Wat als we onze medische parameters konden delen?

Het nieuwe Belgische actieplan ‘eGezondheid’ spreekt, meer bepaald in cluster vier, over ‘multidisciplinaire informatie-uitwisseling’. Voor het op afstand verzamelen van medische parameters zijn vandaag al diverse oplossingen in gebruik. Hoe kunnen we in de toekomst innovatie veilig stellen? En natuurlijk de vrije keuze van de arts en de patiënt?

Wanneer we vandaag al medische parameters op afstand kunnen uitlezen, gaat het vaak om ‘totaaloplossingen’. De leverancier levert dan het registratietoestel, het platform om gegevens te bewaren én de software om de gegevens te visualiseren en te analyseren. Zo’n totaaloplossing heeft als voordeel dat je onmiddellijk beschikt over een werkend systeem dat alle nodige componenten bevat. In proefprojecten en in een eerste fase zijn totaaloplossingen dus zeker een goede benadering om snel tot resultaten te komen.

Beperkingen van een totaaloplossing

Op termijn moeten we niettemin opletten voor een wildgroei. Hoe meer van dergelijke totaaloplossingen er naast elkaar gebruikt worden, hoe pijnlijker de beperkingen van deze systemen naar boven zullen komen. Dit zijn enkele problemen die kenmerkend zijn voor de huidige totaaloplossingen:

  • Als de patiënt een tweede opinie wil, dan kan een tweede arts de parameterwaarden niet analyseren, als hij niet zelf hetzelfde systeem gebruikt.
  • Als een patiënt van arts wenst te veranderen, doet zich een gelijkaardig probleem voor. Gebruikt de toekomstige arts een ander systeem? Dan moet de patiënt leren werken met een nieuw toestel. Zo’n omschakeling is niet voor alle patiënten evident.
  • De arts kan ook niet zomaar eenvoudig beslissen om naar een andere analysesoftware over te stappen. Een nieuwe softwareleverancier zal vaak geen toegang hebben tot het gesloten systeem, waardoor de arts nagenoeg verplicht is om dezelfde software te blijven gebruiken. Volledig veranderen van systeem is bij een gesloten omgeving ook niet evident, omdat alle patiënten van de arts dan mee moeten omschakelen naar een ander registratietoestel.
  • Worden de systemen aangeboden door een ziekenhuis? Dan zal de huisarts van de patiënt niet altijd een licentie hebben voor de gebruikte analysesoftware. Het is voor een huisarts onhaalbaar om over alle verschillende softwarelicenties te beschikken.

In proefprojecten of in een eerste fase zijn dit soort totaaloplossingen wel degelijk de snelste manier om tot resultaten te komen. Maar voordat er een echte wildgroei ontstaat, van oplossingen die naast elkaar gebruikt worden, zou het goed zijn om na te denken of er geen oplossing te vinden is voor de bovenstaande problemen.

Centraal register als oplossing?

Ideaal gesproken moeten zowel de patiënt, als de arts, of het ziekenhuis de vrijheid hebben om op elk moment zelf te bepalen welke registratietoestellen of software zij respectievelijk willen gebruiken. Om tegemoet te komen aan een groot deel van de problemen in het lijstje hierboven, moeten we kijken naar een volledige loskoppeling tussen de systemen die instaan voor de registratie van de gegevens, en de software die instaat voor de verdere verwerking. Een volledige ontkoppeling is ook slechts mogelijk wanneer een onafhankelijke partij instaat voor een centraal beheer van de medische parameters.

Wie moet de onafhankelijke partij zijn, die verantwoordelijk zou worden voor het registratieplatform? Daarover doen we hier liever geen uitspraak. Diverse pistes zijn mogelijk. Het centrale register houdt de waarde van de gemeten parameters bij en stelt deze ter beschikking van de hiertoe gemachtigde gebruikers (zie hieronder).

 

 

Het grote voordeel van een volledige loskoppeling, is dat er een gelijk speelveld ontstaat voor alle partners. Spelers kunnen zich specialiseren in een unieke functie zonder dat ze ook moeten voorzien in de andere componenten van een gesloten systeem. De creatie van een gelijk speelveld biedt kansen aan nieuwe innovatieve spelers.

