Hoe Intel zich schrap zet voor de lancering van een eigen gpu-reeks

Volgend jaar valt Intel de gpu-markt binnen. Team blauw lanceert dan de eerste telgen in zijn eigen reeks van grafische kaarten. Die zullen gericht zijn op gamers langs de ene kant en workstations en HPC-toepassingen in datacenters langs de andere. Momenteel lijkt Intel de fundering voor die lancering te leggen.

Eind 2017 verraste Intel met zijn ambitie de gpu-markt te betreden. Intussen zijn we 2019 en is de lancering van de eerste (losse) Intel-gpu’s nog maar een jaar van ons verwijderd. Wat Intels hardwareteams uitspoken, weten we niet. Langs de softwarekant zien we wel hoe team blauw zich langzaam maar zeker positioneert voor wat een erg belangrijke lancering moet worden.

Intel raakt stilaan zijn onbetwiste leiderspositie in cpu-land kwijt, misschien nog niet in cijfers maar zeker wel in perceptie. Bovendien is het tijdperk van x86 als het enige alternatief voor échte computerpk’s uitgespeeld. Vandaag is het parallel rekenen wat de klok slaat en daar kan Intel niet tippen aan Nvidia.


Lees dit: Waarom Intel plots zelf grafische kaarten ontwikkelt


Erger nog: rivaal AMD, dat aan een serieuze comeback in de cpu-markt werkt met Ryzen en Threadripper langs de consumentenkant, en Epyc in de datacenters, weet wel hoe het gpu’s moet maken. Radeon-chips bekoren gamers wereldwijd en de technologie achter de nieuwste Radeons baande zich al een weg naar AMD’s APU’s.

Geïntegreerde graphics

Intels grafische expertise is voorlopig beperkt tot geïntegreerde gpu’s. Intussen zitten we daar aan de Intel UHD-graphics 630, zoals je bijvoorbeeld terugvindt op de Intel Core i5-9400, een hexacorechip van de negende generatie. Intels UHD (vroeger HD)-graphics worden jaar na jaar beter, maar blijven in de praktijk irrelevant. Ze maken de cpu’s volwaardige SoC’s die volstaan voor de meeste professionele laptops. Het gpu-gedeelde is meer dan stevig genoeg om meerdere schermen aan te drijven en 4K-resoluties te bolwerken. De occasionele gamer zal een grafisch licht spel zelfs in lage instellingen kunnen spelen, wat op zich een stevige evolutie is tegenover een paar jaar geleden.

 

Intels UHD graphics worden jaar na jaar beter, maar blijven in de praktijk irrelevant.

 

Wie echt een gpu nodig heeft, om te gamen of om te werken, laat Intels geïntegreerde gpu’s echter links liggen en kiest voor hardware van Nvidia of AMD. Het is dan ook verrassend om te zien hoe hard Intel het afgelopen jaar heeft ingezet op zijn grafische chipcomponent.

Vooral langs de driverkant gaat team blauw hard. Sinds de lancering van de RTX 2000-line-up van Nvidia heeft Intel evenveel nieuwe versies van zijn drivers uitgebracht als de gpu-specialist: zes. Dat is frappant, aangezien drivers verbeteringen bieden in de marge en Intels geïntegreerde gpu’s eenvoudigweg niet krachtig genoeg zijn om echt voelbare verbeteringen te kennen.

Handige tool

Verder pakte Intel pas uit met een nieuw tooltje om zijn grafische component te configureren en de spelervaring te optimaliseren. Intel kondigde al aan dat het een dergelijke functie wilde bouwen voor zijn gpu’s, natuurlijk gebaseerd op machine learning, want geen lancering maakt kans zonder de nodige hippe termen.

Het is frappant dat Intel vandaag al de eerste stappen in de richting van die functionaliteit zet voor zijn geïntegreerde gpu’s. Wie geoptimaliseerde framerates wil, kiest in eerste instantie niet voor graphics van Intel. Hoe de tool er precies gaat uitzien, weten we niet. In de dramatische lanceringsvideo van Intel ontbreekt het in ieder geval niet aan zelfvertrouwen.

Het mag dan ook duidelijk zijn waar Intel echt mee bezig is: het geschut wordt in positie gebracht voor de lancering van de Intel-gpu’s volgend jaar. Wanneer de hardware op de markt komt, zal die worden ondersteund door een geloofwaardige softwarefundering. Intel zal kunnen zeggen dat het al een jaar drivers aanbiedt aan het tempo van Nvidia en dat het langs de client-kant managementsoftware biedt die voor niets of niemand moet onderdoen. De gebruiksvriendelijkheid staat hier centraal, aangezien Intel volgens de geruchten mikt op een initiële lancering van een consumenten-gpu van om en bij de 250 euro: de ‘sweet spot’ voor gpu’s.

Eerst B2C, dan B2B

De strategie is voorlopig op en top gericht op consumenten. Ook dat is slim. Intel lijkt zo te leren van concurrent AMD, dat een gelijkaardige strategie volgde toen het de cpu-markt opnieuw wilde openbreken met Ryzen. Initiële geloofwaardigheid en buzz maak je best in consumentenland. De positieve vibe die vervolgens rond het product ontstaat, kan Intel eenvoudig vertalen naar een B2B-product voor gebruik in workstations of datacenters.

Consumenten zijn bereid om een risico te nemen en hardware van een nieuwe speler te testen. Voor de B2B-markt ligt het enthousiasme om iets onbekends te proberen logischerwijze lager. Consumentenvertrouwen zal dus de sleutel zijn voor een succesvolle lancering in zowel de B2C als B2B-segmenten.

Het mag duidelijk zijn dat de entree van Intel in de gpu-markt geen voorzichtige verkennende wandeling zal zijn. Intel wil zich meteen positioneren als relevante speler met een aanbod dat op zijn eigen unieke manier een meerwaarde biedt tegenover wat Nvidia en AMD vandaag hebben. In welke mate dat zal lukken, weten we nog niet. Een goede softwarebasis is één zaak, maar de kaarten moeten ook presteren. In workstations is het enthousiasme van onder andere CAD-vendoren en andere zakelijke rekenapplicaties onontbeerlijk. Zelfs met de beste drivers en goede prestaties zullen Intel gpu’s niet van de grond komen als officiële ondersteuning en certificering van die partijen uitblijft.

Gerelateerd: Nvidia Quadro of GeForce in je workstation: wat is het verschil?