Spraakassistenten spreken geen Vlaams: het gevaar van de digitale taalbarrière

Terwijl de wereld steeds digitaler wordt, wordt de manier waarop we omgaan met nieuwe technologie almaar natuurlijker en intuïtiever. Spraak is in grote delen van de wereld als interface al bijna even belangrijk als de pc of je smartphone en dat transformeert ook de zakenwereld. Jammer dus dat de populairste digitale assistenten geen Vlaams praten.

Amazon haalt een enorm deel van zijn omzet uit digitale assistent Alexa, die vandaag niet bij ons beschikbaar is. Ook de Google Assistent legt het moederbedrijf geen windeieren: volgens analisten verkocht Google in totaal al 52 miljoen Home-toestellen en genereerde die tak van het bedrijf het afgelopen jaar een omzet van ongeveer 3,4 miljard dollar. Opnieuw is de assistent niet officieel in België beschikbaar, al heeft Google bij onze Noorderburen intussen wel een Nederlandse versie.

Tezelfdertijd zien we hoe een onderneming als Salesforce zijn slimme assistent Einstein wil integreren met de bestaande oplossingen, horen we van Cisco en Nuance dat spraak de toekomst is en zet Amazon actief in op het gebruik van Alexa in een zakelijke context. Wat missen we, hoe erg is dat, wat kunnen we er aan doen en wat brengt de toekomst voor professionele spraakassistenten in Vlaanderen?

Wat we missen

Dat spraak de interface van de toekomst is, daar is iedereen waar we voor dit stuk mee spreken het mee eens. Dat bewijzen ook de cijfers in landen waar spraakassistenten de taal al wel enthousiast ondersteunen. Natuurlijk taalgebruik als interface is intuïtief en vertrouwd. Waarom zou je met muis en toetsenbord of aanraakscherm navigeren om iets te doen, als je gewoon aan een digitale assistent kan vragen om de lampen aan te doen of het weer te voorspellen?

Spraak als interface lijkt één van die dingen die je niet mist tot wanneer je het gebruikt, waarna je niet meer zonder kan. Wouter Martens, CTO bij ontwikkelaarsbedrijf icapps, vergelijkt de evolutie van spraak met die van de smartphone. “Tien jaar geleden was er nog geen sprake van de smartphone. Toen ontwikkelde Apple de extreem gebruiksvriendelijke iPhone en nu zijn mobiele toestellen overal.” Iedereen herinnert zich de initiële terughoudendheid. Misschien kende je iemand die claimde dat zijn of haar Nokia 3310 net zo goed kon bellen of sms’en als die hippe smartphone, of misschien was je die persoon zelf wel. Het Digimeter-onderzoek van imec toont intussen aan dat de smartphone zich ontpopt heeft tot voorkeursscherm van de Vlaming, voor de pc of de tv.

 

Spraak als interface lijkt één van die dingen die je niet mist tot wanneer je het gebruikt, waarna je niet meer zonder kan.

 

Martens denkt dat spraak eenzelfde alomtegenwoordigheid zal kennen en krijgt in die mening bijval van onder andere Reinier van Leuken, Senior Manager Solution Engineering Einstein Analytics en AI bij Salesforce, Johan Van Puymbrouck, Collaboration Technology Lead voor de EMEAR-regio bij Cisco en Frederik Brabant van Nuance. In landen waar Amazon en Google op focussen is de doorbraak van spraak bij het grote publiek al bezig, bij ons blijft massale adoptie omwille van de taalbarrière nog uit.

Hoe erg het is

Is dat een ramp? Op het eerste zicht toch een klein beetje. Hoewel spraakassistenten vooral gekend staan bij het grote publiek als consumententoepassingen, hebben ze een immens zakelijk potentieel. Denk daarbij niet alleen aan bedrijven die hun toepassingen kunnen enten op bestaande assistenten, maar ook de ontwikkeling van puur zakelijke artificiële experten die professionals bijstaan in hun dagelijkse taken.

