Cijfers in plaats van buikgevoel: weet waar workloads draaien en wat ze kosten

Inzicht in waar je workloads het beste draaien en vervolgens een verhuis van de ene naar de andere provider mogelijk maken, allemaal vanuit een centrale console. Flexibiliteit en eenvoud zijn prioriteiten voor Nutanix, dat zich met zijn aanpak wil onderscheiden van de massa.

Vendor lock-in is één van de grootste remmende factoren voor organisaties om zich volledig op de cloud te werpen. Ze beseffen dat het eenvoudig is om een workload te parkeren bij pakweg Microsoft Azure, AWS of het Google Cloud Platform, maar voelen dat hun handen gebonden zijn zodra ze dat doen. Bovendien blijkt steeds vaker dat de cloud niet de gedroomde oplossing is in tal van scenario’s. Overprovisioning blijft bestaan en niet alles waarvoor betaald wordt, wordt ook gebruikt. Probeer je infrastructuur dan maar eens te verhuizen.

Inzicht en draagbaarheid

Techzine schuift aan tafel in het Antwerps hoofdkwartier van Nutanix, samen met Luc Costers, Sales Manager, en Marijn Joosten, Manager Systems Engineering. Zij bevestigen bovenstaande bevindingen vanuit eigen ervaring. Nutanix, dat het levenslicht zag als start-up in de hyperconverged-wereld, ontpopt zich vandaag tot software- en platormspecialist met als missie eenvoud en inzicht brengen naar organisaties met cloudambities.

Het is het doel van het bedrijf om IT-professionals enerzijds zichtbaarheid te geven in waar hun geld naartoe gaat en ze anderzijds de mogelijkheid te geven daar iets aan te doen. Draait een bepaalde workload vandaag in Azure, maar zou die beter werken in AWS? Dan kan je die redeployen vanuit dezelfde console die je dat financiële inzicht biedt.

 

Het is het doel van het bedrijf om IT-professionals zichtbaarheid te geven in waar hun geld naartoe gaat.

 

Costers heeft het gevoel dat hij soms tegen de stroom in roeit. De grote providers zijn immers bezig met vendor lock-in te bestendigen onder het mom van openheid. Denk maar aan de hybride oplossingen van AWS en Microsoft, zoals Azure Stack. Daarmee kan je plots wel eigen servers aan een publieke cloudomgeving koppelen, maar je blijft gebonden aan het aanbod van Microsoft.

Wat al bestaat, maar dan handig

Wie cloud nativeapplicaties  ontwikkelt en zijn workloads van het begin af aan bouwt met draagbaarheid in het achterhoofd, zit echter niet helemaal met de handen gebonden. Een cloud-ready-applicatie redeployen op andere infrastructuur is geen onmogelijke taak, al vereist het in de praktijk vaak een hele sequentie van handelingen via verschillende tools, dashboards en programma’s om alles af te ronden. Costers en Joosten geven aan dat ze met Nutanix niet noodzakelijk capaciteiten bieden die nieuw zijn in de markt. Het grote verschil is het feit dat al die capaciteiten gebundeld zitten in één enkel product: de Prism-console.

 

Eén portaal waar alle relevante data centraal staan, moet IT-beheerders de mogelijkheid geven om niet alleen snel te migreren, maar ook om een goed zicht te krijgen op waar al de centjes precies heen gaan.

Onder de motorkap daarvan woont een automation engine die de API-taal van alle grote cloudproviders spreekt. Die engine maakt het mogelijk om met een druk op de knop een workload van de ene provider naar een andere te verhuizen. De belangrijke vraag is echter waarom je dat zou doen. Misschien zegt je buikgevoel dat AWS in jouw geval goedkoper is dan de Google Cloud, maar hoe weet je dat zeker?

Geen functie zonder integratie

Daar komt de acquisitie van Minjar kijken. Nutanix integreerde Minjar, dat nu Beam heet, in het dashboard, waar de tool samen met Epoch voor inzicht zorgt. Draagbaarheid is immers pas relevant wanneer er inzicht in de infrastructuur mee gepaard gaat. Dat betekent concreet dat je heel snel kan kijken welke workloads waar draaien, maar ook wat ze verbruiken versus waar jij voor betaalt. Je kan schuiven met instellingen en zo onderzoeken wat de impact van een andere allocatie van rekenkracht of zelfs een verhuis naar een andere provider zou zijn op het budget.

De integratie van verschillende producten is de sleutel volgens Costers. “Nutanix heeft heel wat acquisities gedaan en vaak duurt het even voor je de nieuwe capaciteiten ziet verschijnen”, verduidelijkt hij. “Dat komt omdat we ze willen aanbieden als functie in onze centrale console en niet als afzonderlijk product.”

Een klant krijgt vandaag via zijn portaal een overzicht van zijn apps via de automation engine met calm, virtuele desktops via frame, databases via era, container workloads via karbon, IOT via xi en van zijn databases via Era. Tenminste: als dat de wens is. Het gros van het uitgebreide portaal is optioneel en je kan net zo goed aan de slag gaan met oplossingen van bijvoorbeeld VMware of Hyper-V   voor de hypervisor of   of Citrix voor de VDI, als dat je voorkeur wegdraagt.

Van cloud naar on-premises

Eén aspect ontbreekt momenteel nog. Nutanix kan je helpen bij het verplaatsen van on-premises workloads naar de cloud en van cloudworkloads tussen providers onderling, maar integratie van een systeem om cloudworkloads opnieuw on-premises te halen blijft momenteel uit. Dat is één tool die de organisatie momenteel wel afzonderlijk aanbiedt: Move (het vroegere Xtract). “We demonstreerden de capaciteiten van de tool al op .NEXT ”, aldus Joosten. “Aan integratie met de Prism-console wordt momenteel gewerkt.”

 

Integratie van een systeem om cloudworkloads opnieuw on-premises te halen blijft momenteel uit.

 

De tool die Nutanix zal gebruiken, werd ontwikkeld uit noodzaak. In eerste instantie moest de software workloads verplaatsen van ESXi-hypervisors naar de Acropolis-hypervisor (AHV). Vervolgens bleek dat er een grote doelgroep HyperV-klanten bestond die een AHV wel smaakten. De tool wordt momenteel uitgebreid naar integratie met Amazon, Azure en Google, en moet een lift en shift van legacy-applicaties van de cloud naar on-premises automatisch mogelijk maken.

Harde cijfers

In de praktijk is draagbaarheid van workloads een belangrijk argument, maar ziet Costers dat klanten vooral besparen door inzicht, zonder noodzakelijk alles van de ene naar de andere cloud te versluizen. Al te vaak draaien er nog ergens virtuele machines die niemand meer gebruikt, bestaan er accounts voor een team dat niet meer bestaat, of worden er bergen geheugen gealloceerd voor een applicatie die al lang geoptimaliseerd is. Dergelijke inzichten helpen de IT-manager om grip te krijgen op zijn onkosten en van daaruit meteen ook nauwkeuriger te voorspellen wat de impact van een nieuw project op het budget kan zijn.

“Het grootste probleem van de CIO vandaag is dat hij geen cijfers heeft om zijn gelijk mee te halen”, bevestigt Costers. “Wij leveren cijfers op basis van feiten.” Joosten vult aan: “In een traditioneel georganiseerd bedrijf vind je heel vaak nog silo’s en ieder hoofd van een silo heeft zijn absolute waarheid. Dankzij een allesomvattend overzicht heeft de manager nu objectieve gegevens over de hele IT-infrastructuur.

Gerelateerd: Een kostuum voor Manneken Pis: hoe Nutanix complexe infrastructuur beheersbaar maakt