Huawei P30 Pro eerste indruk: meer camera dan smartphone

Huawei nodigde de wereldwijde pers vandaag uit in Parijs voor de lancering van de nieuwe P30-reeks, met als vlaggenschip de Huawei P30 Pro. Techzine was er natuurlijk bij, maar we konden eerder ook al in beperkte kring met het toestel aan de slag gaan. Lang genoeg voor een eerste indruk. 

We richten ons in deze hands-on op de P30 Pro. Voor we ingaan op onze eigen ervaringen na een korte eerste periode met de smartphone, sommen we voor de volledigheid de specificaties nog eens op: 

  • Scherm: 6,47 inch OLED (2340×1080 pixels) 
  • Chipset: Kirin 980 (7 nm octacore) 
  • RAM: 8 GB 
  • ROM: 128 GB 
  • Camera: 40 MP + 20 MP ultrabreedhoek + 8 MP telelens (5x optische zoom) + ToF 
  • Frontcamera: 32 MP 
  • Batterij: 4.200 mAh 
  • OS: Android 9 Pie + EMUI 9.1 

Het valt op dat die specificaties erg gelijkaardig zijn aan de Mate 20 Pro, die eind vorig jaar werd gelanceerd, met desalniettemin een paar belangrijke verschillen.  

Vorige generatie

De Kirin 980-chipset is dezelfde als in de Mate 20 Pro. Daarmee hanteert Huawei een verschillende strategie dan bijvoorbeeld Samsung, dat zijn S-reeks in het begin van het jaar gebruikt om een nieuwe Exynos-chipset te introduceren. De nieuwe Exynos 9820 in de Samsung Galaxy S10+ klopt de Kirin 980 zonder veel problemen, waardoor Huawei weer op achtervolgen is gezet. In praktijk merk je hier natuurlijk niet veel van, maar het betekent wel dat je met de P30 Pro een generatie achterloopt. De nieuwe Kirin voor 2019 wordt hoogstwaarschijnlijk pas in een nieuwe Mate-reeks geïntroduceerd. 

Hoewel de P30 Pro en Mate 20 Pro nagenoeg even groot zijn, is er een miniem verschil in schermformaat: 6,47 inch in plaats van 6,39 inch. De reden hiervoor is dat Huawei de notch heeft gereduceerd tot een ‘watterdruppel’. Dat vertaalt zich in (iets) meer scherm, maar betekent ook dat er geen plaats is voor de 3D-gezichtsherkenning van de Mate 20 Pro. 2D-gezichtsherkenning via alleen de frontcamera is wel mogelijk, maar minder veilig.  

 

 

We betreuren de keuze en de verklaring dat de prioriteit op een zo groot mogelijk scherm lag, geeft ons niet meteen voldoening. Gelukkig is de vingerafdruksensor onder het scherm verbeterd ten opzichte van de Mate 20 Pro, zodat die tot iets minder frustratie zou moeten leiden in dagelijks gebruik. Een eerste test lijkt positief, maar we behouden ons van een oordeel tot na een uitgebreide review. 

Fotofocus

Het grotere scherm heeft bovendien een lagere Full HD-resolutie, ten opzichte van WQHD in de Mate 20 Pro. Dat soort verschillen maakt duidelijk dat het de Mate-reeks is waar Huawei met de spierballen rolt. De P-reeks heeft een heel ander doel voor ogen. Om het met de eigen woorden van de fabrikant te zeggen: “de regels van (smartphone)fotografie herdefiniëren.” 

Tijdens de persconferentie was het ons niet altijd duidelijk of er nu een nieuwe smartphone, dan wel een nieuwe camera werd aangekondigd. De nadruk lag expliciet op de camerakwaliteiten van de P30 Pro en niet onterecht. Huawei toont heel wat vernuft op dat vlak en introduceert meer dan één nieuwe innovatie die we bij de concurrentie nog niet zijn tegengekomen. 

SuperSpectrum 

Achteraan zitten vier camera’s, te beginnen met de 40 MP ‘SuperSpectrum’-lens. Om te begrijpen wat daar zo bijzonder is, moeten we even stilstaan bij de technische opbouw van een digitale beeldsensor. Zo’n sensor maakt gebruik van een ‘Bayerfilter’ om kleur te reproduceren. Dat is een mozaiekfilter van 25% rode, 50% groene, en 25% blauwe pixels (RGGB), waar het licht doorheen gaat voor het op de sensor valt.  

 

 

Die RGGB-filter houdt al een deel van het licht tegen voor het tot bij de sensor raakt. Om meer lichtinformatie te kunnen verzamelen, heeft Huawei daarom de groene pixels door gele vervangen, omdat die het licht beter doorlaten. Dat klinkt als een eenvoudige aanpassing, maar is het niet. Het betekent dat heel de camera stack moest worden aangepast om voor de nieuwe RYYB-filter te corrigeren. 