Cisco werkt bijvoorbeeld aan een eigen spraakassistent die het opzetten van vergaderingen in ondernemingen moet vereenvoudigen. “We willen AI en spraaktechnologie inzetten om mensen bij te staan bij het opzetten van een meeting, maar ook om hen te ondersteunen tijdens en na de vergadering”, vertelt Van Puymbrouck. Dat vertaalt zich vandaag in de WebEx Assistant, waarmee je via spraak vergaderingen kan starten of eraan kan deelnemen. Op termijn wil Cisco integratie met bijvoorbeeld domoticasystemen om snel de gordijnen te sluiten of de airco te activeren wanneer de meetingruimte te benauwd wordt. De WebEx Assistant rolt in eerste instantie uit in, je raadt het al, het Engels.

 

Spraakassistent amazon
In de VS is Alexa van Amazon alomtegenwoordig. ‘Spraak’ wordt stilaan een domein waar je aanwezig moet zijn, net zoals ‘mobiel’ vandaag. Terwijl de spraakevolutie daar op kruissnelheid komt, staan we in Vlaanderen aan de zijlijn.

Salesforce wil zijn eigen Einstein-AI dan weer integreren met de Google Assistent of Alexa. “In eerste instantie willen we verkopers de mogelijkheid geven om direct na een afspraak Salesforce via spraak aan te vullen en belangrijke opmerkingen in te voegen. Via spraak kan Einstein (Einstein Voice) meteen ook belangrijke aanpassingen in Salesforce doorvoeren”, vertelt Van Leuken. “Verder werken we bijvoorbeeld aan een dagelijkse briefing, waarbij Einstein via spraak laat weten welke afspraken er op het programma staan en waar de AI mooie kansen ziet.” Fijn en duidelijk erg nuttig, maar vooralsnog gericht op het Engels, met enkel grote Europese talen op de roadmap in de nabije toekomst. Voor je als Salesforce-verkoper ‘Alexa, wat is m’n Salesforce-agenda voor vandaag’ kan zeggen, moet bovendien ook Amazon-CEO Jeff Bezos Vlaanderen nog ontdekken op zijn wereldkaart.

Dan spreken we nog niet over lokale bedrijven die misschien ook graag spraak willen integreren in hun dienstverlening. Kinepolis is bijvoorbeeld een chatbot op het Oswald-platform aan het testen. Die kan in principe Nederlands, maar er bestaat geen Vlaamstalige assistent die consumenten kunnen aanspreken om bij de chatbot terecht te komen. Er is dus zakelijk potentieel voor iedereen, maar dat is momenteel moeilijk uit te buiten. “Moedertaal is een belangrijke factor”, bevestigt Martens. “Het stellen van vragen of het antwoorden op query’s van een digitale assistent is voor veel mensen moeilijk in een andere taal. Een spraakassistent moet organisch en zonder drempel werken. Als het hen niet lukt om dadelijk via spraak een doel te bereiken, geven velen hun pogingen op”, waarschuwt hij.

Wat we er aan kunnen doen

In een hoekje kruipen totdat assistenten het Vlaams machtig worden, is alvast geen goed idee. Vala Afshar, expert bij Salesforce, geeft aan dat het de verantwoordelijkheid van bedrijven zoals het zijne is om er voor te zorgen dat niemand achterblijft, maar suggereert tevens dat regio’s een eigen verantwoordelijkheid hebben. “Wie een bepaalde feature zoals een nieuwe taal wil en wat momentum kan creëren voor die vraag, vindt doorgaans gehoor”, zo vermoedt hij.

Ontwikkelaars zoals Martens laten zich niet afschrikken door beschikbaarheidsproblemen. Zij starten alvast met de ontwikkeling van toepassingen. “Je kan al perfect starten met de ontwikkeling van een app met de hulp van Siri of de Nederlandse Google Assistent”, vertelt hij. Door de logica achter een applicatie uit te werken aan de hand van de assistent in Nederland, of zelfs het Engels, is er al een heel groot deel van het werk verzet. “Een applicatie achteraf omzetten naar het Vlaams is uiteindelijk niet zo moeilijk”, klinkt het. Door nu al van start te gaan, kunnen ondernemingen vermijden dat ze een achterstand oplopen, want dat risico bestaat wel, vindt ook de CTO. “Bedrijven zetten in op grote markten, waar het gebruik piekt. Machine learning drijft de spraaktechnologie aan, wat de kwaliteit van assistenten in die regio’s verbetert, adoptie verder doet aanzwengelen en de markten zo nog belangrijker maakt voor organisaties.”

