Van opensource naar winst: waar je het verschil kan maken

De IT-wereld heeft een vreemde dynamiek, waarbij aartsrivalen van het eerste uur terzelfdertijd ook verknochte partners zijn. Nergens is die spreidstand zo uitgesproken als in de opensource-gemeenschap. Met code die je samen ontwikkelt, haal je echter geen voordeel. Waar eindigt de samenwerking en begint de concurrentie?

Amazon, Google, IBM, Oracle, VMware en nog tientallen andere partijen dingen in het dagelijkse leven naar elkaars klantenbestand. Op KubeCon / CloudNativeCon in Barcelona zijn ze echter beste vrienden. Logisch, aangezien het hier om een opensource-ontwikkelaarsconferentie gaat. Op dit niveau trekken alle partijen aan hetzelfde zeel.

De zakelijke insteek

Twee belangrijke redenen maken deze spreidstand mogelijk. De eerste is zakelijk realisme. Bedrijven beseffen goed genoeg dat het geen goed idee is om tijd en moeite te investeren om het warm water opnieuw uit te vinden. Een gezond en capabel ecosysteem komt iedereen ten goede. Wie zelf toepassingen ontwikkelt en die dicht bij de borst houdt, loopt bovendien het risico om klanten af te schrikken in plaats van aan te trekken.

“Bedrijven vrezen vandaag terecht voor vendor lock-in”, vertelt Bob Quillin VP voor ontwikkelaarsrelaties bij Oracle Cloud Infrastructure. In de eerste dagen van de opkomst van de cloud stonden organisaties nog niet voldoende stil bij het risico om met een specifieke partij in zee te gaan, maar vandaag is draagbaarheid wel een belangrijke factor. Wie voor AWS of Azure kiest, wil weten dat hij of zij op z’n minst de optie heeft om naar Google, IBM, Oracle of een on-premises omgeving te stappen met eigen applicaties. Dat de fundering voor cloud-native applicaties opensource is, maakt zo’n draagbaarheid mogelijk.

Een kwestie van mensen

Een tweede belangrijke oorzaak zit bij de ontwikkelaars zelf. “Een ambitieuze ontwikkelaar die bij een specifiek bedrijf werkt, kan maar zo goed zijn als dat bedrijf en zijn collega’s toelaten”, verduidelijkt Brian Gracely, Director of Product Strategy bij Red Hat. “De opensource-gemeenschap laat hen echter toe om samen met gelijkgezinden aan een project te werken dat zij belangrijk vinden, en dat zo goed te maken als ze zelf willen.”

 

Als ‘Google Borg’ had de Kubernetes-technologie zich nooit ontwikkeld als standaard. Daar heeft de opensource-gemeenschap voor gezorgd.

Dergelijke samenwerkingen hebben sinds de eerste dagen van Linux een hechte gemeenschap samengebracht, waar niet het bedrijf waarvoor je werkt, maar wie je bent en wat je kan centraal staat. “Persoonlijke relaties en vertrouwen zijn erg belangrijk in deze context”, bevestigt ook Dirk Hohndel. Hij staat aan het hoofd van de opensource-afdeling van VMware, maar heeft 15 jaar ervaring bij Linux achter de kiezen.

Het belang van vertrouwen

Ontwikkelaars identificeren zich zo vaak met de projecten waaraan ze werken, eerder dan de bedrijven waarvoor ze dat doen. “Mensen voelen een sterke band met de projecten waarbij ze betrokken zijn”, ziet ook Jason McGee, CTO van IBM’s cloudplatform. Geen ramp, en al zeker niet volgens Red Hat. “Wij hebben ontwikkelaars op de payroll met twee businesskaartjes: één van ons en één waarbij ze zich exclusief met hun rol in een opensourceproject voorstellen”, weet Gracely.

 

Mensen voelen een sterke band met de projecten waarbij ze betrokken zijn.

 

Dat uniforme gevoel van persoonlijk vertrouwen zorgt voor een heel nuchtere kijk op de evolutie van het IT-landschap vandaag. Dat GitHub eigendom is van Microsoft? Dat vinden de meesten niet erg, aangezien Microsoft opensource-goeroe Nat Friedman aan het roer plaatste. “We kennen hem en vertrouwen hem”, weet Hohndel. Zo eenvoudig is het. Hetzelfde geldt voor de acquisitie van Red Hat door IBM. Gracely gaat niet in detail, maar haalt het 40-jarige engagement van IBM in opensource aan. Opnieuw is er vertrouwen.

De kaas

Aan de basis van de ontwikkeling van het cloud-native ecosysteem zit dus een bedrijfsoverkoepelende opensource-gemeenschap die meer inzit met de kwaliteit van het ecosysteem, dan de ambities van de plaatsen waar ze momenteel toevallig werken. Goed voor het ecosysteem, maar de kaas op de boterhammen moet natuurlijk van ergens komen. Hoe maken organisaties winst wanneer ze in essentie allemaal min of meer hetzelfde aan de man brengen?

