Thin client of zero client: wat is het verschil?

Eén van de grote voordelen van virtualisatie is dat je geen stevige endpoints meer nodig hebt: een erg licht computertje volstaat. Thin clients en zero clients zijn de logische keuze: waarom en wat is het verschil?

Laptops en desktops met daarop Windows 10, macOS of een uitgewerkte versie van Linux kunnen we gerust ‘thick clients’ noemen. Het zijn volwaardige pc’s waarop workloads lokaal draaien. Hoe vlot dat gaat, hangt af van de beschikbare pk’s op het toestel. Zowel administratie als beveiliging is voor een groot stuk aan de endpoint gekoppeld.

In sommige gevallen is virtualisatie interessanter. Je draait workloads of totale virtuele omgevingen dan op servers on premises of in de cloud. Dat geeft je schaalbaarheid op het niveau van rekenkracht, eenvoudiger centraal beheer en betere controle over de veiligheid. Een dergelijke gevirtualiseerde omgeving aanspreken via een desktop of laptop is uiteraard mogelijk, maar niet bepaald kostenefficiënt. De rekenkracht van de toestellen dient immers nergens toe als al het zware werk in de back-end gebeurt.

Thin client

Om eenvoudig, kostenefficiënt en op een beheersbare manier te verbinden met een virtuele omgeving, zijn er twee belangrijke keuzes: thin clients of zero clients. Het opzet van beide is hetzelfde: het zijn goedkope en lichte computers met weinig rekenkracht. Ze dienen als terminal naar de gevirtualiseerde omgeving en hoeven zelf weinig tot niets lokaal te kunnen. Op die manier hebben ze bovendien een langere levenscyclus dan klassieke computers.

 

Thin clients en zero clients zijn goedkope en lichte computers met weinig rekenkracht.

 

Een thin client leunt nog het dichtst aan bij een klassieke computer en vind je in allerlei vormen waaronder deze LG 24CK550W. De systemen draaien in de regel x86-hardware, met daarop een licht besturingssysteem. Denk aan Windows Embedded, Windows IoT of een geoptimaliseerde versie van Linux. Bovenop dat OS draait de clientsoftware om met de gevirtualiseerde omgeving te verbinden. Denk aan software om om te gaan met protocollen als Microsoft RDP, Teradici PCoIP, Citrix HDX en VMware Blast Extreme. De thin client is doorgaans uitgerust met externe poorten om randapparatuur of een extra scherm aan te sluiten, en heeft minimale hardwarevereisten om vlot te werken.

 

lg 24CK550W
Een thin client kan je haast overal in verwerken. LG stopt een thin client in hun monitoren zoals bij de 24CK550W.

De dingen zijn eenvoudig in beheer, maar het zijn in theorie nog steeds volwaardige computers. Ze hebben geregeld updates nodig en moeten worden beveiligd tegen hacks.

Zero client

Wie nog een stap verder wil gaan, klopt aan bij zero clients. Daar is geen noemenswaardig besturingssysteem meer op te vinden. Ook externe aansluitingen ontbreken. Een zero client is op firmware-niveau geconfigureerd om met de virtuele infrastructuur te verbinden. De verwerking van de communicatie met de back-end en het decoderen van de weer te geven informatie gebeurt op hardwareniveau. Een zero client maakt gebruik van het PCoIP-protocol.

De toestellen zijn dichtgetimmerd en bijgevolg erg veilig. Opstarten gebeurt in seconden, aangezien er lokaal nauwelijks software moet laden. Beheer is dan weer zo eenvoudig als kan: op de occasionele firmware- of bios-update na, moet je als beheerder nauwelijks nadenken over de endpoints na de installatie. Dat betekent dat je je volledig kan focussen op de VDI-omgeving.

 

Op de occasionele firmware- of bios-update na, moet je als beheerder nauwelijks nadenken over de endpoints na de installatie.

 

Thin clients zijn het populairst voor de virtualisatie van typische digitale kantooromgevingen. Alles Office-gerelateerd werkt hier perfect. Zero clients zijn doorgaans nog iets krachtiger en responsiever omdat ze op een directere manier met de back-end verbinden. Dat maakt hen in theorie geschikter als endpoint voor grafische of CAD-professionals, die hun programma’s op krachtige servers draaien.

Minder flexibiliteit

Zero clients hebben als nadeel dat ze een stuk minder flexibel zijn. Je kan er niet zomaar een extra scherm aan klikken of een externe HDD instoppen. Oplossingen waarbij ze geïntegreerd zitten in een scherm, zijn daarom extra handig. Waar een thin client via clientsoftware compatibel is met VDI’s van in principe iedere aanbieder, is dat met een zero client niet het geval. De toestellen moeten de juiste protocollen hardwarematig ondersteunen.

Welke van de twee oplossingen je kiest, hangt af van je doel en het type gevirtualiseerde omgeving dat je op de achtergrond inzet. Houd er natuurlijk rekening mee dat er veel meer speelt dat het type client als het om de gebruikerservaring gaat. De capaciteit van de server, het netwerk en de latency spelen een immense rol in hoe vlot de VDI op eender welke endpoint zal draaien.