 

Je kan al perfect starten met de ontwikkeling van een app met de hulp van Siri of de Nederlandse Google Assistent.

 

Ook Van Puymbrouck vindt dat we assistenten in het Engels in eerste instantie moeten omarmen. Hij ziet daar weinig problemen in, zeker niet in de grotere enterprises waar Cisco actief is en de WebEx-assistent wordt uitgerold. “Wij als Belgen spreken vrij goed Engels”, verduidelijkt hij. “We passen ons traditioneel goed aan anderen aan. Bovendien is Engels als voertaal in de zakenwereld best goed geaccepteerd. Dat maakt ook de adoptie van spraakassistenten in de zakelijke context eenvoudiger.”

Interessant versus groot

Het is natuurlijk ook een optie om wel te focussen op België en Vlaanderen. We haalden eerder Oswald al aan, dat een platform voor chatbots biedt met focus op onze taal. “De stap van chatbot naar spraakassistent is bovendien niet zo groot”, voegt Martens toe. De logica en herkenning is dezelfde bij een chatbot en een vocale assistent. Bij die laatste komt er nog wel spraaksynthese kijken. Langs de kant van ontwikkelaars wordt er dus al druk gesleuteld aan spraakervaringen in onze taal, ook al laten grote ondernemingen de Vlaming wel links liggen.

Dat geldt niet voor allemaal. Precies daarom klopten we ook aan bij Nuance voor dit verhaal. De multinational kent minder naamsbekendheid bij het grote publiek dan pakweg Google of Amazon, maar drijft de stemmen van onder andere Audi en BMW aan, naast vele andere belangrijke spraaktoepassingen wereldwijd. Momenteel zet Nuance sterk in op healthcare, waar het een slimme digitale assistent wil combineren met patiëntendossiers, zoals aangeboden door bijvoorbeeld Nexushealth.

 

Spraakassistent bmw
Nuance, dat de spraaktechnologie in verschillende wagens voorziet, heeft een grotere focus op het Nederlands dan de meeste andere bedrijven al kan BMW’s assistent voorlopig ook geen Vlaams. De technologie wordt wel uitgerold in Vlaanderen, wat op zich al een mooie stap in de juiste richting is.

Daarvoor kiest Nuance vanzelfsprekend ook grote markten zoals de VS en Duitsland, maar ook ons land en Finland krijgen een focus. “Dat komt voor een stuk door de geschiedenis van Nuance”, verduidelijkt Frederik Brabant. Het bedrijf is immers de spirituele opvolger van alles wat goed liep binnen Lernout & Hauspie en houdt daar onder andere een R&D-divisie in Merelbeke aan over. Dat is echter niet de hoofdreden. “We willen inzetten op markten met innovatiepotentieel. Een land als Finland heeft misschien weinig dokters in vergelijking met de VS, maar de markt wil daar vooruit.”

Klaar voor lancering

Die aanpak illustreert hoe een interessante markt niet noodzakelijk een grote markt hoeft te zijn. Het lijkt daarom een goed idee om, zoals Martens aangeeft, niet te wachten en duidelijk te maken dat er bij ons heel wat beweegt op spraakgebied. Op die manier is het misschien een optie om organisaties zoals Salesforce duidelijk te maken dat het wel degelijk de moeite is om te investeren. Een zetje naar boven op de prioriteitenlijst lijkt immers aan de orde. “Eerst komen de grote talen aan de beurt,” zegt Van Leuken nog, “maar het gaat snel. Andere Europese talen zijn niet meer zo veraf voor Salesforce.”

In tussentijd kunnen we zoals Van Puymbrouck aangeeft doorgaans wel goed genoeg onze plan trekken in het Engels, zeker in een zakelijke context. Dat impliceert dat B2B-spraakoplossingen wel degelijk vandaag al potentieel hebben bij ons. Het grootste probleem schuilt in de B2C. Wie spraak wil gebruiken om op een nieuwe manier met z’n klanten in contact te treden, kan dat moeilijk in het Engels doen en zelfs het Nederlands van het noorden komt bezwaarlijk professioneel over. Voor dergelijke toepassingen is het wachten, maar je kan er als bedrijf wel voor zorgen dat je applicatie klaar staat voor wanneer het eindelijk zo ver is.