Verschillende modellen steken de kop op. Opencore lijkt het eenvoudigst, maar is in de praktijk het moeilijkst vol te houden op de lange termijn. Daarbij gebruik je als organisatie een gezonde basis van opensourcesoftware, maar voeg je bovenop die fundering interessante features toe die niet open zijn. Wie die features wil, moet dan een centje betalen.

“Het is echter moeilijk om unieke features te behouden”, denkt Gracely. “Als ze nuttig zijn, vinden ze immers al snel hun weg naar de opensourcecode.” Moeilijk betekent niet onmogelijk. Het businessmodel wordt gehanteerd door bedrijfjes als Cloudera, dat intussen na een geslaagde IPO succes blijft boeken.

Kennis en ondersteuning

Een tweede formule vindt meer gading en bewees zich bovendien al robuuster. Hohndel: “Puur op de software het verschil maken, is niet altijd houdbaar. Als bedrijf moet je meerwaarde bieden in de stap die daarop volgt.” Hij denkt daarbij aan advies, ondersteuning en hulp bij de implementatie. Wie als organisatie zijn klanten door en door kent, kan hen wegwijs maken doorheen het complexe cloudlandschap, helpen bij een vlotte implementatie van de juiste tools en ervoor zorgen dat de infrastructuur optimaal presteert.

 

Red Hat bouwt al 26 jaar op een businessmodel van opensourcesoftware, waar de meerwaarde van kennis en ondersteuning komt.

Dat de achterliggende software opensource is, zal klanten een worst wezen. Ze betalen voor de kennis, ondersteuning en implementatie die ze krijgen. De kern van het businessmodel van Red Hat steunt op die aanpak. “En die werkt erg goed. Ik ben verrast dat niet meer organisaties ons er in volgen”, lacht Gracely.

End-to-end management

De derde formule gaat nog een stapje verder. Organisaties bieden dan volledig gemanagede oplossingen op een opensource-basis aan. Het mooiste voorbeeld hiervan is de Google Kubernetes Engine (GKE). Google maakte Kubernetes opensource, wat voor een bliksemsnelle wereldwijde adoptie zorgde. Kubernetes is vandaag de de facto standaard voor containerorchestratie. Iedereen kan er zelf mee aan de slag, maar veel bedrijven willen gewoon profiteren van de voordelen, zonder dat ze ontwikkelaars moeten aanstellen om de infrastructuur de behouden.

 

Veel bedrijven willen gewoon profiteren van de voordelen, zonder dat ze ontwikkelaars moeten aanstellen om de infrastructuur de behouden.

 

Enter GKE: Kubernetes, waarbij alles gemanaged wordt door Google en ontwikkelaars zich enkel moeten focussen op het bouwen van nuttige applicaties. Je kan vermoeden dat GKE een stuk populairder is vandaag, net omdat de achterliggende software opensource is. Wie zijn applicaties wil wegnemen van de Google-cloud, kan dat dankzij de open standaard perfect, maar andersom is het natuurlijk ook mogelijk om je hele applicatiestack pijnloos te migreren naar een beheerde omgeving.

Dat gemanagede model is populair bij alle grote vendoren. Naast Google hebben ook AWS en Microsoft hun eigen oplossing.

Een beetje van alles

GitLab, dat een end-to-end pipeline biedt voor devops, hanteert een hybride aanpak. Restanten van de opencoure-visie leven nog. Daarbij worden sommige features ondergebracht in betaalde tiers van het platform. GitLab beseft echter dat zoiets moeilijk houdbaar is in de echte geest van opensource en zet daarom steeds meer in op ondersteuning voor bedrijven. Dat sluit dan weer aan bij het tweede winstmodel.

 

GitLab omarmt de drie zakenmodellen tegelijkertijd en wil zijn platform zo openstellen voor iedereen op de meest gepaste manier.

Organisaties kunnen de GitLab-pipeline zo perfect on-premises of op een cloudomgeving naar keuze draaien, en daar indien gewenst intekenen op professionele ondersteuning. Voor wie ook daar geen tijd in wil steken, biedt GitLab tot slot een volledig gemanagede oplossing aan. De strategie lijkt te werken: tegen het einde van dit jaar zal het bedrijf, dat helemaal groeide vanuit een opensource-visie, zijn werknemersbestand verdubbelen naar 1.200 medewerkers.

Innovatiemotor

Er zijn dus tal van mogelijkheden om als bedrijf je stempel te drukken zonder dat je daarvoor infrastructuurcode in een kluis moet bewaren. Een open ecosysteem drijft innovatie in de kern, terwijl organisaties zich naar klanten toe kunnen differentiëren waar het echt uitmaakt. Hoewel opensource al decennialang bestaat, drukt de visie en aanpak achter de manier van werken heel erg zijn stempel op het jonge cloud-native ecosysteem. Vanuit het standpunt van een gebruiker is dat een goede zaak: aangezien iedereen voor de kern aan hetzelfde zeel trekt, gaat innovatie sneller dan ooit.

Gerelateerd: Kubernetes: wat is het en waarom verovert het in snel tempo de wereld?