Dit initiatief is er een uit meerdere die een kant van Cisco laten zien die wellicht niet iedereen kent. Wat heeft Cisco geleerd van een jaar Digital Well-being Hub? Wij gingen in gesprek met Guy Diedrich van Cisco om hier meer over te weten te komen.

Cisco staat bij de meeste mensen in het IT-wereldje bekend als een van de grote, gevestigde namen op het gebied van IT-infrastructuur. Het draait om sales, marketing, omzet, winst, marktaandeel en ga zo maar verder. Er is echter ook een andere kant van dit bedrijf, dat relatief weinig aandacht krijgt. Die kant houdt zich onder andere bezig met initiatieven gericht op Corporate Social Responsibility. Dit zijn vooral maatschappelijke thema’s. Verder is er ook het Country Digital Acceleration (CDA)-programma. In Nederland staat dit bekend als Digitale Versnelling Nederland (DVN). Dit programma richt zich op het opstarten van (grote) projecten in een land, zoals die in de haven van Rotterdam of bij de Luchtverkeersleiding Nederland.

Vorig jaar kwam daar nog de lancering van de Digital Well-being Hub bij. Hiermee wil Cisco samen met de OESO (OECD) inzichtelijk maken wat de relatie is tussen digitale technologieën en persoonlijk welbevinden. We hebben in een uitgebreid artikel toen uitgelegd wat de bedoeling ervan was en is. Dat artikel kun je via deze link nog eens rustig teruglezen.

Cisco is dus meer dan alleen maar die geoliede sales-machine, ook al is het natuurlijk ook weer niet zo dat het helemaal geen vruchten plukt van de investeringen in de meer maatschappelijke onderwerpen. Uiteindelijk leert het bedrijf ook veel van initiatieven zoals de Digital Well-being Hub. Cisco kan via deze en andere initiatieven een vinger aan de pols houden bij de ontwikkelingen in de IT-markt. De inzichten die het uit onderzoeken en initiatieven in specifieke landen haalt, kan het ook weer inzetten op andere vlakken. Aan de andere kant, Cisco hoeft het in principe niet per se allemaal te doen, maar doet het dus wel.

Nieuwe technologie landt sneller en beter in opkomende economieën

Als we Diedrich, die de titel Chief Innovation Officer draagt bij Cisco, vragen naar wat het eerste jaar Digital Well-being Hub gebracht heeft, geeft hij aan dat er behoorlijk wat interessante data binnengekomen is. De meest opvallende uitkomst is dat nieuwe technologieën zoals AI veel beter landen in opkomende economieën dan elders. “De adoptie in India, Brazilië en Zuid-Afrika gaat veel harder dan in de rest van de wereld”, volgens hem.

In eerste instantie is bovenstaande wellicht wat verrassend. Toch is het ook best logisch, om meerdere redenen. “De bevolking in die landen groeit en is relatief jong”, verklaart Diedrich. Jonge mensen zijn in de regel eerder geneigd om met een nieuwe technologie zoals AI aan de slag te gaan. Daarnaast is er ook nog de wet van de remmende voorsprong. In al volledig ontwikkelde economieën is er ook heel veel legacy. Dat wordt een belemmering voor innovatie. “Je kunt wel proberen om over die legacy heen te springen, maar de ball and chain houden je aan de grond”, vat Diedrich samen.

Meer aandacht voor innovatie is goed voor het welbevinden…

Het verschil in adoptie tussen opkomende en gevestigde economieën en bevolkingen is een interessante uitkomst van een jaar lang data verzamelen. Niet alleen voor Cisco, dat nu input heeft over waar het zich met onder andere het CDA/DVN-programma op kan focussen. Het heeft namelijk ook iets te maken met persoonlijk welbevinden. Vooruitgang als land, economie of bevolking zou daar als het goed is een positieve impact op moeten hebben. En aangezien digitalisering en de adoptie van nieuwe technologieën tegenwoordig een belangrijk onderdeel zijn van vooruitgang, moeten die daar ook aan bijdragen, als het goed is.

