Migreer eens een datacenter: met de vrachtwagen naar de cloud

Nieuwe applicaties of diensten opstarten in de cloud is eenvoudig, maar wat als je een datacenter met honderden terabytes wil migreren naar de servers van een publieke provider? ‘Met de post’ blijft de beste optie, en het aanbod van de grote cloudproviders daarrond is de laatste jaren fel gegroeid.

Migreer eens een datacenter naar de cloud. Wanneer je een jarenlange verzameling aan data en applicaties wil verhuizen naar een publiek datacenter, wordt bandbreedte plots een groot probleem. Zelfs met een uitstekende verbinding is het een werk van dagen om een petabyte aan data over te zetten, de prijs nog buiten beschouwing gelaten. Connectiviteit is zo een remmende factor op cloudmigratie voor legacy-bedrijven. Dat kunnen clouddiensten niet zomaar laten gebeuren.

Lowtech

Enkele jaren geleden introduceerden de drie groten hun lowtech-oplossing: stuur de data op per post. Zowel AWS, Microsoft Azure als het Google Cloud Platform hebben hier hun eigen oplossingen voor. Die oplossingen zijn speciaal ontwikkeld om zo laagdrempelig mogelijk te zijn en integreren zelfs in het online cloudportaal van de diensten. Bovendien bouwen de providers steeds nieuwe functies die hand in hand gaan met de migratietechniek, om zo zelfs een verhuis van de grootste hoeveelheden data aantrekkelijk te maken.

AWS heeft met Snowball de meest geavanceerde oplossing. Snowball is speciaal ontwikkeld om petabytes aan data naar de cloud te versluizen. Via de managementconsole van AWS kan je een Snowball-taak in gang zetten, waarna Amazon een Snowball-toestel naar je opstuurt. Dat krijgt de vorm van een robuust uitziende desktop en is niet veel meer dan een wel heel uit de kluiten gewassen harde schijf.

E-ink-label

Je sluit het ding aan in je datacenter en met behulp van clientsoftware selecteer je meteen wat je wil verschepen. Het toestel springt in de kijker omdat het voorzien is van een e-ink-label dat automatisch geüpdatet wordt met het retouradres zodra je klaar bent met jouw deel van de transfer.

 

Amazons Snowball-opslagmedium is voorzien van een e-ink-label om het terugsturen naar AWS te vereenvoudigen.

Eens aangekomen bij Amazon wordt de data op S3- of Glacier-opslag bewaard. Dat laatste is erg handig voor wie bijvoorbeeld een oud tape-archief wil digitaliseren naar de cloud. Onderweg zijn je data veilig dankzij 256 bit-encryptie en een TPM-securitychip in het toestel. Je betaalt een kost per toestel (200 dollar per Snowball van 50 TB), maar verder geldt het standaard S3-uploadtarief.

Google en Microsoft

Googles versie van Snowball heeft een minder leuke naam: Transfer Appliance. Het principe is hetzelfde. Via een online formulier vraag je één of meerdere toestellen aan, die je vervolgens lokaal vult. Een retourlabel is voorzien, al is de e-ink-optie van AWS wel eleganter. De prijsstrategie is gelijkaardig. Google vraagt 300 dollar voor een Transfer Appliance van 100 TB, en 1.800 dollar voor een exemplaar van 480 TB. Net als bij AWS krijg je tien dagen de tijd om de ‘kleine’ versie te vullen, voor het exemplaar van 480 TB geeft Google je 25 dagen.

 

 

Waar Snowball al sinds 2015 bestaat, zijn offline datatransfers bij Microsoft nog maar sinds eind vorig jaar een realiteit. Ook Microsoft heeft verschillende variaties. De Data Box Heavy 1 PB heeft een capaciteit van 800 TB (naar boven afgerond in de naamgeving, vermoedelijk voor dramatisch effect). Microsoft heeft met Data Box (80 TB) en Dat Box Disk (40 TB) ook nog iets lichtere alternatieven. Met de Disk-versie krijg je tot vijf schijven die je via USB of SATA kan vullen. Voordat je ze terugstuurt.