We kunnen niet concreet meten hoe groot het directe lichtvoordeel van de RYYB-filter is – Huawei beweert zelf een winst van 40 procent – maar we geloven in de wetenschap ervan. Huawei adverteert alleszins een maximale lichtgevoeligheid van 409.600 ISO voor deze lens, ten opzichte van 102.400 op de P20 Pro. In een pikdonkere demoruimte werden we uitgedaagd om een foto van een steward te maken, en tegen onze verwachtingen in werd hij herkenbaar in beeld gebracht.  

 

We kunnen niet concreet meten hoe groot het directe lichtvoordeel van de filter is, maar we geloven in de wetenschap ervan.

 

In onze eerste korte test van de camera merkten we evenwel ook dat de nieuwe filter voor een afwijkende witbalans lijkt te zorgen. We willen hier nog geen uitspraken over doen voor we een langere tijd met de finale software aan de slag zijn kunnen gaan, maar het duidt wel op de technische uitdagingen van Huawei’s beslissing. Een andere uitdaging op dat vlak is de ondersteuning van RAW-bestanden in bijvoorbeeld Adobe Lightroom. Ook die software gaat standaard immers uit van RGGB-informatie. 

Periscoopzoom

De ultrabreedhoeklens, waar we reeds bij de Mate 20 Pro grote fan van waren, tekent weer present en ook een telelens is opnieuw aanwezig. In de P30 Pro ondersteunt die tot 5x optische zoom dankzij een slim periscoopsysteem. Het licht valt niet rechtstreeks door de lens op de sensor, maar wordt via een spiegel gereflecteerd door een lens-array die dwars in het toestel ligt. Daardoor was er genoeg plaats om 5x optische zoom te ondersteunen in een dun chassis.  

Verder is tot 10x hybride zoom mogelijk in combinatie met AI, wat nog degelijke resultaten aflevert. De P30 Pro gaat zelfs tot 50x digitale zoom. Die extreme zoom is indrukwekkend, maar we hebben onze twijfels bij het praktische nut. Het is vooral een leuke party trick. De resultaten zijn herkenbaar, maar missen scherpte en zeker bij foto’s van mensen merken we vervorming op bij 50x zoom. We zijn benieuwd om de camera langere tijd te gebruiken om ons al dan niet van het tegendeel te bewijzen.

 

 

Ook twee van onze favoriete AI-functies, de macro en nachtmodus, ontbreken gelukkig niet. De nachtmodus werd verder verbeterd zodat hij meer detail bewaart en ook kan worden gebruikt om een ‘zijde-effect’ te creëren wanneer je snel stromend water fotografeert. Verder wordt de artificiële beeldstabilisatie uitgebreid met optische beeldstabilisatie op de hoofdcamera en telelens, wat vooral voor video een groot verschil moet maken. 

Time of Flight

De vierde camera is niet zozeer een camera die je zelf kan bedienen, maar draagt bij aan de diepteverwerking van de P30 Pro. Het gaat om een ‘Time of Flight’-camera (ToF) die de afstand van voorwerpen tot de camera in realtime meet om zo een accurater beeld te vormen. Dat laat meerlagige scherptediepte toe, waarbij het bokeh-effect geleidelijk aan versterkt naarmate voorwerpen verder op de achtergrond liggen.  

 

 

Daarnaast kan de lens worden gebruikt voor verbeterde AR-toepassingen. Een voorbeeld dat Huawei zelf geeft is de zelfontwikkelde app AR Measure, die in realtime de 3D-dimensies van een voorwerp kan meten door je camera erop te richten, alsook het volume ervan. 

Conclusie

Na onze korte eerste ervaring met de P30 Pro zitten we met gemengde gevoelens. De cameraprestaties zijn ongezien en Huawei zet hier duidelijk een nieuwe standaard neer. Tegelijk laat het na om smartphonefuncties die we op de Mate 20 Pro zo graag gebruiken naar deze telefoon door te trekken.

 

De cameraprestaties zijn ongezien.

 

De Mate 20 Pro is naar ons gevoel nog steeds de meer complete en gebalanceerde smartphone. Bovendien heeft Samsung met de S10+ ondertussen een telefoon op de markt gezet die de Mate 20 Pro in dat opzicht overtreft. Zijn de cameraprestaties van de P30 Pro voldoende om alsnog het verschil te maken? We gaan de komende weken met de smartphone aan de slag en hopen een duidelijk antwoord te vinden op die vraag.