Een man met een bril, een donker krijtstreeppak, een lichtblauwe stropdas en een wit overhemd staat binnen en glimlacht naar de camera.
Guy Diedrich, SVP & Chief Innovation Officer bij Cisco

Tot op zekere hoogte dragen technologische ontwikkelingen ook zeker bij aan het welbevinden van mensen. Vandaar ook dat “opkomende economieën veel meer aandacht moeten krijgen dan we ze tot nu toe hebben gegeven”, geeft Diedrich aan. “Vooral op het gebied van vaardigheden, maar ook vanuit CDA/DVN-perspectief”, vervolgt hij. Nieuwe technologieën vereisen ook nieuwe vaardigheden. Zonder die nieuwe vaardigheden zal het persoonlijk welbevinden er niet veel op vooruitgaan. De overheden van de landen/economieën waar we het hier over hebben weten dit overigens ook, volgens hem. Die zullen ook meer aandacht gaan krijgen van Cisco.

…maar de well-being paradox ligt op de loer

Aan de andere kant komt ook de zogeheten well-being paradox naar voren uit de data van de Digital Well-being Hub. “Er is sterke link tussen recreatieve schermtijd en digitaal welbevinden”, geeft Diedrich aan. Hij doelt hiermee op de negatieve effecten die schermtijd kan hebben op het persoonlijk welbevinden, vooral bij kinderen maar ook zeker bij volwassenen. Dit is paradoxaal, omdat juist door iets wat we vooruitgang noemen ons welbevinden achteruitgaat.

Een tamelijk extreme reactie hierop is die van de Australische regering, die sociale media verbiedt voor iedereen onder de 16 jaar. In het Verenigd Koninkrijk gaan soortgelijke stemmen op inmiddels. Deze reactie komt ook op Diedrich over als een overreactie. Uiteindelijk moet er in de opvoeding aandacht zijn voor dit thema. Maar ja, als de ouders zelf ook continu op hun schermpjes turen, is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Hoe blijf je bij de tijd?

Het is natuurlijk makkelijk om de ouders de schuld te geven van het zogenaamd niet (kunnen) opvoeden van hun kinderen. En er zijn natuurlijk ook zeker zaken die veel ouders beter zouden kunnen en misschien wel moeten doen. Aan de andere kant leven we ook in een behoorlijk bijzondere tijd.

Als het gaat om innovatie, hebben we het namelijk altijd over tijdperken (ages, in het Engels). Die worden alleen steeds korter, waardoor er ook steeds meer druk komt te liggen op mensen. “De Industriële Revolutie en het tijdperk dat daarbij hoort (Industrial Age) duurde 200 jaar, het Informatietijdperk (Information Age) 35-40 jaar, het digitale tijdperk (Digital Age) een jaar of 15″, somt Diedrich op. “En de AI micro age is meer een moment, slechts enkele jaren. De quantum age komt er al aan.” Die laatste zal wellicht nog korter zijn, als de trend doorzet.

Het punt dat Diedrich wil maken is dat het niet meer zo vanzelfsprekend is om bij de tijd te blijven. Dat heeft ook een impact op hoe mensen met nieuwe technologie omgaan. Volgens hem moet er vooral veel nadruk liggen op het opdoen en, belangrijker nog, het bijhouden van de vaardigheden die nodig zijn om al die technologische innovatie op een goede manier te gebruiken. Hij pleit er dan ook voor om de verwerving van die vaardigheden onderdeel uit te laten maken van de innovatie. Hij doet dat zelf als Chief Innovation Officer bij Cisco ook.

Vier jaar studeren? Binnenkort niet meer

In een wereld die steeds sneller verandert, moeten niet alleen organisaties zoals Cisco mee veranderen. Ook het onderwijs gaat er fundamenteel anders uitzien, geeft Diedrich aan. “Toen wij onze diploma’s haalden, was dat echt een grote stap, een event. Het was geen proces. Dat is het nu wel”, vervolgt hij. “Leren als proces is onderdeel geworden van onze samenleving. Het is niet langer een keuze en zal verplicht worden. Als je het niet doet, ben je de uitzondering.” Dat wordt meer en meer het geval, zeker in de economieën waar de jongeren steeds bepalender worden voor adoptie van nieuwe technologieën en innovatie.