Voor de patiënt

De patiënt zou over de vrijheid moeten beschikken om zelf te bepalen welk toestel hij wil gebruiken. De keuzevrijheid is natuurlijk enigszins beperkt omdat het toestel in staat moet zijn om te communiceren met het platform dat de medische parameters beheert. Het is aangewezen om deze communicatie zoveel mogelijk te baseren op internationale standaarden.

 

De patiënt zou over de vrijheid moeten beschikken om zelf te bepalen welk toestel hij wil gebruiken.

 

De Continua-standaard van de Personal Connected Health Alliance (is bijvoorbeeld een internationale standaard voor medische registratietoestellen. Deze standaard beschrijft onder meer de interface tussen de meettoestellen en de gateway die zorgt voor het verzenden van de meetwaarden naar een centraal platform. De website van de PCH Alliance bevat een lijst met alle registratietoestellen die momenteel al voldoen aan hun standaard.

Voor de arts

Indien een arts niet langer gebruik moet maken van één specifiek software-pakket, dan kan de functionaliteit om de parameterwaarden te visualiseren en te analyseren ook worden ingebouwd in de eigen EMD-software (elektronisch medisch dossier). Dit zou als voordeel hebben dat de parameterwaarden meteen kunnen worden gekoppeld aan andere beschikbare informatie over de patiënt. Door deze koppeling zou er dus een vollediger beeld ontstaan van de patiënt binnen de eigen EMD-software.

Anonimisatie basis voor innovatieve diensten

Medische parameters zijn gevoelige informatie en moeten dus maximaal beschermd worden. Toch kan het beschikbaar stellen van deze parameters, onder strikte voorwaarden, aan derden, het ontstaan van een volledig nieuwe dienstverlening tot gevolg hebben. Het lijkt daarom aangewezen dat we de parameters in een afzonderlijke omgeving kunnen opslaan, met een eigen technische identificatiesleutel.

De relatie met de burger kan dan bijvoorbeeld apart bijgehouden worden in één van de bestaande zorgkluizen – Vitalink, Réseau Santé Wallon of Brussels Health Network. De zorgverstrekker die toegang heeft tot de informatie in één van de kluizen, beschikt zo over alle identificatiesleutels om de parameters van een specifiek persoon op te halen. Wie enkel toegang heeft tot het parameterplatform krijgt geanonimiseerde gegevens te zien.

Organisaties kunnen bijvoorbeeld de gegevens gebruiken om de ingegeven waarden continu te bewaken. Geavanceerde data-analyse of AI-detectiemechanismes kunnen worden ontwikkeld en toegepast op de gegevens uit het parameterplatform om eventuele problemen te signaleren.

 

 

Start-ups kunnen hun business model bouwen op een toegang tot deze gegevens en hierrond een dienstenaanbod creëren. Het eenvoudig toegankelijk maken van deze gegevens verlaagt de drempel om een nieuwe dienstverlening op te starten. De initiële opstartkosten worden sterk verlaagd wanneer elke speler geen end-to-end oplossing moet realiseren.

Daarnaast kunnen nieuwe spelers ook nieuwe registratietoestellen, of apps, ontwikkelen en deze aansluiten op het registratieplatform. De enige voorwaarde hierbij is dat ze voldoen aan de gebruikte standaarden en eventuele certificaties. Willen we deze spelers toelaten om hun toestellen internationaal te vermarkten? Dan is het opnieuw belangrijk dat de gebruikte specificaties van het parameterplatform conform zijn met de internationale standaarden.

 

Het is belangrijk dat de specificaties van het parameterplatform conform zijn met de internationale standaarden.

 

Tot slot, we gaan hier voornamelijk uit van de arts als verwerker van de medische zorgparameters. Evengoed kunnen we een gelijkaardig verhaal schrijven voor de andere gezondheidszorgverstrekkers. Het spreekt voor zich dat al het bovenstaande enkel mogelijk is als we een oplossing vinden voor de diverse problemen die nu opduiken bij de invoering van telecare-oplossingen (terugbetalingsmodel, juridische aansprakelijkheid…). En dat elke uitwerking van een oplossing rekening houdt met de GDPR-regelgeving.

Dit is een ingezonden bijdrage van Renzo Lylon, business consultant bij Smals Research. Via deze link vind je meer informatie over het onderzoek van de organisatie.

Gerelateerd: Politiek en overheid mogen geen rem zijn op AI en innovatie in de gezondheidszorg