Dit jaar heeft Oracle al geprobeerd om de angst over de ontwikkeling en adoptie van MySQL weg te nemen. De duidelijke stagnatie ervan heeft ook de community zorgen gebaard, zo blijkt uit een brief die de groep naar buiten brengt. Er zijn tal van problemen, waardoor de MySQL-community Oracle heeft uitgenodigd om koers te zetten naar een betere toekomst.
De brief, die nu is gepubliceerd, is op zoek naar duizend handtekeningen. Meer zijn natuurlijk ook welkom, tot er eind maart een duidelijke denkrichting moet blijken. De tekortkomingen van MySQL worden in niet mis te verstane bewoordingen beschreven en zijn zowel van technische als culturele aard. Op korte termijn benadrukt de dalende acceptatie het kritieke punt waarop de database-engine zich bevindt. Van technische tekortkomingen tot slechte communicatie met de gemeenschap, de brief gaat in op fouten die Oracle niet heeft verholpen, wat heeft geleid tot een sterke daling in de acceptatie.
De machtigen kunnen vallen
MySQL werd ooit de feitelijke standaard voor moderne webontwikkeling en maakt deel uit van de beroemde LAMP-stack (Linux, Apache, MySQL en Python, PHP of Perl) voor een schaalbaar, snel draaiend Web 2.0. Het heeft Facebook, YouTube, Uber, GitHub en nog veel meer techbedrijven tot op de dag van vandaag aangedreven. De trage ontwikkeling, betaalde functies en een schijnbaar gebrek aan betrokkenheid bij de community hebben echter aanzienlijke schade aangericht. PostgreSQL, dat voorheen als te complex en moeilijker schaalbaar werd beschouwd in vergelijking met MySQL, haalt snel zijn achterstand in. De pgvector-extensie is ook een duidelijk voordeel van PostgreSQL, aangezien deze het bijna dertig jaar oude database management system (DBMS) in staat stelt om te profiteren van moderne AI-best practices om bedrijfsdata naar een AI-model te brengen.
Oracle voelt de druk. Vorige week wilde het bedrijf de 30e verjaardag van MySQL vieren en verklaarde het dat er een ‘nieuw tijdperk’ van betrokkenheid bij de community was aangebroken. Functies die lang verborgen waren achter commerciële edities van de software, zullen gauw ook beschikbaar zijn in de gratis Community Edition. Toch is de huidige situatie nog ver verwijderd van de onafhankelijke dagen van MySQL, vóór de overname door Sun Microsystems in 2008 voor 1 miljard dollar (dat op zijn beurt een jaar later door Oracle werd gekocht voor 5,6 miljard dollar). Daar was openheid niet alleen een belofte, maar ook in de praktijk altijd zichtbaar.
Hoewel een deel van het personeel in de bijna twintig jaar tussen toen en nu is gebleven, heeft Michael ‘Monty’ Widenius, medeoprichter van MySQL, al vroeg het schip verlaten. In 2009 had hij een alternatief opgezet in de vorm van de ‘drop-in replacement’ voor MySQL, MariaDB. Toch is de kans veel groter dat PostgreSQL MySQL zal inhalen als het op één na populairste DBMS achter Oracle zelf.
Scepticus
De brief is weliswaar kritisch, maar biedt geen volwaardige oplossing. Dat is ook niet de insteek, aangezien het slechts een uitnodiging is om gesprekken met Oracle te starten. Drie voorstellen wijzen op een OpenELA-achtig bestuursmodel, waarbij het werk voor Oracle wordt verdeeld terwijl het controle behoudt, een breder licentiemodel en onafhankelijke ontwikkeling. Geen van deze voorstellen zal waarschijnlijk een klinkende bevestiging van Oracle krijgen, en een dergelijke reactie wordt ook niet verwacht. Zoals de schrijvers van de brief opmerken, heeft het gedrag van het bedrijf de gemeenschap met ‘diepe scepsis’ achtergelaten.