Het hoeft niet te verbazen dat Microsofts prijsstrategie in de buurt ligt van de twee concurrenten. 250 dollar is de kost van de Data Box, opnieuw te vullen op tien dagen. Data Box Disk is de boeiendste optie voor wie wel wat, maar niet fenomenaal veel, data moet verhuizen. Per drive van 8 TB betaal je 10 dollar per dag, met een startprijs van 50 dollar voor het in gang zetten van het proces.

Groter en grootst

De Data Box Heavy kost uiteraard een stuk meer. 4.000 dollar voor 20 dagen huur wordt nog vermeerderd met een toch ook al significante verzendingskost van minstens 1.765 dollar. Organisaties met een petabyte aan data zijn vermoedelijk vaak meer van enterpise-niveau, wat de prijzen in perspectief zet.

Voor de verhuis van echt exuberante hoeveelheden data is er momenteel echter maar één partij: AWS. Naast het eerder besproken Snowball-aanbod introduceerde de cloudreus de Snowmobile: een enorme vrachtwagencontainer met een capaciteit van 100 petabyte. Wie in aanmerking komt voor de Snowmobile, kan op AWS-personeel rekenen om de datatransfer vlot te laten verlopen.

 

Wie een heel datacenter wil migreren, kan beroep doen op de Snowmobile van AWS.

Het ding komt met z’n eigen beveiligingspersoneel en indien nodig zelfs een escorte tijdens de transfer van de data naar een AWS-datacenter. Voor de container heeft AWS een afzonderlijke prijsstrategie met een richtlijn van 0,005 dollarcent per gigabyte per maand voor geprovisioneerde capaciteit in de truck.

Combinatie online en offline

Microsoft heeft met Azure dan weer het verst voortgebouwd op de migratiestrategie. De offline-aanpak heeft met Azure Data Box Gateway en Data Box Edge ook een online component. De Gateway laat je toe om via een online verbinding vlot data van een datacenter on-premises naar Azure te sturen, bijvoorbeeld als alternatief voor tape-archivering. De oplossing is speciaal ontwikkeld om samen te werken met een offline transfer. Het idee is dus dat je eerst je terabytes aan archief naar Azure zet met een fysieke doos, om die data vervolgens via de Gateway te linken aan je lokale datacenter om de back-up up-to-date te houden naar de toekomst.

 

De offline-aanpak heeft met Azure Data Box Gateway en Data Box Edge een online component.

 

Dat Microsoft zich met de oplossing vooral richt op back-up en archiefgebruik, blijkt onder andere uit functies zoals bandbreedtebeheer, waarmee je ervoor zorgt dat de datatransfers je netwerklijn niet verzadigen tijdens de werkuren. De Gateway is een virtueel toestel. Je draait het ding via Hyper-V of een VMware-hypervisor in je lokale datacenter. Management gebeurt vanuit het Azure-portaal of een lokale web-UI.

Eén Edge, twee visies

Variant hierop is de Azure Gateway Edge. Dat is een hardwareversie van de gateway die via AI nog slimme functies toevoegt. Zo gebeurt er een eerste analyse op data voor die naar de cloud wordt versluisd.

Het toestel is niet te verwarren met Snowball Edge van AWS. Dat is een uit de kluiten gewassen Snowball met rekenkracht aan boord. Het ding dient als tijdelijke opslagserver voor dataverwerking op minder voor de hand liggende locaties. Denk aan datavergaring via allerhande sensoren op een schip. De Snowball Edge kan overweg met EC2-instances en Lambda, en is zo een heuse offline server. Nadat je het ding in het wild gebruikt hebt, stuur je het opnieuw terug naar Amazon om de data samen te voegen in je publieke cloudinfrastructuur.

Offline: geen hindernis

Het intussen uitgebreide aanbod van de drie grootste cloudproviders illustreert dat datatransfer geen hindernis meer is om te migreren naar de publieke cloud (of omgekeerd, al gelden er in dat geval andere tarieven). Data via een lokale verbinding kopiëren en fysiek verschepen blijft in veel gevallen de handigste oplossing. De prijzen zijn doorgaans best beheersbaar, wat logisch is. Geen van de providers heeft echt ambitie om winst te pakken op dit deel van de dienstverlening. Het is veel belangrijker om een potentiële klant de mogelijkheid te geven om naar de eigen cloud te migreren.

Gerelateerd: Google Cloud maakt VM-migratie vanuit Azure eenvoudiger