In de praktijk betekent dit dat er steeds minder jonge mensen na de middelbare school gaan studeren op de traditionele manier. Dat wil zeggen, door zich in te schrijven bij een hogeschool of universiteit en daar een jaar of vier in te stoppen. Dat is althans wat Diedrich verwacht. “Steeds meer mensen gaan na de middelbare school meteen aan de slag om certificeringen te behalen”, stelt hij.

Belangrijke rol weggelegd voor NetAcad

Voor Cisco betekenen de verschuivingen in hoe mensen leren dat Networking Academy (NetAcad) belangrijker wordt. Daarmee is het volgens Diedrich mogelijk om de CCNA-certificering binnen een paar maanden te behalen. Ook het hoogste niveau, CCIE, kan volgens hem in minder dan een jaar behaald worden. Dit soort trajecten passen erg goed bij de nieuwe manier van leren die hij ziet ontstaan.

Diedrich noemt NetAcad “het beste dat Cisco doet voor de wereld”. Of iedereen binnen Cisco het daarmee eens is, valt nog te bezien. Een bedrijf dat naar eigen zeggen het wereldwijde internet mogelijk maakt door de enorme footprint in de netwerkwereld kan immers meer van dit soort claims doen. Vanuit de verantwoordelijkheid die Cisco heeft richting de maatschappij heeft Diedrich echter zeker een punt, als de impact van NetAcad ook zo groot is als hij zelf stelt uiteraard.

NetAcad speelt vanzelfsprekend een belangrijke rol bij hoe Cisco in wil springen op de uitkomsten van het eerste jaar Digital Well-being Hub. Uiteraard wil het bedrijf de inzichten meenemen in het CDA/DVN-programma. Het kan hiermee overheden sturing geven op het gebied van beleid. Het betekent ook dat Cisco net zo wendbaar moet zijn als de snel ontwikkelende landen waar ze met de nieuwe inzichten naartoe gaan. Dat kan nog best eens een uitdaging worden, schatten we in.

Wat betekent dit voor niet-opkomende economieën?

Een vraag die bij ons opkomt op dit moment, is of de wat meer gevestigde economieën waar Cisco ook actief is met allerlei initiatieven zich zorgen moeten maken over investeringen in projecten. We kunnen ons namelijk voorstellen dat ook Cisco niet oneindig kan investeren en keuzes moet maken. Aangezien er veel nadruk komt te liggen op de opkomende economieën, kan dat gevolgen hebben voor de rest van de wereld.

Volgens Diedrich vallen die gevolgen wel mee. “De impact op de focusgebieden [van de investeringen in opkomende economieën, red.] is minimaal, dus niet-opkomende economieën hoeven zich geen zorgen te maken.” Nu is het zo dat Cisco zich vooral met het opstarten van projecten bezighoudt, in ieder geval als het gaat om CDA/DVN. Dat is dus geen continue investering. En NetAcad, een combinatie van CDA/DVN en CSR, is in principe al wereldwijd beschikbaar. Andere CSR-initiatieven zoals Hackshield vergen vooral investeringen in (vrijwillige) uren van medewerkers van Cisco. Daar zitten de grote investeringen dus ook niet.

Gaat de Digital Well-being Hub iets wezenlijks opleveren?

Al met al heeft Cisco behoorlijk wat waardevolle inzichten gehaald uit de Digital Well-being Hub in het eerste jaar. Nu is het zaak om datgene wat het heeft geleerd op te pakken en er iets mee te doen. Zal de data volgend jaar iets anders zeggen? Die kans is klein wat ons betreft. Zo snel gaan veranderingen ook weer niet. Maar er kunnen wel stapjes gezet worden in de goede richting.

Diedrich ziet hierin ook een belangrijke rol weggelegd voor wet- en regelgeving. Dit kan in eerste instantie leiden tot een vertraging voor landen en economieën, maar moet op de lange duur leiden tot een betere balans en daarmee een beter persoonlijk welbevinden. “We moeten de maximum snelheid omhoog gooien en de vangrails versterken”, stelt hij tot slot. Als de inzichten uit de Digital Well-being Hub daar aan kunnen bijdragen, is het initiatief geslaagd.