Als een van de drie voorstellen de beoordeling van Oracle doorstaat, is dat waarschijnlijk het OpenELA-equivalent. Onder dit plan behoudt het bedrijf de controle, maar implementeert het een systeem waarmee het al vertrouwd is om de voordelen van samenwerking te garanderen. Ironisch genoeg is OpenELA (Open Enterprise Linux Association) niet alleen mede opgericht door Oracle, maar ook een directe reactie op problemen die redelijk lijken op wat er bij MySQL gebeurt. Toen Red Hat de toegang tot de broncode van zijn nieuwste Enterprise Linux-releases wilde afsluiten, kwamen Oracle, SUSE en CIQ tussenbeide om het succes van downstream-varianten voor de community veilig te stellen. Er is geen duidelijke reden waarom dit niet zou werken voor MySQL, ook al zijn de problemen hier eerder hardnekkig dan acuut zoals bij Red Hat het andersom was.
Zoals de zaken er nu voorstaan, zijn we getuige van de typische technologische wisseling van de wacht. Nu AI-gestuurde vector search een aanvulling vormt op de de Web 2.0-behoeften aan algemene schaalbaarheid en prestaties, is MySQL niet meer zo goed gepositioneerd als vroeger. Niettemin blijft de LAMP-stack bestaan, waardoor de database-engine tijd heeft om te manoeuvreren. Adoptie gaat zeker niet op de korte termijn naar een betekenisloos aantal.
Conclusie: naar een met of zonder MySQL
Het heeft namelijk waarde om de gevestigde orde te zijn. Het is echter nog steeds moeilijk om die waarde daadwerkelijk te benutten en om te zetten in een nog groter succesverhaal. Aangezien engineers waarschijnlijk niet vrijwillig zullen kiezen voor een kostbare en foutgevoelige DBMS-migratie, heeft MySQL tijd aan zijn kant.
Voorlopig lijkt het erop dat AI zich moet aanpassen aan de data, de IT-stacks en de werkwijzen van medewerkers. Met dat paradigma intact zal MySQL misschien blijven stagneren, maar Oracle zal rendement blijven zien bij klanten die afzien van migreren. Open source is echter de sleutel tot een echte paradigmaverschuiving die nog kan volgen. Open source database engines zijn volgens de definitie van DB-Engines even populair geworden als commerciële varianten. Dit betekent dat MySQL een optie is voor beide kampen, maar de trend is al jaren in de richting van open systemen. AI-gestuurde systemen zoals vectordatabases wijzen op een toekomst waar Oracle met zijn eerdere aanpak wellicht bang voor is, aangezien 86,2 procent daarvan blijkbaar gebaseerd is op open source-systemen.
Voorlopig zijn het standpunt van Oracle en dat van de MySQL-gemeenschap duidelijk. We hebben een globaal beeld van de stagnerende populariteit van dit DBMS en de huidige tekortkomingen ervan. Beide lijken zich terdege bewust van de onduidelijke toekomst van MySQL. Echter kan alleen Oracle beslissen welke leidende principes zullen blijven bestaan.
Als het in wezen niets doet, zal de acceptatie zeker blijven afnemen. Andere technologieën hebben bewezen dat ze hun voorsprong kunnen behouden met AI als nieuwe factor, bijvoorbeeld Python. Deze programmeertaal wordt alleen maar populairder en profiteert van een steeds groter wordende toolset, documentatie en expertise. Doordat AI erop traint, is de betrouwbaarheid alleen maar groter aan het worden naarmate de datasets groeien. Op het gebied van DBMS is een dergelijke voorsprong nog niet gerealiseerd. De brief geeft aan dat Oracle er goed aan zou doen om dit toch maar wel te gaan doen.
Het OpenELA-model is in ieder geval een realistisch plan voor verbetering. Het zal tijd kosten om vooruitgang te boeken, aangezien leden zich moeten aanmelden en vertrouwd moeten raken met de methoden die het MySQL-team van Oracle gebruikt. Oracle moet daarnaast allereerst die beslissing ook maken, wat jaren kan duren als het erover twijfelt of tegenstribbelt. De keuze lijkt drastisch gezien de maatregelen die het bedrijf tot nu toe heeft genomen om het gratis aanbod uit te dunnen, maar het zou in overeenstemming zijn met wat het heeft gezegd.
Lees ook: Moltbook-database lekt 35.000 e-mails en 1,5 miljoen API-keys
